overheid werkt(e) met besmet beveiligingsbedrijf

Ondanks de voorkennis omtrent gruwelijke misdragingen door veiligheidsagenten van Blackwater, ging het KLPD en de AIVD in 2009 voor een training van (geheim) agenten in zee met dit obscure Amerikaanse particuliere beveiligingsbedrijf.

“Op 17 november 2009 vertrok ik samen met de majoors Edwin en Mark naar Afghanistan. Wij maken deel uit van de nieuwe missie NTM-A” (Nato Training Mission – Afghanistan), schrijft Kees Poelma (Kmar) op zijn weblog.

“In mijn vorige functie had ik hele goede contacten opgebouwd met mensen van XE-Services (beter bekend als het voormalige Blackwater)”, zo vervolgt Poelma zijn relaas. “Misschien is ‘beter’ niet het juiste woord, maar daarvoor moet je Blackwater maar eens googelen. Sinds Irak zijn ze namelijk zodanig ‘verstoken van gunsten’ dat ze hun naam maar eens moesten veranderen. XE leidt de Afghan Border Police op en dat doen ze op vier verschillende trainingsites in Afghanistan.”

Poelma werd uitgenodigd door XE-Services om hun trainingsites te bekijken. Het bedrijf heeft haar naam ondertussen opnieuw gewijzigd in Academi. Zoals Poelma opmerkt is het bedrijf besmet. Het is dan ook opmerkelijk dat het Nederlandse leger en politie ‘hele goede contacten’ onderhouden met de ‘private contractor’.

Contract

Op 24 februari 2010 verklaarde de democratische voorzitter Carl Levin van de Armed Services Committee van de Amerikaanse Senaat dat de PEO STRI (Program Executive Office for Simulation, Training and Instrumentation) van het Amerikaanse leger het volgende: “relied on a Dutch officer to act as a Technical Officer Representative to oversee the contract.”

Het contract waar Levin op duidt, betreft een afspraak met Paravant LLC, een dochteronderneming van XE-Services, voor de training van de Afghan National Army Troops. De hoorzitting vond plaats in verband met diefstal, moord en andere vergrijpen door medewerkers van Paravant in Afghanistan.

De Nederlandse officier zou werkzaam zijn geweest op het CSTC-A, de plaats waar de trainingen van de Afghaanse politie en het leger worden gecoördineerd. Welke rol de Nederlandse officier bij CSTC-A heeft gespeeld in het verwerven van het contract, en welke relatie de officier met Paravant/Blackwater had, is onduidelijk.

Blackwater werd in 1997 opgericht door oud Navy Seals man Erik Prince. Voorafgaande de oorlogen in Afghanistan en vooral Irak deed het bedrijf voornamelijk kruimelwerk. De invasie in Irak van 20 maart 2003 betekende een flinke boost voor het bedrijf. De private beveiligingsbedrijven die zowel persoons- als transportbeveiliging uitvoeren, misdroegen zich echter op grote schaal.

De onvrede onder De Irakese bevolking bouwde zich na de invasie in sneltreinvaart op en kwam tot uitbarsting bij de aanslag op vier medewerkers van Blackwater in Fallujah, maart 2004. De wereld beschuldigde meteen Al Qaeda of de rebellen van de lynchpartij, maar de aanslag was een reactie op het opereren van de ‘private contractors’.

Gewelddadig optreden

Hoe de medewerkers van Blackwater zich bijvoorbeeld gedroegen in Irak toont Harper’s Magazine met de publicatie The Warrior Class, geschreven door Charles Glass (april 2012). Het artikel is eigenlijk gebaseerd op een verzameling video’s die Glass van medewerkers van Blackwater heeft gekregen http://harpers.org/archive/2012/04/hbc-90008515. Op de beelden is te zien dat mensen worden overreden, auto’s van de weg worden gereden, er willekeurig wordt geschoten op voorbijgangers en auto’s, dat er wordt gescholden en dat de schending van alle basale rechten van Irakezen met voeten worden getreden.

Veel beelden waren er nog niet voorhanden, maar de verhalen van schandalig optreden wel degelijk. Februari 2005 schoot een beveiligingsteam van Blackwater machinegeweren leeg op een auto in Bagdad. Dit incident kwam naar buiten omdat Blackwater op dat moment een lid van het Amerikaanse State Department beveiligde. Veel incidenten komen niet aan het licht omdat medewerkers van Blackwater na een incident gewoon doorrijden, zoals de videobeelden laten zien.

De wetteloosheid van medewerkers van Blackwater vindt zijn dieptepunt op 16 september 2007 op het Nisour Square in Bagdad. Een beveiliger van het bedrijf schoot een bestuurder van een rijdende auto dood, die tengevolge niet tot stilstand kwam. Wat volgde was een bloedbad, waarbij de medewerkers van Blackwater op alles schoten wat bewoog. Bij deze slachting kwamen 17 mensen om het leven.

Het bedrijf ontkende dat zij verantwoordelijk was voor de moordpartij en dat de beveiligingsagenten slechts reageerden op schoten die op hen afgevuurd werden. De verdachten werden uiteindelijk Irak uit gesmokkeld. Naar aanleiding van de schietpartij op het Nisour Square schreef Jeremy Scahill Blackwater: The Rise of the World’s Most Powerful Mercenary Army (2007), een boek dat de aard, omvang en gedrag van het bedrijf uit de doeken doet.

Goede contacten

Kees Poelma van de Koninklijke Marechaussee beschrijft op zijn weblog de goede contacten die hij onderhoudt met ‘mensen van XE-Services’. Over welke contacten heeft hij het? Op 12 januari 2005 sluiten de ‘Dutch Special Forces’ en Blackwater USA een contract voor het gebruik van het Blackwater Training Center, tegenwoordig bekent onder de naam United States Training Center.

Minister Rosenthal beantwoordt op 14 december 2010 vragen van de Kamerleden Van Bommel en Van Dijk ten aanzien van Blackwater. “Het Korps Commando Troepen heeft van 10 t/m 23 februari 2005 met 60 personen getraind op het Blackwater trainingscomplex in North Carolina. Gedurende deze trainingsperiode is alleen gebruik gemaakt van faciliteiten. Trainingen zijn uitsluitend door eigen instructeurs verzorgd.”

Het contract vermeldt tevens: ‘Blackwater Training Center welcomes the opportunity to provide range rental for your continuing firearms training.’ Hoewel het Korps Commando Troepen zijn eigen instructeurs heeft meegenomen volgens de minister, wordt in proposal #226 wel een ‘number of personnel 57’ opgevoerd. Of dit slaat op de 60 mariniers is onduidelijk. Waarschijnlijk wel, maar het blijft onduidelijk of Blackwater geen instructeurs heeft geleverd.

De folder van Blackwater Training Center prijst haar eigen instructeurs op allerlei manieren aan. ‘On over 6000 acres of private land, we have trained and hosted over 50.000 Law Enforcement, Military and civilian personnel. […] Our instructors are ranked the best in the world and our facilities are second to none.’

De minister zegt dat de “trainingen uitsluitend door eigen instructeurs zijn verzorgd”, maar de aantallen, ook die voor de lunch en het diner, roepen vragen op over de aanwezigheid van Blackwater-instructeurs. ‘Lunch for 75 persons for 11 days and dinner for 75 persons for 11 days.’

De Sales Coordinator van Blackwater voegt daar op 12 januari 2005 nog aan toe dat ‘the houses are not intended to practice charge calculations. They are designed to practice techniques involved in breaching placement of charges, placement of shooters in relation to the charge and command and control and detonation the charge.’ Het schrijven van 12 januari 2005 lijkt op een set huisregels van Blackwater.

Voorkennis

De training vond in februari 2005 plaats, dezelfde maand waarin Blackwater-medewerkers een willekeurige auto in Bagdad onder vuur namen, waarvan het lot van de inzittenden onduidelijk is. Of het ministerie van Defensie op de hoogte was van dit incident valt te betwijfelen. In een voorblad zonder datum met de titel contract Blackwater wordt vermeld dat ‘het gerucht dat de firma Blackwater onder de USNAVY valt en dat het schietterrein van de USNAVY is wil ik bij deze ook heel snel ontkrachten.’

Het voorblad is opgesteld door de eerste verwerver, een kapitein van de C-Logistiek Brigade/Divisie Logistiek Commando uit Apeldoorn. Opvallend aan het voorblad is de expliciete vermelding dat er geen gebruik wordt gemaakt van instructeurs van de firma Blackwater. Dit wordt vermeld onder het kopje ‘marktverkenning’ dat begint met de zin ‘er is geen concurrentie mogelijk, het betreft hier een monopolist. Het betreft hier een privé onderneming op privéterrein. Wel dienen er vergunningen aangevraagd te worden, indien er gebruik wordt gemaakt van instructeurs van de firma Blackwater.’

De verwarring van de eerste verwerver over de relatie tussen Blackwater en de USNAVY viel misschien in 2005 nog te begrijpen, na het Nisour Square incident in september 2007 was dat niet langer mogelijk. De status en de rol van Blackwater was toen duidelijk. De kritiek op het bedrijf ook. Het is dan ook onbegrijpelijk dat ruim een jaar later er contact wordt opgenomen met Total Intelligence Solutions LLC voor het bestellen van een Mirror Image Training Program.

