Occupyer benaderd door de RID

Tijdens een actiekamp van Occupy Ede in 2012 werd een jongeman aangehouden door de politie omdat hij boetes had openstaan. In de cel kreeg hij bezoek van een RID’er die hem vergeefs gepolst heeft om informant te worden.

De 25-jarige ‘Sjoerd’ sprak met Buro Jansen & Janssen over zijn ervaringen met de politie en een man van een inlichtingendienst die hem lastig vielen in de weken voorafgaande en op de dag van de kroning van Willem-Alexander. De uitwerking daarvan lees je in het artikel ‘Inlichtingendienst intimideert anti-monarchist’, zie elders in deze nieuwsbrief.

Tijdens onze gesprekken met Sjoerd vertelde hij terloops over een benadering door ene Greet. Dat zat zo. Sjoerd deed mee aan Occupy Ede, een kleine groep mensen die in de stad in de Gelderse vallei de wereld wilde verbeteren. Een stad die vooral in het nieuws komt als er iets met Marokkaanse Nederlanders aan de hand is, verders een doorsnee Gelderse gemeente. Occupy Ede haalde zelfs in 2012 de landelijke media.

Na het langdurig kamperen in Occupy-tenten werd Sjoerd in de laatste dagen van het protest aangehouden. Hij had nog twee boetes openstaan en de politie dacht dat Sjoerd zou zijn gevlogen als ze hem niet voor het einde van de actie zouden oppakken. Sjoerd was een bekende van de politie. Hij kraakt al vijf jaar en veel deelnemers aan Occupy waren bekend bij de sterke arm. Uit lopend onderzoek van J&J blijkt dat de politie Occupy scherp in de gaten hield en zicht probeerde te houden op de personen die aan de actie deelnamen.

Greet zonder achternaam

Nadat Sjoerd in de cel was beland, kreeg hij bezoek. Een dame die zich introduceerde als ‘Greet’ zonder achternaam wilde hem het een en ander vragen, het was beslist geen verhoor, zo benadrukte zij. Ze nam Sjoerd mee naar ‘achteren’ en zei dat ze al langer geïnteresseerd was in Occupy, ze wilde graag met hem daarover praten. Sjoerd had Greet nooit eerder gezien. Zij bood hem thee en koffie aan en hij kreeg er ook nog koekjes bij. Sjoerd wilde graag een sigaret roken, dat zou ze proberen te regelen.

Uiteindelijk draaide het gesprek van de RID’er Greet uit op een benadering. “Zij vroeg mij of ik de verklikker wilde uithangen voor de politie”, vertelt Sjoerd. Volgens Greet was Sjoerd bekend met demonstraties in de regio Gelderland vanwege zijn betrokkenheid bij Occupy Ede en kraakacties. Greet wilde heel graag dat Sjoerd zou toehappen. Ze zei dat zij in ruil voor informatie wel kaarten voor feesten voor hem kon regelen, ze had het over een beloning tussen de 50 en de 100 euro.

Greet had het gevoel dat Sjoerd misschien wel rijp was om naar de politie over te lopen. Hij leek zich namelijk af te zetten tegen Occupy die hij een ‘stel doelloze hippies’ noemde. Ook over krakers was hij niet bijster positief. ‘Die zouden zich eens een keer moeten douchen’, vertelde hij aan Greet. Sjoerd bracht het allemaal nogal serieus en niet op een lacherige manier, al bedoelde hij het vooral als practical jokes.

Greet dacht dat Sjoerd de juiste persoon was om politie-informant te worden. Ze kon hem dan wel geen strafvermindering verlenen en aan een sigaret helpen, maar indirect stelde zij hem geld in het vooruitzicht voor het verklikken, aldus Sjoerd. Hij kreeg na afloop van het onderhoud het mobiele nummer van Greet overhandigd en werd enkele dagen later vrijgelaten.

Bij thuiskomt vertelde hij zijn ervaringen aan zijn vriendin Rosa, die enthousiast werd. Ze antwoordde dat zij het wel cool zou vinden om samen met haar vriend af te spreken met een ‘echte spionne’. Sjoerd was minder enthousiast maar ging akkoord met het voorstel. Hij belde Greet en sprak met haar af bij een snackbar op station Ede-Wageningen. Toen Sjoerd met zijn vriendin drie weken na zijn celstraf op de afspraak met Greet verscheen, baalde de functionaris zichtbaar. Ze had erop gerekend om alleen met Sjoerd te kunnen praten.

Black Block

Het gesprek ontwikkelde zich ronduit bizar omdat Rosa niet echt aan het gesprek kon deelnemen. Immers, zij had nooit zelf gekraakt en ook niet deelgenomen aan Occupy. Zij kon echter wel goed boeren en begon een wedstrijd met Sjoerd in wie dat het hardst en het langst kon doen. Greet vond het vervelend dat het stel van de gehele situatie een grap maakte, maar waagde nog wel een poging. Ze begon over het ‘Black Block’ (in het zwart geklede gemaskerde autonomen, red.), of Sjoerd wilde doorgeven bij welke demonstraties het ‘Black Block’ aanwezig zou zijn, dat zou al een heleboel schelen. Ze bleek ook geïnteresseerd in namen en rugnummers van ‘Black Blockers’. Greet wilde daar zeker voor betalen, eventueel in natura in de vorm van een leuke party voor een bedrag tussen de 50 en de 100 euro.

Gaandeweg het gesprek vond Sjoerd het wel welletjes. Vanwege de meligheid en het ongemakkelijke gevoel over het verklikken, zag Sjoerd het helemaal niet meer zitten om met Greet verder te praten. Hij had het gevoel dat hij deelnam aan een gesprek waar hij eigenlijk niet thuishoorde. Greet bleef aanhouden, ze zei dat hij erover kon nadenken en dat hij haar altijd kon bellen als hij van gedachten zou veranderen. Sjoerd wilde zo snel mogelijk weg en maakte haar duidelijk dat hij absoluut niet met de politie wilde samenwerken.

In de weken daarna stuurde Sjoerd haar zo nu en dan een bericht als hij ’s avonds laat thuiskwam. Hij sms’te Greet dan ‘hoi’ en dan antwoordde zij met de vraag ‘zeg het eens?’ Heel diep ontwikkelde de communicatie zich verder niet. Sjoerd sloot het altijd af met ‘doei’ en na verloop van tijd hield hij op met communiceren met de spionne. “Ik heb sindsdien geen last meer gehad van Greet, maar haar nummers zijn 0628630364 en 0651331895, voor wie eens met haar wil communiceren over de politie en de regio Gelderland”, aldus Sjoerd. Achteraf denkt Sjoerd dat hij benaderd werd omdat hij in de cel zat en omdat hij regelmatig was geïnterviewd in kranten en op de lokale tv.

Buro Jansen & Janssen
25 maart 2015

Find this story at 25 March 2015

Ideologische orde: Gaan we protesteren? Inlichtingenoperatie studentenprotesten ‘Gaan we stenen gooien?’ deel 2

Diverse studentendemonstraties van de afgelopen jaren werden in potentie als het plegen van een misdrijf beschouwd, zo blijkt uit documenten die J&J in handen kreeg via de Wob. Bescherming van de openbare orde komt steeds meer in het teken te staan van het verzamelen van inlichtingen zonder dat hierbij duidelijk wordt waarvoor, en wat er mee gebeurt. Burgemeesters, College van B&W’s en gemeenteraden weten niets van deze operaties af.

Van eind 2009 tot de zomer van 2011 demonstreerden studenten en docenten tegen de bezuinigingen in het onderwijs. In die periode werden diverse actieve studenten in Utrecht en Amsterdam benaderd door de inlichtingendienst.

In het eerdere artikel ‘Gaan we stenen gooien?’ worden deze benaderingen in verband gebracht met het persbericht van de operationele driehoek van Den Haag van 20 januari 2011. De avond voorafgaande de demonstratie meldde burgemeester Van Aartsen namelijk dat ‘de gemeente Den Haag aanwijzingen had dat radicalen de studentendemonstratie van vandaag willen verstoren’. De burgemeester zei dat de politie die aanwijzingen baseerde op informatie afkomstig van ‘open en gesloten bronnen’.

Tijdens de demonstratie op die dag vonden er enige schermutselingen plaats op het Plein voor het Tweede Kamergebouw en op het Malieveld. De NOS meldde dat volgens de driehoek de 27 verdachten (cijfers van de politie) leden zouden zijn van de linkse groep Anti-Fascistische Aktie (AFA). Van de 27 verdachten werden er nog op dezelfde dag 22 vrijgelaten.

Inlichtingenoperatie

Naast deze benaderingen bleek het politie-apparaat een inlichtingenoperatie op touw te hebben gezet waarbij niet alleen studenten, maar ook politieke partijen in de gaten werden gehouden. Namen van sprekers en ‘bekende’ actievoerders werden aan het dossier toegevoegd om de ‘radicale’ claim van burgemeester Van Aartsen te onderbouwen.