Daar tegenover kan worden opgemerkt dat de Department of Special Interventions (DSI) van het KLPD niet wist dat Total Intelligence Solutions LLC onderdeel uitmaakte van de Prince Group van Erik Prince, de toenmalige CEO van Blackwater, maar het adres in Arlington in de Verenigde Staten zal toch op zijn minst enkele bellen hebben doen rinkelen? Nu staat de DSI niet bekend om haar doortastendheid – zie de wijze waarop een belwinkel in Rotterdam op kerstavond 2010 werd vernield door leden van het team – maar enige background check van bedrijven die worden ingehuurd zou er toch moeten zijn.

Duidelijkheid

De Washington Post besteedde op 3 november 2007, twee maanden na de slachting op Nisour Square, een artikel aan Total Intelligence Solutions (TIS) onder de kop ‘Blackwaters Owner Has Spies for Hire’. Het is dus onwaarschijnlijk dat het de overheid is ontgaan dat er een contract met Blackwater werd afgesloten. En hoe staat een contract met Blackwater in verhouding met het principe van duurzaam inkopen dat de overheid hanteert?

In de overeenkomst met de KLPD die Total Intelligence Solutions LLC op 17 november 2008 opstuurt, worden dan ook naast TIS de bedrijven EP Investments LLC, Terrorism Research Center INC en Blackwater Lodge and Training Center INC vermeld. Het lijken aparte bedrijven, maar vallen allemaal onder Blackwater, later XE Services genoemd, zoals blijkt uit amendment no 1 van 8 juni 2009. In dat amendment is de naam van de Blackwater Lodge ondertussen ook gewijzigd in U.S. Training Center. Al met al was het duidelijk dat Blackwater in het spel was.

Ook de status van het bedrijf was duidelijk. Op 7 november 2007 beantwoordden de ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken, Middelkoop en Verhagen, vragen van kamerlid Pechtold. De ministers verzekeren dat ‘Nederland nooit Blackwater in dienst heeft gehad. De ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie werken wel samen met andere particuliere beveiligingsbedrijven’.

In het antwoord van de regering komt het huren van de trainingsfaciliteiten van Blackwater door het Korps Commando Troepen niet aan de orde. Opvallend omdat voor de minister van Defensie toch duidelijk moet zijn geweest hoe gevoelig de zaak lag. Pechtold onderstreepte nota bene de onrust door de slachting op Nisour Square.

Een maand later beschreef de Adviesraad Internationale Vraagstukken in het rapport ‘De inhuur van private militaire bedrijven’ de zorgen over Blackwater. ‘De affaire Blackwater heeft de grote risico’s die aan de inzet van PMC’s zijn verbonden nog eens onderstreept. Het roekeloze en onverantwoordelijke optreden van sommige PMC’s, vooral de veiligheidsbedrijven onder hen, die in Irak immuniteit voor de lokale rechtsmacht genieten, brengt het winnen van de hearts and minds en daarmee zelfs van de hele counter-insurgency in gevaar.’

Het 59ste advies gaat verder door te stellen dat ‘het in opspraak gekomen Amerikaanse bedrijf Blackwater een negatieve uitstraling op de hele bedrijfstak heeft.’ Extra voorzichtig zijn dus bij het inhuren of gebruiken van diensten van het bedrijf.

Mirror Image Training

Een jaar later sluiten de Dienst Speciale interventies (DSI) en Blackwater een overeenkomst voor een Mirror Image Training, verzorgd door het Terrorism Research Center (TRC). TRC maakt deel uit van Total Intel, dat op haar beurt sinds februari 2007 weer onderdeel uitmaakt van Blackwater sinds februari 2007. Voorafgaande de overeenkomst had Blackater al een strategisch partnership met het centrum.

De Mirror Image Training was er op gericht om in de huid van de terrorist te kruipen. ‘Hierdoor is de deelnemer in staat om zichzelf ook daadwerkelijk als terrorist te zien en door diens ogen de zwakke punten binnen de eigen werkomgeving te herkennen en te begrijpen, die men zelf vaak over het hoofd ziet’, vermeldt de doelstelling van het reisverslag Mirror Image Training in Moyock, NC.

De laatste zin van de doelstelling is veelzeggend, gelet op het gedrag van Blackwater-medewerkers, maar ook dat van de DSI-medewerkers in gedachten: ‘Met deze inzichten op zak zijn deelnemers na het afronden van de training beter in staat te anticiperen, te voorkomen en te reageren op terroristische dreigingen.’

Om een beeld te krijgen waar de Nederlandse commando’s en leden van de KLPD en AIVD hun training hebben gekregen, hier een beschrijving van Moyock door Nathan Lodge. In zijn artikel Blackwater: Lawyers, guns and Money van 6 april 2007 probeert Lodge de omvang van het terrein te omschrijven. http://www.wired.com/dangerroom/2007/04/inside_the_bell/

Lodge: ‘It’s hard to understate how massive the Moyock facility is. The place has 34 shooting ranges, three driving tracks and an airfield. It boasts several ‘shoot houses’ (for indoor shooting drills), a maritime training facility (for hostile boarding practice) and a breaching facility (for breaking down doors), as well as a full armory. It’s like a military base – without the golf course.’

Mindset

De cursus voor de leden van de KLPD gaat over het creëren van een ‘mindset’ waarbij ‘de rol van de radicale islam van groot belang is. Dit komt onder andere naar voren tijdens de dagelijkse gebeden en de lessen over de geschiedenis van de islam. Daarnaast wordt ook inzicht geboden in vormen van westers terrorisme, waaronder de IRA.’

De mindset kan vertaald worden naar de ‘situatie in tal van regio’s, waaronder Afghanistan, Irak, Colombia, Gaza en de West Bank evenals stedelijke gebieden en verschillende terroristische groeperingen.’ De mindset wordt vooral bepaald door ‘contraterroristische technieken gebaseerd op Britse en Israëlische ervaringen’, vermeldt het reisverslag van de training.

Nu kan het zo zijn dat de Israëliërs veel ervaring hebben met de oorlog in het Midden-Oosten, maar tegelijkertijd roepen hun acties ook veel vragen op. De laatste operatie in de Gaza, Cast Lead, is door verschillende zijden veroordeeld. Ook de Europese Unie is zeer kritisch over de wijze waarop de Israëliërs regelmatig huishouden in de bezette gebieden.

De Britten zijn overigens ook weer niet het beste voorbeeld van omgang met de opstand in Noord-Ierland. De IRA pleegde regelmatig aanslagen, maar de Britten hebben in de loop van de strijd regelmatig zelf vele slachtoffers gemaakt door infiltratie, informanten, valse beschuldigingen en andere schendingen van mensenrechten.

Hoewel de training misschien interessant kan zijn, moet een land dat vaak zijn vingertje opsteekt over de mensenrechten in andere landen toch grote zorgvuldigheid in acht nemen als het gaat om samenwerking met bedrijven waar een zweem omheen hangt van strafbare feiten en onoorbaar optreden.

Laten we daarom nog even een andere mindset van het bedrijf Blackwater bekijken. Naast het wild om zich heen schieten, heeft het bedrijf ook een nogal verwrongen beeld van recht en orde. Het programma Countdown van MSNBC besteedt op 6 augustus 2009 aandacht aan het gebruik van hoeren door leden van Blackwater. http://www.rawstory.com/rawreplay/2009/08/blackwater-provided-child-prostitutes-to-contractors-lawsuit/

‘Keith Olbermann (van MSNBC) quoted on Thursday from the employees sworn declarations that Blackwater was guilty of using child prostitutes at its compound in Baghdads fortified Green Zone. The declarations describe Blackwater as having young girls provide oral sex to Enterprise members in the Blackwater Man Camp in exchange for one American dollar.’

Nu is het zo dat het programma van MSNBC vier maanden na de training van de DSI werd uitgezonden, maar de mindset is wel degelijk belangrijk. Verantwoordelijken binnen de KLPD en als laatste verantwoordelijke, de minister van Veiligheid en Justitie, hadden gezien de status van het bedrijf vraagtekens moeten zetten bij een training door Blackwater.

Vraagtekens die al in de reactie van het ministerie van Defensie en Buitenlandse Zaken expliciet worden gezet in een reactie op het advies ‘Inhuur civiele dienstverleners in operatiegebieden’. Adviesraad Internationale Vraagstukken in april 2008. ‘De groei van de inzet van particuliere beveiligingsbedrijven in operatiegebieden is niet onomstreden. De recente ophef over het optreden van de firma Blackwater in Irak is aanleiding geweest voor vele kritische vragen.’

Lofuitingen

Terug naar de training. De DSI besloot om zich door personeel van Blackwater te laten opleiden. Waarschijnlijk werden ze op positieve wijze beïnvloed door het artikel van David Crane uit oktober 2003. Zijn verhaal ‘Blackwater Training Center Tactical Training For Professionals and Civilians’ in Defense Review is één grote loftuiting op de kwaliteiten van het bedrijf.

Rick Skwiot doet het in de PortFolio Weekly dunnetjes over onder de titel ‘On the Firing Line The Blackwater Training Center’. ‘The Blackwater Training Center in Moyock teaches soldiers, cops and ordinary citizens how to keep their edge in an increasingly dangerous world.’ En: ‘The most dangerous creatures lurking in The Great Dismal Swamp that spans the Virginia-North Carolina line are not the 600-pound black bears, rattlesnakes or water moccasins. Rather, they’re the men and women—soldiers, sailors, SWAT teams and civilians—taking aim with live ammo in the 5,200-acre Blackwater Training Center.’

De training van de DSI vond plaats van 27 maart 2009 tot en met 6 april 2009. Niet alleen de DSI doet aan de training mee. Volgens de minister gaat het om vijftien medewerkers van de KLPD. De dienstreizen formulieren die openbaar zijn gemaakt, vermelden vier leden van de DSI, twee leden van de DKDB, twee leden van de DSRT, twee leden van de DNR van de verschillende KLPD onderdelen en twee leden van de AIVD, de inlichtingendienst. Het totaal komt op twaalf.

Ook op het bestel-aanvraagformulier is sprake van twaalf tickets naar Norfolk in de Verenigde Staten, voor de overnachtingen betreft het twaalf personen. De DSI overnacht het langst, tien dagen, de medewerkers van de AIVD het kortst, twee dagen. Bij de vouchers voor de overnachtingen is het aantal van 27 maart 2009 tot en met 29 maart 2009 ook twaalf. De voucher-nummers van de overige overnachtingen zijn niet vrijgegeven.

De eerste trainingsdag van 27 maart werd besteed aan het ontwikkelen van het concept mirror image training. ‘Course to be conducted should be designed to replicate terrorism recruitment training, techniques and operational methodology in order to better prepare students to fight the War on Terror. Course of instruction should look towards placing students into simulated terrorist cells in order to receive insight into the mindset and rationale of the terrorist through hands on experience. Cells shall be comprised of approximately eight students per cell with an assigned instructor per cell. Instructors shall have strong backgrounds in unconventional warfare. For instructions and presentations addressing terrorism, contractor shall provide personnel who are high level experts in their field. (CIA, FBI, Department of State, etc…)’, schrijft agent Yvonne C. Frederico over een training van the Naval Special Warfare Group One in juni 2008.

William J. Henry van het National Guard Bureau is nog explicieter: ‘This training is an intensive, one week classroom and field training program, designed to realistically simulate terrorist recruiting, training techniques and operational tactics. This is a total-immersion course that places the student inside a terrorist organization in order to better teach him how to think and operate like a terrorist. This course includes lodging and meals tailored to simulate living as a terrorist cell.’

Celadviseur

De training van de DSI zal er niet zoveel van afwijken omdat de Nederlanders het terrein deelden met Belgische, Amerikaanse en Canadese militairen, politieambtenaren en leden van inlichtingendiensten. Het enige dat de minister van Veiligheid en Justitie los wil laten over die eerste dag is dat ‘na de les de cellen een celadviseur toegewezen krijgen en een operatie werd voorbereid.’

Op maandagochtend 28 maart werd de operatie uitgevoerd na ‘het ochtendgebed, gevolgd door een les over de geschiedenis van de islam en in het bijzonder de scheiding tussen de sjiieten en soennieten.’ Over de operatie laat de minister angstvallig niets los, maar wel over de lunch ‘bestaande uit een plat broodje, een plak kaas, een bakje humus, fruit en thee of water.’ Maandag stond voor de rest in het teken van HUMINT ‘human intelligence’, informanten en infiltranten en werd ‘de mindset binnen een terroristische cel’ besproken waar ‘bij nieuwe leden van een cel op wordt gelet.’

Evan Wright beschrijft in ‘Camp Jihad, A ragtag army of cops, soldiers, and G.I. Joe wannabes play terrorist for a week in a counterintuitive counterterrorism program’ (New York Magazine, 21 mei 2005) om wat voor operaties het zou kunnen gaan. De gespeelde cel waar Wright deel van uitmaakte moet een ongelovige vrouw ontvoeren. ‘When I spot the approaching SUVs, I frantically signal LDR. Gunshots start to crackle. A Marine in our cell charges the lead SUV, screaming, Allah akbar!’

De cel van Wright slaagde in haar opzet, misschien ook de Nederlandse DSI/AIVD terroristencel, want dinsdagochtend ‘volgde een presentatie over middelen tot overwinning.’ De rest van de dag stond in het teken van interne veiligheid en de financiering van de terreur. Na het avondeten kwam een gastspreker een lezing houden.

De Nederlanders hebben de ontvoering ook nagespeeld, want laat die avond werd er gesproken over losgeld. ‘De groepering die hem had ontvoerd, wilde losgeld van de […] Geld was ook het motief van deze ontvoering. Er was geen sprake van een religieus uitgangspunt’, vermeldt pagina 8 van het dossier dat de minister van Veiligheid en Justitie openbaar heeft gemaakt.

Woensdag 1 april is ‘net als voorgaande dagen’, vermeldt het verslag. ‘Ochtendgebed, les in de Arabische taal en …’ iets dat geheim blijft. Wright die de training heeft meegemaakt, beschrijft in zijn artikel Camp Jihad dat deze leek op een ‘Renaissance Faire’, zoals de Elf Fantasy Fair in slot Haarzuilens bij Utrecht.

Wright: ‘Whether a week spent wearing Arab head garb and shooting AK-47s will actually help cops and soldiers plumb the complexities of our enemies’ hearts and minds is an open question. […] But when I first witness my fellow students donning their scarves, some of them shouting, for comic effect, ‘Praise Allah!’ in their best Ali G accents, I momentarily feel as if I’ve entered a weird, terrorist-camp version of a suburban Renaissance Faire.’

Andrew Garfield

De training had echter niet alleen een speels karakter, er moest de deelnemers ook wat bijgebracht worden. Naast de lezing op dinsdagavond volgde woensdagmiddag een gedragswetenschapper die een lezing hield over de ‘mindset in het Midden-Oosten’. De minister schrijft, in antwoord op een bezwaarprocedure in het kader van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob), dat de naam van deze wetenschapper niet meer te achterhalen valt.

Gedurende de training waar Wright echter aan deelnam, kwam Andrew Garfield, een oud Britse inlichtingenfunctionaris, als spreker opdraven die in het kader van de Terrorist Fair leuk meespeelde in de creatie van het cel-denken. ‘Our Jihad is succeeding beyond our wildest expectations. Look at how the Americans are blundering around in Iraq, filling our ranks with new recruits.’

Garfield duidde in zijn rol als ‘terroristen-expert’ op het lompe gedrag van de Amerikanen in Afghanistan, Irak en elders. De boodschap van Garfield bij de Mirror Image training was enigszins surrealistisch. Zo zei hij tegen Wright dat ‘killing terrorists or insurgents will not kill the movement.’ Waarom is de training er dan opgericht om terroristen nader te begrijpen om hen te bestrijden?

Gezien het respectloze gedrag van Blackwater-medewerkers in Irak en Afghanistan, waarbij slachtoffers vielen, is de grote vraag of het bedrijf überhaupt wel in staat is om de ‘mindset in het Midden-Oosten’ te beschrijven. Het kan al niet eens normaal omgaan met burgers, zoals blijkt uit de films die Harper’s Magazine online heeft geplaatst.

Het feit dat het bedrijf in de afgelopen jaren talrijke naamsveranderingen heeft ondergaan – Blackwater, Xe Services, Paravant LLC, Greystone Limited, XPG, Raven, Constellation, Total Intelligence Solutions, EP Investments, US Training Center, GSD manufacturing, Presidenial Airlines, Select PTC, Academi, R2, Reflex Responses etc. – duidt er tevens op dat het haar naam niet wil verbeteren, maar de aandacht wil afleiden van de vele mensenrechtenschendingen en andere vergrijpen van haar medewerkers. De mindset van Blackwater is het probleem, en daarmee de Mirror Image training.

De een na laatste dag van de training stond in het teken van de finale. Woensdagavond werd het ‘plan voorgelegd aan een militaire raad’ en donderdag was ‘het de bedoeling om het getrainde in wedstrijdvorm in praktijk te brengen.’ Die dag verliep een beetje rommelig, want naast de wedstrijd gaat het ook over de ‘zelfmoordaanslagen in de metro van Londen op 7 juli 2005’, ‘de politieactie van 22 juli 2005 op metrostation Stockwell’ (het doodschieten van de Braziliaan Jean Charles de Menezes), ‘een blik op de toekomst’, de ‘documentaire Meeting Resistance’ en als afsluiting het ‘martelaarsfeest’.

Geheime conclusies

Veel informatie werd via de Wob-procedure niet vrij gekregen omdat er anders er een mirror mirror image training kon worden georganiseerd om de training van de KLPD’ers en de AIVD’ers te spiegelen. De conclusies worden ons volledig onthouden, maar het beeld van de training dat op basis van verschillende artikelen boven komt drijven, is dat van het spel ‘vlag veroveren plus’, met veel testosteron.

Misschien verklaart de training wel de aanpak van de inval van het belhuis in Rotterdam op Kerstavond 2010. Vraag is alleen of dit iets te maken heeft met het winnen van hearts and minds of het slechten van de oorlog tegen de terreur. Misschien is dat laatste echter in het geheel niet de bedoeling.

Wright sprak een van de mirror image trainers Frank Willoughby, specialist in hinderlagen en Improvised Explosive Devices, geïmproviseerde bommen. Willoughby staat symbool voor de vercommercialisering van oorlog. ‘The prospect of mounting chaos seems, frankly, to excite some instructors. At times, Frank Willoughby is unable to conceal how glad he is that the war on terrorism promises to be endless. […] Punching his fist into his hand, he adds, ‘Soon as they hit us 9/11’, I told my wife, ‘the game is on!’, schrijft Wright in Camp Jihad.