Al die inlichtingen bleken echter boterzacht, zoals Van Aartsen in de operationele driehoek van donderdag 20 januari 2011 moest toegeven: “De burgemeester geeft aan dat hij de verstrekte informatie van de AIVD onbevredigend vindt en schorst het driehoeksoverleg.” De burgemeester belde de baas van de AIVD die meldde dat hij “niet meer informatie kan verstrekken, anders dan dat het om personen van AFA zou gaan die naar Den Haag zouden willen komen.”

De chef van de AIVD zou tijdens het telefoongesprek met Van Aartsen hebben gezegd dat “Zij [antifascisten, red.] de neiging zullen hebben om zich te mengen onder de demonstranten en gewelddadig willen optreden.” Zodra het driehoeksoverleg werd hervat, deed een van de directeuren van politie Haaglanden er nog een schepje bovenop: “Daaruit (diverse open bronnen) blijkt dat meerdere personen zich mogelijk radicaal willen manifesteren.”

Eerst vond Van Aartsen de AIVD-informatie onbevredigend, wist de politie van niets en enkele minuten later was er sprake van dat de horden “van een vijftal groepen met een verschillende achtergrond, maar alle van linkse signatuur” de volgende dag de stad zouden bestormen. “Daaronder zijn anarchistische en antiglobalistische groeperingen met een extreem karakter”, voegde de politie er nog aan toe.

Scenario’s werden aangescherpt. Tijdens het driehoeksoverleg werd een persbericht opgesteld. ‘De Haagse Driehoek heeft aanwijzingen dat radicale groeperingen de studentendemonstratie van vrijdag willen aangrijpen om de openbare orde in Den Haag te verstoren.’ De bronnen van de Driehoek waren ‘gesloten en open bronnen.’ Dit suggereerde dat de inlichtingendienst over informanten beschikte en dat er actief op internet en in actiecentra was gezocht naar oproepen om te gaan rellen.

Uit de laatste alinea van het verslag van de driehoek van 20 januari 2011 blijkt echter dat er geen enkele aanwijzing was dat radicalen de demonstratie zouden verstoren: ‘De driehoek besluit voorts dat de burgemeester een noodbevel zal uitvaardigen, indien er concrete aanwijzingen zijn dat bepaalde personen die op de demonstratie afkomen de orde daadwerkelijk gaan verstoren en de politie voorts verwacht dat het uitvaardigen van een noodbevel ondersteunt bij het aan kunnen houden van dergelijke personen.’

Een opruiend persbericht van de gemeente Den Haag over ‘radicalen en een studentendemonstratie’, insinuaties van de AIVD, een politie die gespannen de demonstratie tegemoet trad en volgens de rechter weinig hoffelijk met de demonstranten omging en benaderingen van studenten door inlichtingendiensten in diverse steden. Wat ging er vooraf aan de demonstratie van 21 januari 2011 en wat speelde zich af in 2010 en 2011 rond de protesten van studenten en docenten tegen bezuinigingen in het onderwijs?

Anarcho-extremisten

Jaarlijks slaat de inlichtingendienst AIVD alarm over het gevaar voor de democratische rechtsorde door toedoen van Antifascistische Actie (AFA). In het jaarverslag over 2009 wordt gemeld dat ‘de dreiging uit de kleine kring extremisten rond Antifascistische Actie onverminderd hoog blijft. Die kern is in 2009 niet gegroeid, maar de aanhang die zij weet te genereren wel. De harde kern van AFA omvat enige tientallen personen.’

In 2010 maken de antifascisten deel van een groter contingent van activisten: ‘De AIVD heeft in 2010 geconstateerd dat sprake is van toenemende samenwerking tussen de verschillende linkse actiegroepen. Dat wil zeggen dat het onderscheid tussen de groeperingen die zich richten op antifascisme, antiglobalisering, milieu, dierenrechten en – in mindere mate – op asiel- en vreemdelingenbeleid, vervaagt.’

Het jaar daarop heeft de dienst een term gevonden voor deze multi-activisten: ‘anarcho-extremisten’. ‘Anarcho-extremisten zijn op vele terreinen en in diverse samenstellingen actief. Zo waren begin 2011 Amsterdamse anarchisten met AFA-Den Haag nauw betrokken bij de uit de hand gelopen studentendemonstratie in Den Haag’ (jaarverslag AIVD 2011).

In 2012 wordt het anarcho-extremisme direct gekoppeld aan een nieuwe ideologie, het vandalisme. ‘In 2012 zag de AIVD uit anarcho-extremistische hoek voornamelijk vandalisme bij diverse objecten in verband met hun ‘antikapitalistische’ strijd. Anarcho-extremisten hebben in 2012, in het kader van hun ‘internationale solidariteit’, diverse activiteiten ondernomen.’

Het noemen van de studentendemonstratie in Den Haag in het jaarverslag van 2011 past naadloos bij de term ‘multi-activisten’ dat voortkomt uit AFA, of in ieder geval de antifascisten. De dienst is ook trots op haar informatie-positie en geeft zichzelf een schouderklopje: ‘De AIVD heeft in het onderzoek naar antifascisme nauw contact gehad met de RID.’ [Regionale Inlichtingendienst, red.]

De activiteiten van de AIVD en RID resulteerden in het in goede banen leiden van de verschillende dreigende confrontaties tussen antifascisten en extreem-rechts (AIVD jaarverslag 2009). Niet alleen de RID wordt bij de strijd tegen de anarcho-extremisten betrokken, ook de wetenschap: ‘De AIVD heeft in 2010 gewerkt aan een grotere doelmatigheid door middel van systematische prioritering van onderzoeken, een betere samenwerking met enerzijds de Regionale Inlichtingendiensten en anderzijds buitenlandse diensten, en door vaker aansluiting te zoeken bij de wetenschap (academic outreach).’ (AIVD jaarverslag 2010)

Daarnaast werd het onderscheid tussen het verzamelen van informatie ten behoeve van het openbare orde- en inlichtingenbeleid ten aanzien van politiek actieve groeperingen steeds diffuser. Dreiging is het toverwoord in het project RID 2015: ‘De vorming van de nationale politie en de organisatorische veranderingen die hiervan het gevolg zijn hebben mede geleid tot een heroriëntatie op de samenwerking met de Regionale Inlichtingendiensten. Het project RID2015 moet ertoe leiden dat de inzet van de RID ten behoeve van het vroegtijdig onderkennen van opkomende dreigingen in de regio efficiënter wordt.’ (AIVD jaarverslag 2011).

Zoals verschillende studentenorganisaties zich voorbereidden op de landelijke demonstraties in Den Haag en Amsterdam, zo werkten de politie en de inlichtingendiensten aan het koppelen van studenten aan antifascisten of anarcho-extremisten. Regiopolitie Utrecht PL0910 2010295357-1: ‘Vandaag was er een studenten demonstratie op de Uithof tegen de bezuinigingsplannen op het onderwijs. De demonstratie begon om 12.30 uur voor het Minnaert gebouw op de Leuvenlaan. Vanaf daar liepen ongeveer een kleine 200 demonstranten, voornamelijk studenten en een handjevol linkse betogers (type anarchist/kraker), in optocht in de richting van de Heidelberglaan.’

Het feit dat die ‘linkse’ demonstranten misschien ook studenten hadden kunnen zijn, kwam niet bij de functionarissen op. Enkele agenten ‘hebben een auto gecontroleerd met linkse demonstranten, geen studenten. In de auto, een Volkswagen Golf met het kenteken … zaten drie mannen en de bestuurder was … geboren in 1978. Zij kwamen vanuit Rotterdam om te demonstreren en liepen met een groot stuk karton met daarop een tekst (PL0910 2010295357-1).’

Geen incidenten

In het hele land werden in 2010 betogingen georganiseerd. Zoals op 21 mei op het Amsterdamse Museumplein waar rond de 5.000 mensen op afkwamen. De manifestatie en mars verliepen rustig. Er waren enkele ‘tegen demonstranten’ die pleitten voor afschaffing van de basisbeurs voor studenten.

Hoewel de demonstratie door de Amsterdamse Driehoek benaderd werd met termen als ‘dreigingsanalyse’, ‘Conflict en Crisisbeheersing’ en ‘Capaciteitsmanagement bewaken en beveiligen’ verliep het protest gemoedelijk. Er bleek in Amsterdam nog geen sprake van het opzetten van een inlichtingen-operatie, maar dit was wel de periode waarin de eerste studenten werden benaderd om als informant voor de inlichtingendiensten te komen werken.