Blackwater’s verderfelijke reputatie is een reden om niet met het bedrijf in zee te gaan. Maar een belangrijkere conclusie van dit verhaal is dat de belangen van de private sector niet gericht zijn op vrede. Zij willen oorlog en chaos creëren, omdat dat nu eenmaal de voorwaarden zijn om geld mee te verdienen. Een politiedienst die in deze voetsporen treedt, roept bij elke deur die nutteloos wordt opengetrapt, net als Willoughby, the game is on.

Find this story at 19 June 2012

Drones zijn inbreuk op privacy

ALMERE / JITSKE BOKHOVEN – D66 Almere vindt het gebruik van de Raven, onbemande vliegtuigjes (drones) die sinds enige tijd worden ingezet om inbrekers te pakken, een vergaande inbreuk op de privacy van Almeerders. Fractievoorzitter Jan Lems heeft dan ook schriftelijke vragen aan het college van burgemeester en wethouders gesteld om erachter te komen wat hier de argumenten voor zijn.

De drones zijn door Defensie beschikbaar gesteld. Met behulp van de vliegtuigjes kunnen agenten live beelden van een hoogte van 300 meter bekijken. ,,Ik vind het op z’n zachts gezegd opmerkelijk dat je hier ineens vliegtuigjes ziet vliegen die je boven Afghanistan verwacht’’, reageert Lems. ,,Ik vraag me af wat hier de argumenten voor zijn.’’

Lems vindt het ook opmerkelijk of Almeerders niet vooraf geïnformeerd hadden moeten worden. ,,Dat moest bij het cameratoezicht wel, vanwege de wet op de privacy. Had dat niet hier ook gemoeten? Ik hoor het graag’’

Gepubliceerd op 01 februari 13, 12:00 Laatst bijgewerkt op 01 februari 13, 20:42

Find this story at 01 February 2013

© 2013 Almere Vandaag

AIVD: we lezen niet elke e-mail

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) leest niet elke e-mail die wordt verstuurd, ook al is dit een hardnekkige mythe die blijft bestaan, zo liet de dienst onlangs weten. Toch wordt mogelijk dit jaar de wet aangepast waardoor de AIVD meer bevoegdheden krijgt om internetverkeer te onderscheppen.

Tijdens de NCSC Conferentie in Den Haag sprak Sebastian Reyn van de AIVD over de rol die de inlichtingendiensten op internet spelen en welke risico’s Nederland bedreigen. Dit om meer inzicht in de werking van de diensten te geven en waar die zich mee bezighouden, voor zover het grote publiek dit mag weten.

“Ik kan jullie niets over onze bronnen, werkwijze en huidige informatiepositie vertellen. Dit vereist geen verdere uitleg”, liet Reyn de zaal weten. Hij begon met het ontzenuwen van populaire mythes, zoals de mythe dat de AIVD al het e-mailverkeer zou afluisteren. “Dat is niet het geval.”

Dreigingen
“Het is belangrijk dat burgers begrijpen wat we doen en waarom wat we doen van belang is voor hun veiligheid.” Volgens Reyn zijn cybercrime en cyberspionage in dat licht twee van de grootste dreigingen voor de nationale veiligheid. “Er is geen twijfel dat cyberspionage, samen met cybercrime, de grootste dreiging is waar we in het cyberdomein mee te maken hebben.”

Vanwege de omvang van de dreiging is het belangrijk dat partijen samenwerken. “Deze dreiging is te groot om alleen aan te pakken.” Daarin spelen ook internetgebruikers een rol. Volgens Reyn gedragen veel mensen zich nog altijd op onveilige wijzen en zijn zich niet van de risico’s bewust. Zo wordt software niet gepatcht, worden wachtwoorden nauwelijks gewijzigd en laat men overal persoonlijke informatie op het web slingeren.

Voorbeelden hiervan verschijnen dagelijks in de media. Het probleem met cyberspionage is dat het onzichtbaar is. “Het is een feit dat buitenlandse inlichtingendiensten op geheime wijze toegang tot belangrijke informatiesystemen proberen te krijgen.” Veel van deze aanvallen worden door bestaande beveiligingssystemen nauwelijks gedetecteerd.

E-mail
“We zijn niet geinteresseerd in elke e-mail of verstuurd sms-bericht, of elk cyberincident. Onze focus ligt bij dreigingen voor de nationale veiligheid.” Cyberspionage en cybercrime ziet de AIVD als serieuze dreigingen, dat geldt echter niet voor cyberterrorisme. Cyberterroristen vormen nog geen grote bedreiging voor de nationale veiligheid, aldus Reyn. “De mogelijkheden die cyberterroristen hebben zijn op dit moment beperkt.”

Terroristen zouden dan ook nog niet bij grote cyberaanvallen betrokken of hiervoor verantwoordelijk zijn geweest. Ook voor hacktivisten is Reyn niet bang. Hij vergeleek ze met het digitale equivalent van demonstrerende mensen.

De grootste dreiging komt dan ook van andere staten. Reyn stelt dat in veel landen het de juridische taak van de overheid is om andere landen te bespioneren om hun eigen positie in de wereld te versterken. “Elke dag proberen duizenden mensen die voor legio inlichtingendiensten werken toegang tot de informatie van andere landen te krijgen. En je kunt ervan uitgaan dat een aantal in Nederland is geinteresseerd.”

En Nederland is voor deze landen een interessant doelwit op zowel economisch, technologisch als wetenschappelijk gebied. Volgens Reyn is er nog een te groot vertrouwen in de veiligheid van ICT-systemen.

Spionage
Cyberspionage is voor veel landen aantrekkelijk, ging Reyn verder. “Het is een goedkope manier om in korte tijd een grote hoeveelheid data te verzamelen en is voor een groot aantal doelen te gebruiken. Daarnaast is het risico op detectie klein en is ‘attributie’ lastig.” Het is bijna onmogelijk voor aangevallen landen om te bewijzen wie de dader is. “Landen zoeken bewust naar lekken in software en systemen”, stelt Reyn.

Volgens Reyn worden soms agenten gebruikt die USB-sticks op systemen aansluiten die niet op het internet zijn aangesloten. Daarnaast worden ook bekendere tactieken toegepast. “We zien vaak valse e-mails met verborgen malware.” Om ervoor dat te zorgen dat het slachtoffer deze e-mails ook opent, gebruiken staten klassieke spionagetactieken. “Ze zoeken naar menselijke kwetsbaarheden.”

Aftappen
Aan het eind van de lezing stelde Simone Halink van digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom nog een vraag over de transparantie en openheid die de AIVD wil uitdragen, terwijl de bevoegdheden waaronder de dienst opereert mogelijk verder worden uitgebreid. Daardoor kan de dienst wel elke e-mail onderscheppen, zowel van Nederlandse als buitenlandse internetgebruikers.

Nederlandse veiligheidsdiensten hebben op dit moment de bevoegdheid om “ongericht” communicatie te onderscheppen. Ze mogen onder bepaalde voorwaarden de recorder aanzetten. Het gaat dan om “ongericht ontvangen en opnemen van niet-kabelgebonden telecommunicatie”.

Op dit moment is er een wijzigingsvoorstel voor de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv) in de maak, waardoor die bevoegdheid wordt uitgebreid naar het aftappen van communicatie via kabels.

“De wet is in 2002 gemaakt en sindsdien heeft de technologie zich verder ontwikkeld. De meeste communicatie verloopt tegenwoordig via de kabel. Het is belangrijk dat de wet de spelregels beschrijft waar de inlichtingendiensten aan moeten voldoen, maar dat de wet zelf niet afhankelijk van technologie is”, aldus Reyn.

Vrijdag,11:38 doorRedactie

Find this story at 01 February 2013

© 2001-2013 Security.nl – The Security Council

Onterechte weigering circus in Almelo. Almelo vreest onterecht demonstraties dierenrechtenactivisten

Circus Belly-Wien heeft in Almelo bezwaar aangetekend tegen de aan het circus geweigerde speelvergunning voor 2012. In TC/Tubantia lezen we waarom Almelo geen speelvergunning wilde afgeven aan Circus Belly-Wien: De gemeente vreest een verstoring van de openbare orde door vechtpartijen met dierenrechtenactivisten.

De door de gemeente Almelo genoemde demonstraties van dierenrechtenactivisten en vechtpartijen met dierenrechtenactivisten vonden plaats in voornamelijk 2009. Toen heeft een AIVD-infiltrant onder de schuilnaam “Paul Kraaijer” wekelijks demonstraties georganiseerd bij Circus Belly-Wien met slechts een doel: Het in kaart brengen van de in Nederland opererende dierenrechtenactivisten. Tijdens de demonstraties werden activisten door de aanwezige KLPD agenten gefotografeerd en gefilmd. Deze acties van de AIVD en de politie hebben uiteindelijk geleid tot de arrestatie van enkele bekende dierenrechtenactivisten, waaronder de “Vegan Streaker”. Dezelfde AIVD-infiltrant heeft Circus Belly-Wien in diskrediet gebracht. Sinds 2011 is er geen enkele keer meer gedemonstreerd tegen circusdieren. Ook zijn er sinds 2011 geen vechtpartijen meer geweest; ook niet bij Circus Belly-Wien. Door personeelswisselingen is de “grootste vechtersbaas” ook niet meer bij het circus aanwezig.