Met een inlichtingen-operatie was men in Den Haag al wel begonnen. Op 10 februari 2010 demonstreerde een groep MBO-studenten in de hofstad waar 100 personen aan deelnamen. Het Haagse Bureau Regionale Informatie (BRI) had een informatierapport over de organisatoren en deelnemers samengesteld dat niet openbaar werd gemaakt door de Haagse politie. Ook voor een demonstratie op 25 maart 2010 (400 deelnemers) werd een zogenoemd verstrekkingsrapport opgesteld door BRI Haaglanden. Ook dit rapport werd niet openbaar gemaakt.

In het plan van aanpak voor de ‘manifestatie comité SOS 25 maart 2010’ wordt verwezen naar een spontane blokkade van het ministerie van OC&W enkele dagen eerder: ‘Op donderdag 18 maart 2010 vond een spontane demonstratie plaats van ongeveer 50 studenten. […] Hierop besloten het paraat Peloton in te zetten. […] Er hebben zich bij deze demonstratie geen noemenswaardige incidenten voorgedaan.’ Of deze spontane actie een trigger is geweest voor de politie om meer inlichtingen te kunnen verzamelen, is niet duidelijk.

Eigenlijk is het vreemd. Al geruime tijd vonden er geen incidenten plaats bij protesten tegen de bezuinigingen. Ook niet op 18 maart 2010: ‘Ik verbalisant vroeg aan … of het om een aangemelde demonstratie ging. Hij verklaarde dat het om een niet aangemelde, maar spontane demonstratie ging. Vervolgens heeft collega … telefonisch contact opgenomen met bureau Conflict en Crisisbeheersing van politie Haaglanden, welke op haar beurt middels de directie van politie Haaglanden in overleg met de burgemeester trad. De Burgemeester besloot dat de demonstratie per direct beëindigd diende te worden. Tevens besloot de burgemeester dat er proces-verbaal moest worden aangezegd, terzake het niet hebben kennis gegeven van een demonstratie. Persoon verklaarde: ‘Dit is een spontane en vreedzame demonstratie, om aandacht te vragen voor de kwaliteit van het onderwijs en het behoud van studiefinanciering’ (PL1512 2010059606-1 donderdag 18 maart 2010 omstreeks 08.30 uur).’

De student kreeg een boete voor het uiten van zijn mening, omdat de burgemeester van Den Haag niet tijdig op de hoogte was gesteld. Dat is naast een enkele bezetting (vaak met toestemming van de schoolbesturen) de enige ‘zware overtreding’. Het aantal demonstraties was aanzienlijk, ook de opkomst, maar incidenten bleven dus uit. Op 29 november 2010 demonstreerden 1.500 studenten op het Plein in Den Haag, op 8 december 200 docenten. In Utrecht demonstreerden op 10 december 200 studenten, op 16 december 30. In Arnhem gingen 10 december 500 studenten de straat op, in Amsterdam 5.000.

Internet surveillance

Waarom er inlichtingen worden verzameld rondom het buitenparlementaire protest van studenten en docenten, wordt ook niet duidelijk. De regiopolitie Gelderland Midden schrijft in het proces verbaal PL0745 2010137777-1 over een demonstratie van de Wageningse Studenten Organisatie dat ‘de sfeer goed was en er geen incidenten waren.’ Een deel van het proces-verbaal wordt echter geweigerd op grond van ‘toezicht, controle en inspectie’ en ‘opsporing en vervolging’.

Volgens de Arnhemse politie is ‘het optreden van de politie erop gericht de demonstratie in goede banen te leiden en het handhaven van de openbare orde (brief primaire beslissing 6 februari 2012).’ Waarom dan informatie achterhouden over een gemoedelijk verlopen manifestatie? Ook het mutatierapport en het journaal/de mutaties van het protest in Amsterdam op 10 december 2010 wordt niet verstrekt.

En waarom worden in het mutatierapport over een demonstratie in Nijmegen de namen van de sprekers vermeld? ‘Op vrijdag 10 december 2010 omstreeks 13:30 uur heeft er een demonstratie plaatsgevonden door het centrum van Nijmegen. De studenten zijn gestart op het stationsplein te Nijmegen. … [weg gelakt] heeft het openingswoord gedaan. Hierop volgend heeft meneer … (weg gelakt) gesproken (PL081A 2010123893-1).’

Bij protesten en maatschappelijke onrust kijkt de overheid steeds vaker naar ontwikkelingen op het internet, met name sociale media. In de loop van 2010 wordt ook dit een belangrijke informatiebron in verband met de studentenprotesten. Dit gaat soms fout waardoor de politie een verkeerde inschatting maakt van de omvang van een manifestatie.

Op 29 november 2010 komt de operationele Driehoek van Den Haag samen en concludeert: ‘Visser (van politie Haaglanden) dat door oproepen op het internet het aantal verwachte deelnemers aan de demonstratie aan de LSVB-SP en Studentenraad TU aanzienlijk is toegenomen: van oorspronkelijk 50 naar ruim 1000.’ Deze conclusie is vreemd aangezien er in een eerder stadium overleg is geweest met de organisatoren.

Ook bij andere demonstraties worden sociale media en het internet afgestruind voor aanvullende informatie. In combinatie met een vooringenomen inlichtingen- en politie-apparaat kan het volgende bericht op het Forum voor de Vrijheid (FvdV) de trigger zijn geweest voor het persbericht van de Burgemeester van Den Haag om radicalen en studenten aan elkaar te verbinden. ‘Laatste nieuws: de AFA komt ook, om te rellen’, bericht het forum op 20 januari 2011 om 16:07 uur. (http://forum-voor-de-vrijheid.nl/vrijheid/archive/index.php/t-24493.html)

Drie dagen later stellen Anarchistische Groep Nijmegen en Anti-Fascistische Actie in een gezamenlijk persbericht dat zij niet hebben opgeroepen om geweld te gebruiken bij de demonstratie tegen de bezuinigingen op het hoger onderwijs van 21 januari 2011 in Den Haag. Het persbericht kwam echter te laat om de spin van de operationele Driehoek (politie, justitie en openbaar bestuur) van Den Haag nog in het voordeel van de studentendemonstratie te laten draaien.

Politiek en anarcho-extremisme

De scheiding tussen het ‘handhaven van de openbare orde’ en ‘inlichtingen inzamelen in verband met de bescherming van de democratische rechtsorde’ is flinterdun. RID Gelderland Zuid maakte bijvoorbeeld een verstrekkingsrapport openbare orde op. Het rapport met het nummer 0018762 en betrouwbaarheidscode informatie B3 (meestal betrouwbaar, gehoord/bevestigd) gaat over een actieweek met een informatiemarkt, een publiciteitsact, een discussie- en filmavond en een menselijke ketting. Nu kan de openbare orde in het geding zijn geweest, maar om studentenprotest tegen bezuinigingen in het onderwijs meteen op te schalen naar een risicowedstrijd in het betaald voetbal is nogal overdreven. Een publiciteitsactie van Red Bull belandt ook niet op het bord van de RID.

Een jaar later, eind januari 2011 gebeurt eigenlijk hetzelfde in Den Haag. Nu met meer consequenties voor enkele studenten dan in februari 2010 in Nijmegen. Vanaf begin januari 2011 krijgt de Haagse politie vanuit heel Nederland informatierapporten over studenten die willen deelnemen aan de manifestatie op het Malieveld op 21 januari 2011.

Regiopolitie Twente RID rapportnummer 2011…, betrouwbaarheidscode A (toelichting code Waar): ‘In de maand januari 2011 werd informatie ontvangen dat: Er op 21 januari ongeveer 18000 studenten naar Den Haag zullen vertrekken om deel te nemen aan de studentendemonstratie. Er vanuit Twente ongeveer 1500 studenten zullen vertrekken.’

Politie Gelderland Zuid verstrekkingsrapport 19893, betrouwbaarheidscode informatie A: ‘In verband met de studentenmanifestatie die gehouden wordt op 21 januari 2011 te Den Haag is bij de RID Gelderland-Zuid de navolgende informatie binnengekomen. In het totaal hebben 500 studenten van de Radboud Universiteit zich aangemeld voor het busvervoer naar genoemde manifestatie. Er zullen ook nog studenten reizen met een OV-kaart, deze zijn niet in het aantal opgenomen. Vanaf HAN (Hogeschool Arnhem/Nijmegen) zullen ook bussen met studenten vertrekken naar Den Haag. Op dit moment zijn er bij de RID nog geen aantallen bekend.’

Opvallend is dat de RID ook politieke partijen in de gaten houdt en meldt dat ‘door een Nijmeegse politieke partij ook een busregeling naar Den Haag wordt aangeboden.’ Waarom de RID dit in een verstrekkingsrapport opneemt, is onduidelijk.

Al eerder vielen politiek getinte opmerkingen in de documenten rond het studentenprotest op. De Amsterdamse politie schreef in het draaiboek van de demonstratie op 21 mei 2010 dat ‘de LSVb zijn achterban daarom inmiddels heeft opgeroepen niet op de PvdA te stemmen. Door de LSVb wordt dit ontkend; dit geluid is echter wel veelvuldig in de media te horen.’ De PvdA had in de periode voorafgaande de demonstratie aangegeven de bezuinigingen in het onderwijs van het kabinet Rutte 1 te zullen steunen. Waarom de politie het stemadvies van het LSVb in het draaiboek opneemt is onduidelijk.

Ditzelfde geldt voor de opmerkingen over de SP in de stukken met betrekking tot de demonstratie van 21 januari 2011. In het algemene draaiboek van de demonstratie van politie Haaglanden staat vermeld: ‘Binnen deze groep deelnemers is er de mogelijke deelname aan de manifestatie van diverse politieke partijen. … [weg gelakt] deze politieke partij heeft aangegeven bij de LSVb om de manifestatie te ondersteunen. De SP staat bekend als zeer aktie bereid en steunt daarin diverse demonstranten.’

Binnen de operationele driehoek van Den Haag van 19 januari 2011 wordt opgemerkt dat: ‘De SP wel de gelegenheid zal krijgen om in de demonstratie te participeren, maar niet de kans krijgt om de demonstratie ‘over te nemen’, zoals in het verleden nog wel eens gebeurde.’ Wie deze laatste opmerking heeft gemaakt, is onduidelijk. Het zal iemand van de politie of van de bestuursdienst van de gemeente zijn geweest. Opnieuw is onduidelijk waarom ambtenaren van het bevoegd gezag opmerkingen over bepaalde politieke partijen menen te moeten maken.

Opmaat

Na een jaar van protesten die allemaal zeer gemoedelijk zijn verlopen, lijkt de gemeente Den Haag het roer om te gooien. Er moet een stevig politie-apparaat worden neergezet en het liefst wil de driehoek de protesten uitsluitend op het Malieveld toestaan. Het LSVb gaat daarmee akkoord, maar de Haagse Studentenvakbond wil door de stad lopen om haar mening te kunnen uiten.

Dat Den Haag wil opschalen naar ‘oorlogssterkte’ blijkt uit een bijstandsaanvraag aan de commissaris van de Koningin van Zuid-Holland. De driehoek wil een peloton KMar (Koninklijke Marechaussee, militaire politie) inzetten op 21 januari 2011. De commissaris van de Koningin, Jan Franssen, wijst de aanvraag af: ‘Gelet op het feit dat de gevraagde bijstand kan worden geleverd door regiopolitiekorps(en) binnen de eigen provincie, zie ik geen aanleiding voor bijstandsverlening door de Kmar. Ten aanzien van de geldende wet- en regelgeving kan ik daarom geen akkoord geven op bijstandsverlening door de Kmar.’

Militaire politie op betogende studenten afsturen, de toon lijkt gezet. Korpschef Van Essen is verbolgen, burgemeester Van Aartsen geeft geen tegengas en ook het openbaar ministerie blijft stil. Van Essen is van oordeel dat ‘het kabinetsbeleid gericht is op een veel ruimere inzet van de KMar dan de Politiewet mogelijk maakt.’ De volgende keer zal hij dan ook opnieuw om bijstand van de KMar vragen.

De toon van de driehoek lijkt niet in relatie te staan met het relaxte studentenprotest tegen de bezuinigingen in 2010, maar met het profiel dat vooral de politie van de demonstranten heeft samengesteld. In een brief van 6 januari 2011 aan de leden van de operationele driehoek schrijft directeur opsporing en informatie over 21 januari dat ‘een demonstratieve tocht door de stad de interventiemogelijkheden door de politie bemoeilijkt.’ Bij deze opmerking in het kader van de risico inschatting maakt zij onderscheid tussen burgers en demonstranten: ‘De noodzaak bij een eventueel politieoptreden de demonstranten te scheiden van goedwillende burgers en evenementen.’

‘Goedwillende burger’ en ‘demonstranten’ lijken binnen het politiejargon niet te combineren. De demonstranten zijn op het moment van schrijven van deze brief nog geen anarcho-extremisten, maar de opschaling en de wijze van presentatie van het ‘probleem’ demonstranten, lijken wel een opmaat voor het radicale persbericht van 20 januari 2011.

In de dagen voorafgaande de demonstratie van vrijdag 21 januari komt de driehoek dagelijks bij elkaar. De samenwerking met het LSVb, de studentenvakbond die een statisch protest wil, lijkt goed. ‘… [weg gelakt] geeft aan dat de politie rond deze demonstratie actief gebruik maakt van de sociale media in nauwe samenwerking met de organisaties (operationele driehoek 19 januari 2011).’ Over de Haagse studentenvakbond is men minder te spreken: ‘… [weg gelakt] heeft bij deze demonstratie enige zorg bij het gebrek aan ervaring bij de organisatie. Het grootste risico rond deze tocht zit in het deel waarbij men in de buurt van de Malietoren komt.’ En de eerste tekenen van rellen die gaan plaatsvinden op vrijdag worden ingeluid: ‘… [weg gelakt] laat weten dat recente informatie binnen is gekomen, dat mogelijk Rotterdamse hooligans van plan zijn om bij de demonstratie aan te sluiten om zo de confrontatie met de politie aan te kunnen gaan. … [weg gelakt] meldt dat de voetbal eenheden bezig zijn om deze informatie te verifiëren …’

Opvallend aan de bewering dat er hooligans onderweg zouden zijn naar Den Haag, is dat het in de verdere berichtgeving niet meer terugkomt. De Haagse politie weigert wel de verstrekkingsrapporten van 17, 19 en 24 januari 2011 openbaar te maken, maar binnen zowel de mediacommunicatie als de operationele driehoek komt het onderwerp hooligans slechts één keer ter sprake. Was de komst van de Feyenoord-supporters op dezelfde manier aangekondigd als de komst van AFA? In de trant van: ‘Laatste nieuws: SCF komt ook!’ Ergens op Facebook of een forum post iemand deze tekst, kennelijk om te stoken. De Rotterdamse hooligans komen ook niet terug, en of het bericht geverifieerd is, wordt niet duidelijk uit de stukken.

Radicalen komen

In het ‘algemeen SGBO (Staf Grootschalig Bijzonder Optreden) draaiboek’ van de manifestatie lijken de radicalen nog geen plek te hebben gekregen. Alleen de SP wordt uitdrukkelijk vermeld. De beschrijving van de stand van zaken rond de protesten tegen de bezuinigingen lijkt ontspannen: ‘Na een serie kleine studentendemonstraties tegen de bezuinigingen in het onderwijs slaan diverse grote studentenorganisaties de handen ineen om een grote landelijke demonstratie te houden.’

Er wordt een demonstratie van rond de 15.000 studenten verwacht, waarvan het zwaartepunt vooral op het Malieveld zal komen te liggen. Een fluitje van een cent zou je zeggen, voor een gemeente die stelselmatig beweert jaarlijks duizenden demonstraties in goede banen te leiden. In het SGBO-draaiboek wordt gezinspeeld op mogelijke rellen: ‘Ondanks de uitgebreide voorbereidingen in samenspraak met de organisatoren, valt een kans op verstoringen van de openbare orde, intimidaties, kans op fysiek letsel en materiële schade voor publieke eigendommen niet uit te sluiten. Een confrontatie met de politie valt dan ook niet uit te sluiten.’

Waarom men geweld verwacht, wordt niet duidelijk. De Rotterdamse hooligans lijken niet te komen, van anarcho-extremisten is geen sprake in het draaiboek… nee, louter protesterende studenten. Draaiboeken worden gekenmerkt door een standaard-opzet die per evenement wordt ingevuld. Het is dan ook niet onlogisch dat specifieke calamiteiten niet in het draaiboek zijn verwerkt. Als er inlichtingen zijn afkomstig van inlichtingendienst die wijzen op verstoringen van de openbare orde, worden die opgenomen in het draaiboek. De verschillende commandanten kunnen daarop anticiperen. Bij de scenario’s zal duidelijk worden vermeld waar verkennings- en arrestatie-eenheden op moeten letten. Hoewel diverse passages zijn weg gelakt, straalt het draaiboek een sfeer uit van een nog nader te volgen relaxte demonstratie.

Onder de oppervlakte borrelt er echter iets. De Haagse politie lijkt een hekel te hebben aan demonstrerende studenten (‘het zijn geen goedwillende burgers’), men wilde aanvankelijk het liefst de militaire politie inzetten en bij de inlichtingen lijkt de focus te zijn gericht op ‘linkse betogers (type anarchist/kraker)’, al dan niet georganiseerd. Binnen deze context meldt de AIVD dat leden van AFA aan de demonstratie zullen deelnemen. Of deze informatie te herleiden valt aan de posting op het Forum voor de Vrijheid is niet langer na te gaan, maar de bewering is niet erg substantieel, gelijk die over de deelname van hooligans.