Almelo, 18 januari 2013

Find this story at 18 January 2013

© http://www.klassiekcircus.nl/

Circuscommissie ziet complot van AIVD tegen circus Belly Wien

ALMELO – De gemeente Almelo heeft circus Belly Wien ten onrechte geweigerd, zegt de Commissie Klassiek Circus. De AIVD en de politie zouden een hetze tegen het circus zijn begonnen.

De commissie legt die complottheorie uit op de eigen website. Almelo weigert Belly Wien omdat de gemeente bang is voor ongeregeldheden. Die angst is gebaseerd op demonstraties van dierenrechtenactivisten en vechtpartijen elders.

Geplaatst op:
21 januari 2013
Laatste update:
21 januari, 12:18

Find this story at 21 January 2013

Copyright © 2012 Wegener Media

Defensie probeerde ex-spion af te kopen

Vijfhonderdduizend euro zwijggeld heeft het ministerie van Defensie geboden aan ex-agent I.A. (42) van de militaire inlichtingendienst MIVD. Op geheime bandopnamen – in bezit van De Telegraaf – biedt mr. Marc Gazenbeek, directeur juridische zaken bij het ministerie van Defensie, duidelijk hoorbaar het ’ongelooflijk mooie’ geldbedrag aan, zoals hij zelf zegt.

In ruil moet de ex-agent alle juridische procedures staken tegen de ministeries van Defensie en van Buitenlandse Zaken. Bij de onderhandelingen tussen de ex-agent en Defensie waren ook landsadvocaat Eric Daalder aanwezig en I.A.’s advocaat Michael Ruperti.

door Bart Olmer en Charles Sanders

vr 18 jan 2013, 05:30

Find this story at 18 Januar 2013

© 1996-2013 TMG Online Media B.V., Amsterdam.

informatieverzoek Occupy beweging in Nederland

Onderwerp: informatie verzoek inlichtingen- en opsporingshandelingen, databanken, situatierapportages, programma’s, informatieoverdracht, informatie uitwisseling, dataverzameling, optreden, projecten en beleid met betrekking tot mensen/burgers/ingezetenen die actief zijn betrokken bij de Occupy beweging en de Occupy beweging zelf in de plaatsen Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag.

 

Geachte Mw./Dhr.,

Met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur, WIV, BUPO, EVRM en andere burger- en mensenrechtelijke wetten en verdragen richt ik mij tot u met een verzoek om informatie.

openbaarheid verzoek van 20 december 2012 

 

 

Het betreft informatie inzake inlichtingen- en opsporingshandelingen, databanken, situatierapportages, programma’s, informatieoverdracht, informatie uitwisseling, dataverzameling, optreden, projecten en beleid met betrekking tot mensen/burgers/ingezetenen die actief zijn betrokken bij de Occupy beweging en de Occupy beweging zelf in de plaatsen Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Den Haag en eventuele andere gemeenten.

 

Ik zou graag alle documenten met betrekking tot mensen/burgers/ingezetenen die actief zijn betrokken bij de Occupy beweging en de Occupy beweging zelf in de plaatsen Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag van u ontvangen. U kunt hierbij denken aan:

 

Onderzoeken, evaluaties, rapportages, overzichten, lijsten, check-lijsten, puntenlijsten, formulieren, eventuele processen verbaal, statistieken, beleidsdocumenten, richtlijnen, aanwijzingen, overwegingen, notulen, verslagen, draaiboeken, plannen van aanpak, planningen, concepten, briefings, digitale communicaties, interne communicatie (waaronder e-mail), meldingen, mutaties, databestanden, registraties en andere documenten met betrekking tot inlichtingenhandelingen, databanken, situatierapportages, programma’s, informatieoverdracht, informatie uitwisseling, dataverzameling, projecten en beleid met betrekking tot mensen/burgers/ingezetenen die actief zijn betrokken bij de Occupy beweging en de Occupy beweging zelf in de plaatsen Amsterdam, Utrecht, Rotterdam, Den Haag en eventuele andere gemeenten.

 

Binnen het kader van de Wob (art. 10 lid 2 sub e) en de Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging kunt u deze stukken gemotiveerd anonimiseren.

 

Conform de Wet Openbaarheid van Bestuur verwacht ik binnen wettelijke termijnen antwoord op mijn verzoek.

 

U weet dat er met mij over termijnen en afwikkeling overlegd kan worden.

 

Gaarne ontvang ik een bewijs van ontvangst.

 

Een vriendelijke groet

 

Postbus 10591

1001 EN Amsterdam

www.burojansen.nl

e-mail info@burojansen.nl

tel 0206123202

mob 0634339533

nieuwsblog.burojansen.nl

www.identificatieplicht.nl

www.preventieffouilleren.nl

www.openheid.nl

www.openbaarheid.nl

www.justitievrijheidenveiligheid.nl

Scripties en rapporten over etnisch profileren

“Leden van etnische minderheden zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteitsstatistieken. In Nederland is veel onderzoek gedaan naar verklaringen voor het criminele gedrag van leden van etnische minderheden. Er is daarentegen nauwelijks aandacht besteed aan de mogelijkheid dat de oververtegenwoordiging een weerspiegeling is van selectief politieoptreden. Ik stelde daarom de vraag welke factoren van invloed zijn op de keuzes die politiemensen maken met betrekking tot het staande houden van burgers, een praktijk waarin selectief politieoptreden het duidelijkst op te merken is, en of deze selectiviteit mogelijk een verklaring is van de oververtegenwoordiging van etnische minderheden in de criminaliteitscijfers.”

Bovenstaande passage komt uit de afstudeerscriptie “Een verdacht profiel, selectief politieoptreden in Veenendaal”. Etnisch profileren binnen het politie en justitie apparaat lijkt steeds meer aandacht te krijgen. Lijkt omdat in de jaren negentig ook al onderzoek werd gedaan naar het selectieve optreden van de politie. Hier een overzicht van de afstudeerscripties en rapporten uit binnen- en buitenland. Niet al het onderzoek is opgenomen. Veel theoretisch werk wordt niet gepresenteerd, alleen een overzichtsartikel en een literatuurstudie. De scripties en rapporten gaan over de praktijk van de politie.

Find this story at 19 June 2012

Jacht op de schoonmaakster

In de afgelopen twee jaar worden in de chique buurten van Haarlem tientallen zwarte schoonmaaksters en klusjesmannen opgepakt. De vreemdelingenpolitie krijgt een tip van busmaatschappij Connexxion. Die heeft last van zwartrijders. In een aantal gevallen blijkt het te gaan om illegale vreemdelingen. De politie volgt zwarte mensen op weg van de bushalte naar hun werk om ze op heterdaad te kunnen betrappen op illegale arbeid. Maar volgens de rechter mag dat niet. De politie mag mensen niet op grond van hun huidskleur volgen en om hun papieren vragen.

Lees ook het nieuwsbericht: Vreemdelingenpolitie Kennemerland negeert rechterlijke uitspraken

We krijgen eind september informatie waaruit blijkt dat politie Kennemerland toch doorgaat met de aanhoudingen. We onderzoeken of de vreemdelingenpolitie zich houdt aan de uitspraak van de rechter.

150.000 schoonmaakhulpen
In het tijdperk van de tweeverdieners, hebben steeds meer gezinnen een schoonmaakhulp. Volgens een recente schatting van de FNV zijn er daar zo’n 150 duizend van in ons land. Het merendeel van de schoonmakers is van buitenlandse afkomst. Veel van hen zijn illegaal. Ze mogen niet werken en als ze worden aangehouden worden ze het land uitgezet. Ze zijn continu bang om opgepakt te worden.

Persoonlijk relaas
In ZEMBLA vertellen twee van de in de omgeving van Haarlem opgepakte schoonmakers over hun aanhouding. Emily werd in juni 2011 aangehouden in Heemstede: ‘De politieman vertelde me dat veel zwarte mensen zonder vergunning werken. Ik zei: ‘Niet alle.’ Hij zei: ‘De meeste.’

Joseph werd in maart 2010 opgepakt in Overveen: ‘Ze zeiden: ‘Jij gaat terug naar Afrika.’ Hij was aan het lachen: ‘Jullie Afrikanen, jullie komen hier maar, betalen geen belasting, allemaal zwart werk.’

Ethnic profiling
De vreemdelingenpolitie is aan strenge regels gebonden bij het aanhouden van Illegalen. Professor van Walsum, hoogleraar migratierecht aan de VU: ‘De politie mag niet zomaar iedereen in het wilde weg aanhouden en naar hun papieren vragen. Er moet wel sprake zijn van een gerechtvaardigd vermoeden van illegaal verblijf.’ Professor Staring, bijzonder hoogleraar Mobiliteit aan de Erasmus Universiteit Rotterdam: ‘Je zit natuurlijk al heel snel op het terrein van racisme, discriminatie, ethnic profiling zoals dat genoemd wordt, en dus willekeur ook. Dus je kunt niet zomaar iemand aanhouden op basis van huidskleur.’

De hoogste rechter, de Raad van State, maakt in juli vorig jaar korte metten met deze methode van de vreemdelingenpolitie in de dure buurten rond Haarlem. ZEMBLA ontdekt dat ondanks de uitspraak van de Raad van State in juli vorig jaar, de vreemdelingenpolitie doorgaat.

Research: Marieke van Santen
Samenstelling en regie: Sander Rietveld
Eindredactie: Manon Blaas

Find this story & video at 21 December 2012

Jantje Beton wil geen geld meer van G4S

Jantje Beton zet de sponsorovereenkomst met beveiligingsbedrijf G4S Cash Solutions Nederland stop. Dit omdat het hoofdkantoor van het bedrijf G4S in de media werd beschuldigd van betrokkenheid bij de beveiliging van Israëlische gevangenissen waar Palestijnse politieke gevangenen onterecht vast zouden zitten. Dat meldde Jantje Beton.