‘De burgemeester geeft aan dat hij de verstrekte informatie van de AIVD onbevredigend vindt en schorst het driehoeksoverleg”’, vermeldt het verslag van de operationele driehoek van 20 januari 2011. Zodra de vergadering wordt voortgezet stelt de politie dat ‘uit (diverse open bronnen) blijkt dat meerdere personen zich mogelijk radicaal willen manifesteren.’ Tijdens dit overleg wordt in alle haast een persbericht in elkaar gezet. ‘De Haagse driehoek heeft aanwijzingen dat radicale groeperingen de studentendemonstratie van vrijdag willen aangrijpen om de openbare orde in Den Haag te verstoren door zich te mengen tussen de demonstranten en de confrontatie te zoeken.’ Een noodbevel wordt uitgevaardigd, de Haagse politie staat op scherp. De sfeer wordt dusdanig opgestookt dat het wachten is op rellen.

Mandarijnen

Die rel komt er ook, zowel op Het Plein voor de Tweede Kamer en bij het ministerie van OC&W. De politie beweert dat er met van alles is gegooid en dat daarbij drie politiefunctionarissen gewond zijn geraakt. Er wordt een foto verspreid van een gat in het wegdek, maar of daar stenen uit zijn verwijderd, blijft onduidelijk.

Een van de arrestanten verklaart: ‘”Ik zag dat deze jongens ineens de stenen uit de straat gingen halen. Ik vond dat geen goed idee. […] Mijn vrienden en ik en nog een aantal andere studenten liepen naar de jongens toe en zeiden dat zij niet de stenen moesten pakken. […] Ik zag dat de jongens de stenen los lieten (PL1551 2011015630-4)”.’ Een andere demonstrant beschrijft hetzelfde tafereel: “‘Ik zag dat er mensen toen stenen uit de straat haalden om deze te gaan gooien. We hebben toen een jongen daar nog voor belet. Daarna kwamen de politiepaarden eraan en toen zijn we met z’n allen terug gelopen (PL1532 2011015619-4)”.’

Vervolgens beweert de politie dat agenten werden belaagd met vuurwerk. Dat er vuurwerk is gegooid, is duidelijk. Een politiefunctionaris hierover: ‘”Ik verbalisant hoorde een harde knal die afkomstig was van vuurwerk. Ik verbalisant ben gaan zoeken naar degene die vuurwerk aan het gooien waren. […] Ik verbalisant zag dat een persoon het voorwerp richting de collega’s van de Mobiele Eenheid gooide (PL1561 2011015692-4)”.’ Of het vuurwerk echter de politie of demonstranten heeft geraakt, is niet duidelijk.

Een andere agent over het vuurwerk: ‘”Wij zagen dat het voorwerp gelijkende op een langwerpig voorwerp door de lucht vloog. Wij zagen dat het voorwerp tussen de rennende demonstranten viel (PL1512 2011015692-2)”.’ Wat is er dan wel gegooid? Enkele demonstranten gooiden met etenswaar. ‘”Werd de verdachte tijdens de studentendemo aangehouden terzake het gooien van eieren naar de Mobiele Eenheid. Werd besloten de verdachte hiervoor een mini pv te geven terzake baldadigheid (PL1551 2011015667-1)”.’

De eieren komen terug in het politiejournaal van 21 januari 2011: ‘”Politie bij het Mauritshuis worden bekogeld met eieren”.’ En een lunchpakket: ‘”Vervolgens voerde de ME een charge uit. Dus iedereen in paniek en rende door elkaar heen. Dus toen heb ik uit baldadigheid een boterham uit mijn tas gepakt en die heb ik toen in de richting van de ME gegooid (PL1532 2011015653-4)”.’ En ten slotte een serie mandarijnen. De vrienden die de stenengooiers tegenhielden, hebben elk een mandarijn naar de politie gegooid. ‘”Ja, mandarijnen, een per persoon, we waren met z’n drieën. Om de bus te besmeuren (PL1532 2011015619-4)”.’ Een agent bevestigt het smijten met fruit: ‘”Ik zag dat deze mandarijn op ongeveer een halve meter achter de ME hard op de grond terecht kwam (PL1551 2011015630-5)”.’

Waarom gooien mensen die protesteren mandarijnen, eieren, vuurwerk, boterhammen en plastic flessen naar de Mobiele Eenheid? Wie de beelden bekijkt van de charges van de ME, is getuige van opgefokte agenten, klaar om welke student dan ook te slaan. Over het gooien van etenswaar wordt weinig in de stukken van de Haagse politie vermeld. In Amsterdam lijkt de mate waarin met fruit en groenten wordt gesmeten van belang voor het ingrijpen. ‘Het gooien van eieren, tomaten, appels naar objecten en gebouwen kan, wanneer dit op grotere schaal plaatsvindt, kunnen leiden tot aanhouding’, vermeldt het operationele draaiboek van de demonstratie van 21 mei 2010 van de Amsterdamse politie.

De spanning in Den Haag bleek dusdanig groot dat een paar mandarijnen genoeg was om over te gaan tot charges. De rechter oordeelde achteraf dat het optreden van de politie tijdens de demonstratie van 21 januari in Den Haag bepaald niet de schoonheidsprijs verdiende. De Amsterdamse politie ging een stap verder. Hier werd een directe link gelegd tussen de heersende onvrede onder de studenten en het optreden van de politie. ‘Naar aanleiding van de demonstratie in Den Haag (21 januari 2011) is de sfeer onder een deel van de studenten grimmiger geworden. Het optreden van de politie en de houding van het kabinet met betrekking tot de studiefinanciering ligt hieraan ten grondslag (Deeldraaiboek demonstratie 4 februari 2011).’

AFA-sympathisant

De self fulfilling prophecy van de Haagse driehoek werd op 21 januari 2011 bewaarheid. De burgemeester had vooraf beweerd dat radicalen zich zouden mengen onder de demonstranten om de openbare orde te verstoren. De inlichtingendienst had beweerd dat het om leden van AFA zou gaan. De politie sprak ‘van een vijftal groepen met een verschillende achtergrond, maar alle van linkse signatuur. Daaronder zijn anarchistische en anti-globalistische groeperingen met een extreem karakter’, meldde de politie.

De anarcho-extremisten hadden het gemunt op het vernietigen van de hofstad, zo leek het wel, maar afgezien van wat eieren, mandarijnen, boterhammen, een enkel flesje en vuurwerk dat tussen de demonstranten terecht kwam, bleef het rustig. Alle arrestanten bleken studenten. Hoe zat het dan met die anarcho-extremisten en AFA leden?

Tussen de processen-verbaal bevindt zich het verhaal van aanhouding van een jongeman door stillen. Hij werd aanvankelijk als minderjarig behandeld, maar bleek dat nét niet meer te zijn. De politie beweert dat hij agenten heeft geslagen, maar de verklaringen van de diverse betrokken functionarissen zijn dusdanig verwarrend dat daarbij vraagtekens moeten worden gezet. Iedereen, inclusief verdachte, zijn het er over eens dat hij een vriend die werd gearresteerd te hulp is geschoten. Hij kreeg daarbij flinke klappen van diverse agenten.

In het verhaal van deze jongeman komt AFA ter sprake. ‘”U vraagt mij wat ik vervolgens deed. Ik heb gelijk […] (zijn vriend) bij zijn middel gegrepen, om hem los te kunnen trekken van die mannen. U vraagt mij waarom ik zo reageerde. Ik dacht dat die onbekende mannen neonazi’s waren en met hen heb ik geen goede verstandhouding. Ik ben namelijk een AFA-sympathisant. U vraagt mij of ik heb gehoord dat die onbekende mannen zich kenbaar maakten als politie zijnde. Nee, dat heb ik niet gehoord en ik had dat ook niet kunnen weten (PL1561 2011015672-6)”.’

De agenten in burger die de jongeman voor neonazi’s aanzag, waren leden van een arrestatie-eenheid. Het enige gearresteerde AFA-lid, die volgens de Haagse driehoek de orde zou komen verstoren, probeerde slechts de aanhouding van een vriend te voorkomen. De participerende radicalen van 21 januari in Den Haag lijken niet onder de demonstranten te moeten worden gezocht, maar in kringen van de politie en de Driehoek.