De partijen besloten na goed overleg dat het „onwenselijk” was om te blijven samenwerken.

 

ma 24 dec 2012, 16:09

Find this story at 24 December 2012

© 1996-2012 Telegraaf Media Nederland | Landelijke Media B.V., Amsterdam.

Politie ronselde opnieuw journalist

AMSTERDAM – Eind juli is een journaliste benaderd door ‘twee personen die zich bekendmaakten als agenten’, die haar vroegen om tegen betaling foto’s te maken voor de politie.

Daarvan heeft de Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten (NVF) dinsdagavond melding gemaakt.

De 26-jarige studente/fotojournaliste werd op haar privéadres benaderd door twee agenten die zich bekendmaakten als politie. Ze zeiden haar foto’s op Facebook te hebben gezien.

De journaliste gaf ondanks herhaaldelijk verzoek te kennen niet te willen meewerken. Ze voelde zich geïntimideerd, toen de agenten maar bleven aandringen.

 

AIVD

Ze maakt regelmatig foto’s in de kraakscéne. Enkele weken eerder was haar camera gestolen. In het onderzoek daarnaar had de politie Amsterdam de geheugenkaart bekeken om strafrechtelijk materiaal te verzamelen, bevestigt een woordvoerder van de politie aan de NVF.

Maar de politie Amsterdam weet niets van het voorval, het bezoek staat daar niet geregistreerd. De woordvoerder denkt dat het ‘andere mensen’ zijn geweest.

De NVF heeft de AIVD benaderd, maar die kunnen niks over dit specifieke voorval zeggen. Wel laat een woordvoerster aan de NVF weten dat de AIVD ‘geen politie’ is.

 

Geen verlengstuk

De NVF is onderdeel van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), die eerder al te kennen gaf het ronselen van journalisten sterk te veroordelen. “Journalisten zijn geen verlengstuk van justitie.”

NVJ-secretaris Rosa García López van de sectie NVF geeft toe dat de agenten strikt juridisch ‘niets illegaals’ hebben gedaan. “Het enige dat we nu kunnen doen is het signaleren en hopen dat er een waarschuwing van de NVJ vanuit gaat”, zegt ze tegen NU.nl. “Daarom hopen we dat meer journalisten bij wie dit gebeurd is zich melden.”

 

Peking

In juni werd bekend dat de AIVD tijdens de Olympische Spelen in Peking in 2008 sportjournalisten zou hebben benaderd tegen betaling foto’s te maken van Chinese officials.

 

Find this story at 22 August 2012

 

Copyright © 1998-2012 NU.nl is onderdeel van het netwerk van Sanoma Media Netherlands groep

Nut van nieuw camerasysteem langs de grenzen niet bewezen

Binnenland Het kabinet verwacht veel van een nieuw camerasysteem langs de grens. Ook al is de effectiviteit niet bewezen. Bovendien hebben privacy-experts grote bezwaren.

De grenzen in Europa verdwenen? Nee hoor, vanaf 1 januari zijn ze terug. Dan voert Nederland weer gewoon grenscontroles in langs de grenzen met Duitsland en België. En anders dan vóór het vrije verkeer van personen in Europa worden dan niet een paar, maar alle passerende voertuigen gecontroleerd.
Douanebeambte maakt plaats voor geavanceerde camera

Klinkt dat onwaarschijnlijk? Toch is het waar. Betekent dit weer files bij de grens? Nee, want de strenge douanebeambte is vervangen door een geavanceerde camera, gekoppeld aan de computers van de marechaussee. Wie in een gestolen auto rijdt of om een andere reden de belangstelling wekt van de militaire politie, wordt een paar kilometer na de grens alsnog aan de kant gezet.

@migo-boras is de mysterieuze naam van het cameranetwerk dat momenteel bij vijftien grensovergangen wordt ingericht. De automobilist die daar passeert, kan het digitale oog van de overheid straks niet meer ontlopen. Ook elders in Nederland groeit het aantal camera’s langs de snelwegen snel.

En behalve een oog krijgt de overheid ook een geheugen. Als het aan minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) ligt, mogen de miljoenen foto’s die nu langs de snelwegen worden gemaakt, straks weken worden bewaard. Onduidelijk is nog of dat ook gaat gelden voor de beelden van de nieuwe grenscamera’s.
Marechaussee wil niets kwijt over grenscontrolesysteem

Net zo mysterieus als de naam @migo-boras is de houding van de Koninklijke Marechaussee die – twee maanden voordat de apparaten gaan flitsen – niet wil vertellen hoe het grenscontrolesysteem werkt. En wat is het doel van @migo-boras? Wie worden er aan de kant gezet en waarom? Wat gebeurt er precies met de foto’s? Op zijn vroegst eind december wordt hier openheid over geboden. Een weekje voor de daadwerkelijke invoering.

Documenten die met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur werden verkregen, bieden enige informatie. Bijvoorbeeld over die mysterieuze naam. @migo-boras staat voor ‘automatisch mobiel informatie gestuurd optreden – better operational result and advanced security’. Verder blijkt dat @migo-boras straks behalve het kenteken ook de zijkant van voertuigen fotografeert.

De techniek die nu al langs de snelwegen wordt gebruikt heet ANPR: automatic number plate recognition. Gefotografeerde nummerplaten worden in enkele seconden vergeleken met een lijst van voertuigen van verdachten; daarbij het kan ook gaan om mensen die nog een parkeerboete moeten betalen of wier apk is verlopen. Bij een treffer kan de wagen korte tijd later aan de kant worden gezet, als er tenminste politie in de buurt is.
Meer mogelijkheden als foto’s mogen worden bewaard

De mogelijkheden breiden zich uit als de foto’s straks mogen worden bewaard. Dan kan bijvoorbeeld worden gekeken of een verdachte op het moment van een misdrijf in de buurt reed. Nu mogen nog alleen foto’s worden opgeslagen die een ‘hit’ opleveren, de rest moet direct worden verwijderd.

Verder worden de kentekens van wagens die de grens passeren straks door allerlei databases gehaald, zo blijkt uit de opgevraagde documenten. Dan gaat het bijvoorbeeld om het kentekenregister van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, of Nederlandse en Europese politie- en vreemdelingenregisters. De marechaussee krijgt zes SUV’s met camera’s die in de grensgebieden gaan rondrijden.
Europese Commissie onderzoekt of systeem in strijd is met Schengen

De Europese Commissie onderzoekt of het systeem in strijd is met het verdrag van Schengen, dat het mogelijk maakt zonder grenscontroles tussen landen te reizen. Maar ook privacydeskundigen hebben bezwaren. Politieagenten die in de database mogen zoeken, komen heel wat te weten over het gedrag van hun medeburgers. Bert Jaap Koops, hoogleraar regulering van technologie aan de Universiteit van Tilburg, is daar kritisch over: „Er moet goed worden geregeld dat alleen een beperkte groep opsporingsambtenaren toegang heeft en dat er alleen controleerbare zoekacties worden gedaan in het kader van een opsporingsonderzoek.” Hier kan het gemakkelijk misgaan. Zo bleek eerder dat pincodes die toegang geven tot een database waarin agenten kunnen opzoeken wie een dreig-tweet heeft verstuurd, ook rondgingen onder collega’s die niet in het bestand mochten.
CBP: opslaan kentekens rechtvaardigt inbreuk op persoonlijke levenssfeer burgers niet

Begin dit jaar oordeelde het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) dat het opslaan van kentekens niet zó onmisbaar is bij misdaadbestrijding dat het de „inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van een groot aantal burgers” rechtvaardigt. Want het nut lijkt groot, maar is nog niet bewezen. Het college schrijft dat er nog maar weinig onderzoek is gedaan naar de effectiviteit van nummerplaatherkenning met ANPR bij het terugdringen van criminaliteit. Ook niet in de VS en Groot-Brittannië, waar al veel langer wordt gewerkt met dit systeem. En de paar buitenlandse onderzoeken waarin wel de vraag werd opgeworpen of ANPR criminaliteit als autodiefstal terugdringt, laten geen effect zien.
Opstelten komt ondanks kritiek met wetsvoorstel voor kentekenopslag

Find this story at 31 October 2012

door Wilmer Heck

© Copyright 2011. NRC Media. All rights reserved.

Camera’s houden grens scherp in vizier

ENSCHEDE – De marechaussee gebruikt sinds gisteren ‘meedenkende’ camera’s om aan de grens bij De Lutte en de N35 in Enschede toezicht te houden op zaken als illegale migratie, witwaspraktijken, mensenhandel en identiteitsfraude.

Het camerasysteem selecteert op basis van risicoprofielen voertuigen die interessant zijn om te controleren.