Echter, na afloop van de demonstratie blijkt de deelname van AFA-sympathisanten een vaststaand feit te zijn geworden. ‘Ook het feit dat de driehoek koos voor een persbericht vooraf over de mogelijke komst van radicalen, is naar de mening van de korpschef een goede geweest’, vermeldt het verslag van de operationele driehoek van 24 januari 2011. ‘Bij de protesttocht van de studenten van de Haagse Hogeschool van het Johanna Westerdijkplein naar het Malieveld, bleek de staart door een groep gevormd, welke in gedrag en uiterlijke kenmerken, sterk afweek van de Haagse Hogeschool studenten’, aldus het informatierapport van Bureau Regionale Informatie 24 januari 2011. Dit rapport werd opgesteld in het kader van de evaluatie van het politieoptreden en omdat er vragen zijn gesteld in de gemeenteraad over het politiegeweld.

In het evaluatierapport worden feiten geconstateerd die in het mutatierapport PL1581 2011015635-1 van vier verbalisanten die de demonstratie van de Haagse studentenvakbond hebben begeleid niet voor komen. De opstellers reppen over veel stokken, ‘soms metalen pijpen’, die de agenten in beslag hebben genomen voordat de demonstratie op gang kwam. De functionarissen schrijven dat ‘voorkomen moest worden dat lieden linksaf naar OCW zouden afbuigen.’ Deze opmerking wordt gevolgd door ‘geen bijzonderheden.’

Gedurende de betoging bleek in de praktijk slechts één persoon staande te zijn gehouden met opruiende dvd’s in zijn rugzak. Alle overige personen van deze groep studenten die werden aangesproken (in totaal vier) of die een proces-verbaal hebben gekregen, bevonden zich al op het Malieveld. Van een groep die ‘niet de uiterlijke kenmerken van studenten hadden’ is in de rapportage van de begeleidende agenten geen sprake.

Radicale studenten of studentikoze radicalen?

De radicalen blijken echter al binnen de studentenmassa’s te zijn geïnfiltreerd. Vanaf 21 januari staat de politie op scherp en worden mensen die in het profiel van ‘links’, ‘anarchist’ of ‘kraker’ passen vermeld als zijnde onderdeel uitmakend van het studentenprotest. ‘Opvallend was dat er nagenoeg geen studenten aanwezig waren. Betroffen veelal krakers figuren onder andere … (weg gelakt) gespot (PL0910 2011034542-1, 9 februari 2011 studentenprotestutrecht.nl).’

Op 4 februari 2011 wil een groep studenten een lawaaidemonstratie houden in Amsterdam. Zij willen in de binnenstad diverse gebouwen van de Universiteit van Amsterdam (UvA) bezoeken om daarmee hun ongenoegen te uiten over de bezuinigingen in het onderwijs. Tijdens het SGBO-overleg voorafgaande de demonstratie meldt de inlichtingendienst van de politie: ‘Op dit moment is er niet meer informatie bekend over de demonstratie. Er zijn wel aanwijzingen dat er zich radicaliserende personen in de groep studenten zullen bevinden, maar dat is nog niet zeker.’

In het kader van de risicoanalyse wordt gesteld dat er ‘nog niets bekend is over het mogelijk aansluiten van krakers bij de demonstratie.’ Wel zijn er ‘aanwijzingen dat er radicaliserende personen onder de studenten bevinden’, maar niets is zeker en van aansluiting van krakers is niets bekend. Een dag eerder werd bij het subdriehoek overleg in Amsterdam geconstateerd dat ‘de sfeer bij studentendemonstraties steeds grimmiger wordt.’ Welke demonstraties, naast die van 21 januari in Den Haag, dit dan zijn geweest, wordt niet duidelijk gemaakt.

Binnen de SGBO-studentendemo wordt de sfeer nog eens onderstreept: ‘De sfeer onder de studenten is grimmiger geworden. Dit naar aanleiding van het politieoptreden in Den Haag en het standpunt van het kabinet. Er dient rekening mee gehouden te worden dat zich onder de demonstranten enkele tientallen zullen bevinden die het geweld niet schuwen.’ Gezien de hoeveelheid documenten zou je verwachten dat de politie rekent op duizenden demonstranten, maar de schattingen lopen uiteen tussen 100 en 250 studenten. In het deeldraaiboek ordehandhaving wordt echter een directe link met 21 januari gelegd: ‘Eerdere soortgelijke demonstratie in Den Haag leidde tot openbare orde problemen waarbij 27 personen zijn aangehouden (Historie).’

Een dag voorafgaande de demonstratie doet de chef informatie (CHIN) er nog een schepje bovenop: ‘Er is info dat binnen het Comité SOS de mening is dat een confrontatie met de ME ook media aandacht kan geven, dus mogelijk confrontatie niet echt als negatief wordt gezien (03-02-11 16:36 chef informatie).’

Verkenningseenheden (Victor00) verspreiden zich op de dag van de demonstratie over de stad. Bij het Centraal Station moeten ze op groepen studenten letten, bij kraakpanden in het oosten en westen van de stad op activiteiten en bij de verzamelplek op de ‘radicalen’. ‘Victor00: Binnengasthuisstraat groepje van 15 studenten met enkele krakers (vier krakers). Dragen borden met tekst ‘wij gaan de crisis niet betalen’ en ‘oprutte’ (04-02-11 14:43 distributie centrum).’

Diverse personen worden specifiek in de gaten gehouden. Dit zijn naar alle waarschijnlijkheid de studerende ‘vier krakers’. ‘Om 14:46 meldt Victor00: … [weg gelakt] en … [gelakt] gezien … [gelakt] op Binnengasthuisterrein … [gelakt] is druk aan het bellen. Signalement volgt.’ Blijkbaar werd er getwijfeld: ‘Victor00: … [gelakt] is 100% positief herkend. Victor00: Bij … [gelakt] fon.) loopt … [gelakt] (04-02-11 15:10).’ De ‘radicalen’ worden scherp in de gaten gehouden, maar op basis waarvan wordt volstrekt niet duidelijk.

In een item van Pownews beklaagt de verslaggever zich over de belabberde opkomst. Zelfs hem wordt geen duimbreed in de weggelegd om mensen te interviewen. De verkenningseenheden volgen de ‘radicalen’ tot het eind van de demonstratie. ‘Victor00 om 16:11: Stuk of 20 personen, plus … [gelakt] gaat UVA-gebouw aan het Binnengasthuisterrein in, niet zijnde het Crea Café. Victor00 om 16:15: … [gelakt] is het pand weer uit samen met een ander persoon … [gelakt].’

De Haagse politie geloofde heilig in de gecreëerde radicale illusie. In een brief van 17 maart 2011 over de aankondiging van een demonstratie op 25 maart 2011 door het platform ‘Onderwijs is een recht’ wordt impliciet de relatie met de schermutselingen van 21 januari gelegd. ‘Het vorenstaande zou erop kunnen duiden dat deze demonstratie wordt georganiseerd vanuit links activistische organisaties, die mogelijk uit zijn op openbare orde verstoringen.’ Tijdens het Driehoeksoverleg van 23 maart 2011 voegt de politie daaraan toe: ‘Voorts is de organisator voornemens om een geluidswagen mee te nemen. Deze zelfde wagen is eerder door krakers gebruikt tijdens een demonstratie.’

Dat de politie de studenten stigmatiseert door hen als ‘radicalen’ te omschrijven, is vreemd, want men geeft ook toe dat er goede afspraken zijn gemaakt met de organisatoren. Een dag voorafgaande de demonstratie werd er een spandoek opgehangen in de Hofvijver. De politie wist meteen wie het gedaan had: ‘Op de Lange Vijverberg twee demonstrant uitziende personen aangesproken die verklaarden er niks mee te maken te hebben (PL1512 2011061722-1).’

Een dag later, na afloop van de demonstratie in Den Haag, schreef de directeur opsporing en informatie van de politie Haaglanden: ‘Op of omstreeks woensdag 9 maart 2011 kwam een verzoek binnen tot het houden van een demonstratie onder de noemer ‘Onderwijs is een recht’. De aanvraagster is gelieerd aan de krakerscene in Utrecht. In uw vergadering heeft u daarop besloten om naar aanleiding van deze informatie extra politiemaatregelen te nemen en een SGBO in te stellen. Er zijn geen verdachten aangehouden. Tijdens de demonstratie bleek een groot aantal deelnemers gelieerd is aan de krakersbeweging in den lande.’

Voorafgaande deze demonstratie, waaraan in totaal 150 studenten deelnamen, werd door het Bureau Regionale Informatie een informatierapport en een dreigingsinschatting opgesteld. Informatie van de RID Utrecht werd door de Haagse politie verwerkt. ‘… [weg gelakt] geeft aan dat de vrouw die de demonstratie organiseert, dat ook vrijdag in Utrecht heeft gedaan. Daar waren slechts 25 deelnemers. Het is dan ook denkbaar dat komende vrijdag ook weinig deelnemers komen (operationele driehoek Den Haag 21 maart 2011).’

Geen openbare maar ideologische orde

De inlichtingendienst van de politie heeft in het kader van haar taak ten aanzien van de openbare orde de bevoegdheid informatie te verzamelen ter voorkoming van verstoringen van de openbare orde. De burgemeester kan op basis van concrete aanwijzingen een demonstratie verbieden. Bij betogingen van extreem-rechts gebeurde dat in het verleden regelmatig. De burgemeesters oordeelden dan dat de kans op een tegendemonstratie en confrontatie met tegenstanders de orde zou verstoren.

Keer op keer oordeelden rechters dat de veronderstelling dat de orde verstoord zou gaan worden niet voldoende reden is om een demonstratie te verbieden. De aanwijzingen waren niet concreet. Bij de protesten van studenten tegen de bezuinigingen op het onderwijs valt op dat er op geen enkel moment concrete aanwijzingen zijn geweest dat er ordeverstoringen zouden plaatsvinden.

Wat wel zichtbaar is geworden, is dat de overheid een complete inlichtingenoperatie op touw heeft gezet om een relatie te leggen tussen krakers, anarchisten, linkse types en andere anarcho-extremisten enerzijds, en de protesten van studenten anderzijds. Deze operatie ging in het geheel niet over de openbare orde, maar om het identificeren van zogenaamde radicalen. De RID Den Haag en de AIVD vervulden bij deze operatie een sleutelrol.

Hoeveel informatie hiervan daadwerkelijk in allerlei dossiers is aanbeland, blijft onduidelijk. Wel is duidelijk dat er sprake is van een innig contact tussen de landelijke inlichtingendienst en de politie. ‘Meldingsformulier van het hoofd van de RID Haaglanden, 15 Haaglanden, RID referentie-nr 1414/11, Formulier met betrekking tot studentendemonstratie 25 maart 2011 te Den Haag.’

Dat deze relatie niet altijd vlekkeloos verloopt, wordt ook duidelijk aan de hand van inzage in de correspondentie tussen burgemeester Van Aartsen en het hoofd van de AIVD. ‘De burgemeester geeft aan dat hij de verstrekte informatie van de AIVD onbevredigend vindt en schorst het driehoeksoverleg (driehoeksoverleg 20 januari 2011).’ De burgemeester belt de baas van de AIVD die echter beweert dat hij ‘niet meer informatie kan verstrekken, anders dan dat het om personen van AFA zou gaan die naar Den Haag zouden willen komen.’ Daarbij is onduidelijk of de AIVD meer feitelijke informatie in handen heeft en die men niet prijs wil geven.

Het gaat bij protesten allang niet meer om de openbare orde, maar om de ideologische orde. Dit ligt in het verlengde van het concept ideologische misdaad dat het landelijk parket en de nationale politie hanteren. Hierbij ontwikkelt de politie zich als een soort inlichtingendienst die buitenparlementair verzet in de gaten houdt en de RID blijkbaar naar zich toetrekt. De openbare orde informatie wordt vermengd met de informatie over mogelijke staatsondermijnende activiteiten, lees ideologische groepen.

Slechts weinig bestuurders hebben zicht op deze activiteiten van de politie. De driehoek van Nijmegen, Enschede, Arnhem en Utrecht zijn allemaal buiten de inlichtingencommunicatie van de politie gehouden. ‘De gemeente Arnhem is noch beleidsmatig noch uitvoerend noch handhavend bij de door u genoemde studentenacties en/of studentengroep KSNA betrokken geweest. Ook op de agenda van de zogenaamde Driehoek komt het onderwerp studentenprotesten en/of studentengroepen in de door u genoemde periode (2009 – heden) niet voor’, schrijft de gemeentesecretaris van Arnhem.

Waarom informatie over politieke partijen en vreedzaam protesterende studenten dan in inlichtingendossiers belanden, is onduidelijk. Het feit dat iemand kraakt en student is en ook nog demonstreert tegen de bezuinigingen is blijkbaar voldoende om hem of haar aan te merken als ‘radicaal’. Als zo iemand dan ook nog deelneemt aan demonstraties van AFA, is er al snel sprake van anarcho-extremisme. Daarbij speelt de AIVD dan weer een rol.

In dit schimmenspel lijkt het allang niet meer om waarheid en feiten te gaan. De spin, het bespelen van de media en de gemeenteraad is het uitgangspunt. De rechtsorde is in dit verband door de driehoeken in verschillende steden vervangen door de ideologische orde. Een ieder moet hetzelfde denken, anders wordt je gebrandmerkt als ‘radicaal’ of ‘anarcho-extremist’. Protesteren als student tegen bezuinigingen in het onderwijs kunnen dan al snel worden omschreven als staatsgevaarlijke activiteiten.

Find this story at 10 July 2013

‘Gaan jullie stenen gooien?’ Inlichtingenoperatie rondom studentenprotest

Dat studenten actie voeren tegen aangekondigde bezuinigingen op het onderwijs is van alle tijden. Daar is niets staatsondermijnend aan. Des te meer opmerkelijk dat diverse actieve studenten gedurende de acties en betogingen door de Regionale Inlichtingendienst en geheime dienst AIVD benaderd zijn met de vraag informant te worden.

‘Gaan jullie stenen gooien?’

Eind 2009 stak er langzaam een storm van protest op tegen de bezuinigingen in het onderwijs. Al jaren wordt er zowel binnen de politiek als vanuit wetenschappelijke hoek geroepen dat er geïnvesteerd moet worden om het Nederlandse onderwijs op peil te houden. De regering van CDA en VVD met gedoogpartner PVV vindt echter dat ook het onderwijs moet korten in verband met de algemene economische malaise. De studentenbonden, maar ook docenten keerden zich tegen het beleid van staatssecretaris Zijlstra van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Naast de ‘officiële’ organen van studenten (LSVB en IOS) en de jongerenorganisaties van enkele politieke partijen (Dwars en Rood) ontstond er een keur aan actiegroepen. Verspreid over het land richtten studenten clubs op als de Kritische Studenten Utrecht (KSU), Kritische Studenten Nijmegen Arnhem (KSNA), Kritische Studenten Twente (KST), Professor Protest (Amsterdam), SACU (Studenten Actie Comité Utrecht), Onderwijs is een Recht (OIER, Landelijk) en de comités SOS Nijmegen en SOS Amsterdam.

Actiegolf

Vanaf april 2010 tot de zomer van 2011 spoelde een golf aan acties over het land. Ludieke acties op straat of in universiteiten, bezettingen van hogescholen en faculteiten en demonstraties in verschillende steden. In het najaar van 2010 nam het protest in omvang toe en in januari 2011 demonstreerden ruim 10.000 studenten tegen de bezuinigingen.

Doel van de acties was van meet af aan duidelijk: geen kortingen op het onderwijs, zeker in een tijd dat de werkloosheid toeneemt. Ook al leefde er groot ongenoegen over het kabinet en gedoogpartner PVV, de regering omverwerpen was nooit een doelstelling. Oppositiepartijen en universiteits- en schoolbesturen verzetten zich samen met de studenten.

Nu lopen ludieke acties, bezettingen en demonstraties wel eens uit de hand, maar zoals onderzoek van Buro Jansen & Janssen naar demonstratierecht in Den Haag heeft uitgewezen, gebeurt dit zelden. Als er al ongeregeldheden plaats vinden, zijn lang niet altijd de actievoerders de schuldigen. Veelal is het ook te wijten aan het optreden van de politie. Bij grote demonstraties is vaak ook een overmacht aan mobiele eenheid aanwezig. De laatste jaren blijven ernstige rellen dan ook uit.

Begin 2011, op het hoogtepunt van de protestgolf, deed zich echter iets geks voor. Op de ochtend van vrijdag 21 januari meldde VVD-burgemeester Van Aartsen aan de NOS dat ‘de gemeente Den Haag aanwijzingen had dat radicalen de studentendemonstratie van vandaag willen verstoren’. Van Aartsen zei dat de politie die aanwijzingen baseerde op informatie afkomstig van ‘open en gesloten bronnen’.

Tijdens die demonstratie vonden er enkele schermutselingen plaats, maar of daar de ‘radicalen’ bij betrokken waren waar Van Aartsen eerder die dag op doelde, bleef onduidelijk. De open bronnen zouden websites, pamfletten en allerlei bladen zijn. Bij gesloten bronnen kan het gaan om telefoon en internet taps, observaties, maar ook informanten en infiltranten.

Zoals verwacht vond er een relletje plaats op het Plein voor het Tweede Kamergebouw en op het Malieveld. De politie meldde dat een deel van de aangehouden jongeren deel uit zou maken van radicale groeperingen. Volgens burgemeester Van Aartsen waren de arrestanten leden van de linkse groep Anti-Fascistische Aktie, zo meldde de NOS die avond.