Find this story at 2 August 2012

Copyright © 2012 Wegener Media

Ongewenste fouillering in de Pijp (Amsterdam)

Een oude man met trillende handen en een wandelstok, een oma, een meisje van 14, een moeder en een keurige meneer. Wat hadden ze gedaan? Blijkbaar iets want ze werden door de politie gefouilleerd op verboden wapenbezit. In het kader van een preventie fouilleer actie ging de politie met man en macht aan de gang om iedereen in de Pijp te fouilleren. Het was een intimiderend gezicht en niet alleen dat het voelde heel bedreigend, zoals ik zelf aan de lijve ervaarde. “Ja mevrouw”, zei een agent, ” dat moeten we doen want er zijn dit jaar al vier moorden gepleegd in de Pijp en om niemand te discrimineren, fouilleren we iedereen.” Natuurlijk, heel logisch!!! Heel logisch om de pret van mensen die lekker wat aan het drinken of eten zijn te onderdrukken en heel logisch om ook mensen angstig te maken. De één vond het misschien wel grappig, maar een ander had duidelijk last er van vanwege een trauma of iets dergelijks. Maar ja, die oude en trillende man zou natuurlijk een moordenaar kunnen zijn en onder onze strakke zomerjurkjes kan wel eens een wapen verborgen zijn…

Weigering

Ik vraag me af wat deze actie voor zin had – zoveel onschuldigen lastigvallen met de nodige paniek hier en daar om zogenaamd moorden te voorkomen… De echte wapenbezitters zijn al lang verdwenen als ze die busjes en al die agenten zien met de gele hesjes aan. Eerst waren ze in het Sarphatipark geweest, toen in de Mc Donalds en nu op het Heinekenplein waar ik met wat vrienden en familie gezellig een borrel zat te drinken. Ook wij moesten gefouilleerd worden, mijn nekharen stonden meteen overeind en mijn gevoel van onrechtvaardigheid kwam naar boven; dit klopt niet! Ik wil helemaal niet gefouilleerd worden. Ik zei dit ook tegen de agenten, die eerst zeiden dat ze dat natuurlijk begrepen, maar het was verplicht en ze gaven me een folder die dat duidelijk maakte. Niet dus – en o ja de burgemeester had in deze actie toegestemd, dus dan moest ik toch eraan mee doen. “En als ik het niet doe”, zei ik. Nou, dan moesten ze me aanhouden en meenemen naar bureau, waar ik een veroordeling kon verwachten en een boete van minstens 300 euro. “Nou”, zei ik, “neem me dan maar mee” en ik was benieuwd tot hoever deze poppenkast zou doorgaan. Het was toch van de zotte dat ik gestraft kon worden. Ik heb toch een recht van weigeren. Nee, blijkbaar niet – en het was dat mijn dochter erbij was die mij smeekte om toch mee te werken, anders was ik mee gegaan naar het bureau. “Ach”, zei een agent, “houdt het toch gezellig mevrouw”. Gezellig zeg je, ik had het heel gezellig tot jullie aan die intimiderende actie begonnen.

Onderscheidend vermogen

Wat is er met het onderscheidend vermogen van de politie gebeurt, dat ze niet kunnen zien dat onze groep met een paar oma’s, jonge meiden en doodgewone moeders geen dreiging vormen. Nee, het was allemaal in het kader van het voorkomen van discriminatie! Ik vraag je: is dat het waard dat je dan zoveel emotionele onrust veroorzaakt en hartaanvallen riskeert van doodgewone mensen die niet begrijpen wat er gebeurt.. Is dit dan die politiestaat die we vreesden. Het lijkt er wel op – ik durf de stad niet meer in te gaan, bang dat dit nog een keer gebeurt. Ik slaap vannacht heel onrustig, alleen al door de frustratie. Welke onzinnige bureaucraat heeft dit nu weer verzonnen? Kan dit dan zo maar?

Manon Tromp
Amsterdam

Criminele drugsinfiltrant VS jarenlang actief in Nederland

’Inzet burgerinfiltranten in Nederland strikt verboden’

 

De Amerikaanse drugsbestrijdingsorganisatie DEA heeft een criminele burgerinfiltrant ingezet in Nederland. Het AD heeft de hand weten te leggen op geheime rapporten van de DEA.

 

De burgerinfiltrant speelde een hoofdrol bij de gecontroleerde doorvoer van een grote hoeveelheid drugs in Europa. Doel was het in de val lokken van drugscriminelen. Op de partij kwamen meerdere Nederlanders af. Infiltrant ‘Mono’ werkte maandenlang vanuit Amsterdam.

 

De rol van de DEA-infiltrant ligt gevoelig, omdat het een bom kan leggen onder het proces tegen de potentiële kopers die momenteel in Haarlem terechtstaan. De verdachten vermoeden dat de DEA in Nederland buiten haar boekje is gegaan en eisen inzage in de operatie. De Amerikanen weigeren dat.

 

Justitie claimt dat ze eind 2009 voor het eerst hoorde dat Mono voor de DEA werkte. Een artikel uit de Poolse krant Gazeta Wyborcza zet vraagtekens bij die verklaring. Nederland zou namelijk al op 11 februari 2009 een bemiddelende rol hebben gespeeld tussen de DEA en de Poolse geheime dienst ABW.

 

Vindt dit verhaal op 16 juni 2012

 

Bewerkt door: Leonie Francien Sellies

16-6-12 – 08:23  bron: ANP

De infiltrant was maandenlang actief in Amsterdam. © ANP.

 

De Persgroep Digital. Alle rechten voorbehouden.

De inzet van de afluisterbevoegdheid en van de bevoegdheid tot de selectie van Sigint door de AIVD

Bij het toezichtsrapport inzake de inzet van de afluisterbevoegdheid
en de bevoegdheid tot de selectie van Sigint door de AIVD
Het onderzoek van de Commissie heeft zich gericht op de rechtmatigheid van de inzet van
de afluisterbevoegdheid en de bevoegdheid tot de selectie van Sigint door de AIVD in de
periode van september 2010 tot en met augustus 2011. Deze bevoegdheden zijn neergelegd
in de artikelen 25 en 27 van de Wiv 2002 en mogen enkel worden ingezet indien dit
noodzakelijk is in het kader van de veiligheidstaak of de inlichtingentaak buitenland van de
AIVD. Ook is wettelijk vereist dat de inzet van deze bevoegdheden proportioneel en
subsidiair is en voldoet aan in de Wiv 2002 neergelegde zorgvuldigheidsvereisten.
De Commissie constateert dat de AIVD bij de inzet van de afluisterbevoegdheid doordacht
te werk gaat. Zij heeft in de door haar onderzochte operaties geen onrechtmatigheden
geconstateerd. Dit is gezien het grote aantal onderzochte operaties een compliment waard.
Op enkele punten constateert de Commissie evenwel dat er sprake is van
onzorgvuldigheden, vooral ten aanzien van de motivering van operaties.
Voor een deugdelijke motivering is van belang dat de AIVD hierin alle beschikbare relevante
informatie betrekt. Alleen dan kan zorgvuldig worden afgewogen of de privacyinbreuk die
gepaard gaat met de inzet van de afluisterbevoegdheid inderdaad noodzakelijk,
proportioneel en subsidiair is. De Commissie heeft in één geval geconstateerd dat contraindicaties
inzake de dreiging die van een target uitging, niet waren opgenomen in de
motivering. De Commissie signaleert ook dat de AIVD incidenteel omwille van de efficiëntie
van het inlichtingenwerk parallelle, verschillend gerubriceerde motiveringen aanwendt.
Naar het oordeel van de Commissie staat dit op gespannen voet met het belang van een
zorgvuldige en eenduidige motivering.

De Commissie constateert dat het in het onderzoek van de AIVD naar
radicaliseringstendensen niet altijd evident is dat de personen of organisaties jegens wie de
afluisterbevoegdheid wordt ingezet, ook daadwerkelijk aanleiding geven tot het ernstige
vermoeden een gevaar te zijn voor de nationale veiligheid. De Commissie onderkent het
belang van dit onderzoek maar benadrukt dat dan wel voortdurend de inzet van bijzondere
bevoegdheden jegens deze personen of organisaties kritisch geëvalueerd dient te worden. Zij
heeft in één geval geconstateerd dat de AIVD gedurende enkele jaren bijzondere
bevoegdheden heeft ingezet zonder duidelijkheid te hebben verkregen over de dreiging die
van de betrokken personen uitging. De Commissie is van oordeel dat de inzet van de
afluisterbevoegdheid met name in de laatste periode van dit onderzoek zich op het
grensgebied bevond van wat wettelijk is toegestaan. In één geval zijn door de AIVD
bijzondere bevoegdheden ingezet tegen een persoon die een bepaalde boodschap wilde
publiceren waarvan volgens de AIVD niet uit te sluiten was dat deze opgevat kon worden
als een oproep tot activisme of geweld. De Commissie vindt deze formulering te ruim. Voor
ii
de inzet van een bijzondere bevoegdheid moet immers gemotiveerd worden dat er een
ernstig vermoeden van een gevaar is.
In één geval constateert de Commissie dat de AIVD de afluisterbevoegdheid heeft ingezet
terwijl er belangrijke redenen waren om voorafgaande hieraan de MIVD de consulteren.
Hierdoor had de AIVD niet alleen mogelijk operationeel relevante informatie kunnen
verkrijgen, ook kan zo voorkomen worden dat beide diensten zich los van elkaar met
dezelfde operationele aangelegenheden bezighouden.
De Commissie onthoudt zich, net als in twee eerdere rapporten waarin dit onderwerp ter
sprake kwam, van een oordeel over de rechtmatigheid van de selectie van Sigint door de
AIVD. Bij de inzet van deze bevoegdheid licht de AIVD vaak niet toe aan wie de nummers
en technische kenmerken toebehoren en waarom deze telecommunicatie dient te worden
geselecteerd. Deze problematiek lijkt eigen aan de selectie van Sigint, de Commissie heeft dit
onlangs ook ten aanzien van de MIVD geconstateerd. De motiveringsvereisten van de Wiv
2002 zijn evenwel strikt, aangezien bij de selectie van Sigint kennis wordt genomen van de
inhoud van communicatie van personen en organisaties. In het eind 2011 uitgebrachte
toezichtsrapport 28 inzake de inzet van Sigint door de MIVD heeft de Commissie het
juridisch kader voor het gehele proces van de inzet van Sigint uiteengezet en
aanknopingspunten gegeven voor een betere motivering. De Commissie zal dan ook in het
volgende diepteonderzoek naar de inzet van de afluisterbevoegdheid en de bevoegdheid tot
de selectie van Sigint door de AIVD nagaan in hoeverre de motivering van de selectie van
Sigint is verbeterd.

Het rapport is te vinden bij CTIVD

Reactie van de minister

Persbericht

Rechercheprocessen bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit

Bij de sturing van op georganiseerde criminaliteit gerichte opsporingsonderzoeken, ontbreekt het aan voldoende inzichten: – in het opsporingsproces, – in de factoren die hierop van invloed zijn en – in de resultaten die ermee worden bereikt. Dit rapport gaat over de wijze waarop het concept ‘intelligence’-gestuurde opsporing in de praktijk uitwerkt bij de aanpak van georganiseerde misdaad. Hiertoe is ondermeer onderzocht hoe de voorbereiding van een opsporingsonderzoek naar georganiseerde misdaad in de praktijk verloopt, in hoeverre voorstellen voor onderzoeken daadwerkelijk tot opsporingsonderzoeken hebben geleid en wat daarvan de resultaten zijn geweeest. De eerste voorlopige resultaten werden reeds in 2007 in hoofdstuk 5 van het rapport “Georganiseerde criminaliteit in Nederland” (Onderzoek en Beleid, nr. 252) gepubliceerd (zie link bij: Meer informatie).

Inhoudsopgave:
Voorwoord
Samenvatting
Inleiding
Het selectieproces van zaken
Weegdocumenten van de Nationale Recherche
Van preweegdocumenten tot tactisch onderzoek
Conclusies
Summary
Literatuur
Bijlagen

Auteur(s): Bokhorst, R.J., Steeg, M. van der, Poot, C.J. de
Organisatie: WODC
Plaats uitgave: Den Haag
Uitgever: WODC
Jaar van uitgave: 2011
Reeks: Cahiers 2011-11
Type rapport: Eindrapport

Document te vinden bij

Samenvatting te vinden bij

Summary at

 

Criminele Inlichtingeneenheden waarborgen intern toezicht onvoldoende

CBP-onderzoek naar periodieke controle politiegegevens omtrent zware criminaliteit

Persbericht, 12 juni 2012
Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) heeft na onderzoek geconcludeerd dat de Criminele Inlichtingeneenheden (CIE’s) bij twee regionale politiekorpsen, de Koninklijke Marechaussee en een bijzondere opsporingsdienst onvoldoende maatregelen hebben getroffen om de wettelijke eisen omtrent bewaartermijnen van politiegegevens na te leven. Daarmee handelen zij in strijd met de wet. Het CBP deed onderzoek bij de twee regionale politiekorpsen Flevoland en Brabant Zuid-Oost, de Koninklijke Marechaussee en de Inlichtingen en -Opsporingsdienst van de Inspectie Leefomgeving en Transport. De CIE’s verwerken politiegegevens om inzicht te krijgen in de betrokkenheid van personen bij ernstige en georganiseerde misdrijven. Voor de verwerking van deze gevoelige (politie)gegevens omtrent zware criminaliteit gelden strenge wettelijke eisen, mede omdat de informatie niet altijd betrouwbaar is terwijl de risico’s en gevolgen van de verwerking groot kunnen zijn voor de personen die het betreft. De Wet politiegegevens (Wpg) bepaalt dan ook dat dergelijke politiegegevens moeten worden verwijderd zodra zij niet langer noodzakelijk zijn. Daarbij geldt dat uiterlijk vijf jaar nadat voor het laatst gegevens zijn toegevoegd, de gegevens moeten worden verwijderd. De wet eist bovendien een periodieke (jaarlijkse) toets om vast te stellen in hoeverre de gegevens nog noodzakelijk zijn voor het doel waarvoor ze werden verwerkt. Uit het onderzoek blijkt dat geen van de vier onderzochte partijen deze bij wet verplichte periodieke toets uitvoert dan wel niet concreet genoeg toetst of de opgenomen politiegegevens nog noodzakelijk zijn. Ook constateert het CBP dat het verplichte interne toezicht door de privacyfunctionarissen op de naleving van de bewaartermijnen van de gegevens inclusief het toezicht op de periodieke controle van de noodzaak om ze te bewaren, tekort is geschoten.

Lees het rapport van definitieve bevindingen Regionaal politiekorps BZO (528 KB)

Lees het rapport van definitieve bevindingen Regionaal politiekorps Flevoland (528 KB)

Lees het rapport van definitieve bevindingen Koninklijke Marechaussee (502 KB)

Lees het rapport van definitieve bevindingen Inspectie Leefomgeving en Transport – Inlichtingen en Opsporingsdienst (492 KB)
Periodieke controle
De wetgever verplicht tot een periodieke, jaarlijks uit te voeren, interne controle waarna gegevens die niet langer noodzakelijk zijn moeten worden verwijderd. De politie moet daarbij het belang van de registratie van de gegevens voor de uitvoering van de politietaak afwegen tegen de belangen van de betrokkene bij verwijdering. Deze belangenafweging kan leiden tot verwijdering van de gegevens voordat de uiterste bewaartermijn van vijf jaar is verlopen.

Controle door de privacyfunctionaris
De Wpg verplicht de politiekorpsen om een privacyfunctionaris aan te stellen die als taak heeft gegevensverwerkingen intern te controleren, onder meer op de naleving van de bewaartermijnen. Het CBP constateert dat geen van de privacyfunctionarissen de afgelopen jaren een onderzoek heeft uitgevoerd naar (de naleving van de bewaartermijnen van) gegevensverwerkingen door de CIE. Daarmee schiet de verplichte interne controle om de grenzen van de Wpg te bewaken, tekort.

Hits en hints: De mogelijke meerwaarde van ANPR voor de opsporing

Automatic Number Plate Recognition (ANPR) is een techniek waarmee kentekens met behulp van camera’s automatisch worden gelezen en vervolgens worden vergeleken met één of meer referentiebestanden. Deze bestanden bevatten kentekens waarmee iets aan de hand is, bijvoorbeeld een openstaande boete, een gestolen voertuig of een rijontzegging. Er zijn op dit moment 90 mobiele en 120 vaste ANPR-camera’s in gebruik bij de Nederlandse politie.
Dit onderzoek maakt duidelijk of, en zo ja hoe, ANPR kan bijdragen aan (verbeterde) opsporing, vervolging en berechting van delictplegers.
De probleemstelling van dit onderzoek is als volgt geformuleerd:
Hoe wordt binnen de Nederlandse strafrechtspleging gebruik gemaakt van ANPR?
Op welke elementen van de strafrechtsketen is ANPR van invloed?
Draagt de inzet van ANPR bij aan een effectiever werkende strafrechtsketen en zo ja, hoe dan?

Inhoudsopgave:
Managementsamenvatting
English summary
Inleiding
ANPR in Nederland
Wetgeving en bewaartermijn
Beoordelingskader ANPR
Stap 1: Scannen
Stap 2: Referentielijsten en hits
Stap 3: Reactie
Neveneffecten, knelpunten en kosten/baten
Slotbeschouwing
Bijlagen
Auteur(s): Flight, S., Egmond, P. van
Organisatie: DSP-groep, WODC
Plaats uitgave: Amsterdam

 Document te vinden bij

Samenvatting te vinden bij

Summary at

Tappen en infiltreren

De telefoontap is een veelvuldig ingezet opsporingsmiddel. Nu de inzet van telefoontap steeds minder effectief blijkt en de internettap nog in de kinderschoenen staat, lijkt het voor de hand te liggen dat er in de opsporing meer aandacht zal komen voor andere bijzondere opsporingsmethoden, zoals observatie (stelselmatig volgen), infiltratie, pseudokoop en -dienstverlening, undercover stelselmatig informatie inwinnen, inkijken, direct afluisteren en bijstand en opsporing door burgers (informanten en infiltranten). In dit themanummer wordt daarnaast aandacht besteed aan het fenomeen exfiltratie, ofwel meewerkende criminele getuige.

Inhoudsopgave:
Voorwoord
Wie belt er nou nog? De veranderende opbrengst van de telefoontap – G. Odinot en D. de Jong
Mogelijkheden en beperkingen van de internettap – J.J. Oerlemans
Opsporingsbevoegdheden en privacy; een internationale vergelijking – J.B.J. van der Leij
Undercoveroperaties: een noodzaakelijk kwaad? Heden, verleden en toekomst van een omstreden opsporingsmiddel – E.W. Kruisbergen en D. de Jong
De exfiltratie van verdachte en veroordeelde criminelen; over de onmisbaarheid van een effectieve regeling voor coöperatieve criminele getuigen – C. Fijnaut
Summaries

Organisatie: WODC
Plaats uitgave: Den Haag

Document te vinden bij

Voorwoord te vinden bij

Summaries at