Radicalen

Volgens de demonstranten liepen er tijdens de betoging veel agenten in burger mee en was de ME dreigend aanwezig. Dit kan het gevolg zijn geweest van de dreigende taal van de burgemeester. De ‘radicalen’ moesten per slot van rekening in de gaten worden gehouden. Van de 27 verdachten (cijfers van de politie) werden er nog op dezelfde dag 22 vrijgelaten.

Vijf verdachten werden maandag 24 januari voorgeleid. Volgens het openbaar ministerie bevonden zich hieronder ‘enkele niet-studenten’. Het zou gaan om een 27-jarige man uit Spanje, een 22-jarige man uit Haarlem, een 21-jarige Amsterdammer, een 26-jarige inwoner van Wassenaar en een 18-jarige Delftenaar.

Het OM maakte niet duidelijk wie nu wel of niet student was. Een HBO-student Arts and Sciences kreeg 8 weken onvoorwaardelijk opgelegd, een student politicologie en geschiedenis 80 uur werkstraf, een bouwkundestudent 40 uur werkstraf en een student toerisme een boete van 500 euro.

Alle verdachten en advocaten spraken van excessief politiegeweld. “De ME mishandelde vrouwen en kinderen” en “ik smeet vrijdag een aantal stenen, nee, geen bakstenen, naar de ME, omdat het geweld dat de politie gebruikte me diep schokte.” De rechter moest toegeven dat het optreden van de politie “niet de schoonheidsprijs verdiende.”

De veroordeelden waren allemaal studenten, zelfs de Spanjaard. Waarom logen burgemeester, politie en OM zowel voor als na de demonstratie over ‘radicalen’? Bespeelden zij de media om zo studenten in een verkeerd daglicht te plaatsen? En waar kwamen die radicalen plotseling vandaan? Na de demonstratie waren de radicalen volgens de burgemeester deelnemers aan de actiegroep AFA. Welke kennis had de politie en vanwaar werd die ingezet?

De gebeurtenissen rondom de demonstratie van 21 januari richtte de aandacht op iets dat al maanden aan de gang was. Vanaf het begin van de studentenprotesten is de overheid bezig geweest om het verzet in kaart te brengen, studenten te benaderen, informanten te werven, te infiltreren en zicht te krijgen op verschillende groepen. Niet de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) of het Interstedelijk Studenten Overleg (IOS) zouden een gevaar vormen, maar andere ‘radicalere’ studentikoze actiegroepen.

Benadering

In april en mei 2010 werd ‘Marcel’ gebeld door een man die zei dat hij van de recherche was en zichzelf Veerkamp noemde. Van welke afdeling en in welke hoedanigheid de beambte contact opnam, vertelde hij niet. Veerkamp werkt echter voor de Regionale Inlichtingendienst Utrecht, zoals uit een andere benadering blijkt. (zie Observant 58, Voor de RID is Griekenland ook een gevaar). De ‘rechercheur’ wilde graag geregeld contact met Marcel.

Marcel is student en actief voor het Studenten Actie Comité Utrecht (SACU) dat nauw samenwerkt met de Kritische Studenten Utrecht (KSU). Beide actiegroepen richten zich op de bezuinigingen op het onderwijs, maar plaatsen die tevens in maatschappelijk perspectief. Naast bezettingen, demonstraties en acties organiseerden ze ook debatten, lezingen en discussies. De kritische studentengroepen hielden een weblog bij met verslagen, agenda en discussie, een open structuur.

De man van de ‘recherche’ wilde van Marcel uit eerste hand weten wat de Utrechtse studenten de komende tijd gingen doen. “Zij wilden graag weten wat ze van ons konden verwachten”, vat Marcel het telefonische onderhoud samen. Marcel vond het nogal vreemd dat de man hem benaderde. Voor demonstraties werd openlijk opgeroepen en de groep meldde deze zelfs bij de politie aan. Waarom zou hij dan achter de rug om van andere studenten met deze man gaan praten?

Al snel werd duidelijk waar het de man om te doen was. Tijdens een van de twee gesprekken vroeg hij Marcel of ze van plan waren om stenen te gaan gooien tijdens studentendemonstraties. Marcel was nogal overrompeld door deze vraag, het leek of de politie er op zat te wachten. Alsof er een behoefte bestond van de zijde van de overheid om de studenten te criminaliseren.

AFA

Waarom wordt een student in Utrecht benaderd met de vraag of de studenten stenen zouden gaan gooien? Als Marcel de enige benaderde actievoerder was geweest dan is de conclusie simpel. De man die hem belde is wellicht werkzaam voor de Regionale Inlichtingendienst (RID) en was op zoek naar een contact binnen de kritische studentengroepen met het oog op mogelijke toekomstige ongeregeldheden. RID’ers hebben zo ook contacten met voetbalsupporters, zoals die van FC Utrecht.

Hoewel het personeel van de RID professionals zijn in het misleiden van mensen, kan de opmerking betreffende ‘stenen gooien’ een verspreking zijn geweest. De benaderde Marcel is echter geen uitzondering. ‘Peter’ werd in een eerder stadium gebeld door iemand van de overheid. Hij is student in Amsterdam en was actief voor de actiegroep Professor Protest. Het is niet duidelijk of de man die hem benaderde dezelfde persoon is geweest die Marcel heeft gebeld. Peter werd gevraagd om als informant te gaan werken. Hij voelde daar niets voor en verbrak de verbinding.

De combinatie van verschillende benaderingen, het bestempelen van elementen bij een studentendemonstratie als zijnde ‘radicaal’ en het benoemen van de ‘linkse groep Anti-Fascistische Aktie’ is te toevallig. In het deelrapport Ideologische Misdaad uit 2005 en 2007 van de KLPD worden deelnemers van AFA expliciet genoemd als ideologische misdadigers, mensen die worden verdacht van het plegen van een misdaad uit ideologische, politieke motieven.

Zodra activisten van AFA door politie worden gezien als ideologische misdadigers en door het landelijk parket gelijk worden gesteld aan roof misdadigers (Strategienota aandachtsgebieden 2005 – 2010) dan is een inlichtingenoperatie gericht op studenten een logisch uitvloeisel indien AFA-activisten ook student zijn en actief binnen die groepen. Daarbij passen benaderingen, infiltratie, aftappen, observaties en andere geheime methoden. Kritische studentengroepen plaatsen de strijd tegen de bezuinigingen van het kabinet in een breder perspectief.

Actieve studenten zijn soms ook politiek actief of strijden voor bijvoorbeeld dierenrechten, ondemocratisch Europa of bijeenkomsten van de G8 of G20. Het optreden van de overheid in deze doet sterk denken aan de inlichtingenoperatie van de BVD rond de Amsterdamse studentenbond ASVA in de jaren ’60 en ’70. Het verschil leek dat Marcel en Peter niet door de inlichtingendienst (de AIVD) zijn benaderd, maar door de ‘recherche’. De recherche zou dan misschien de Nationale Recherche zijn geweest vanwege de ‘ideologische misdaad’.

Geheime dienst

Nu is de wijze waarop prioriteiten gesteld worden aan het werk van politie en parket onderhevig aan politieke druk. Prioriteiten veranderen jaarlijks, afhankelijk van gevoerde discussies in de Tweede Kamer en de doelstellingen van een individuele minister. Het is echter moeilijk voor te stellen dat studentenprotesten plotseling als een belangrijk strategiepunt zijn benoemd voor de Nationale Recherche. Beleid verandert meestal traag, het duurt een tijd voordat het opsporingsapparaat zich gaat richten op een andere prioriteit.

Niet de Nationale Recherche zat dan ook achter de studenten aan, maar de geheime dienst. De benadering van ‘Karin’ onderstreept dit. Zij werd benaderd door iemand van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het ministerie dat verantwoordelijk is voor het functioneren van de AIVD. Marcel en Peter zijn waarschijnlijk benaderd door functionarissen van de Regionale Inlichtingendiensten van Amsterdam en Utrecht.

Probleem is dat inlichtingenfunctionarissen meestal niet te koop lopen met hun naam en het werk dat ze verrichten. Indien je als burger zelf niet vraagt met wie je van doen hebt, kunnen zij niet de beleefdheid opbrengen om duidelijk aan te geven dat zij voor een inlichtingendienst werken.

Karin is student aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zij is sinds eind 2010 betrokken bij het studentenverzet. In februari 2011 bezette zij samen met andere studenten het Bungehuis van de UvA. Aan de actiegroep waar zij deel van uitmaakte, Professor Protest, nam ook Peter deel.

Op 20 april 2011 werd Karin gebeld door een man die zich voorstelde als ‘Ivo Kersting’ (of Kertjens of Kerstman of Kerstland) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Haar mobiele nummer was niet gebruikt als perstelefoon dus Ivo moet haar nummer via het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) hebben verkregen.

Ivo belde vanuit Amsterdam met nummerherkenning en sprak Karin met haar voornaam aan. Zij was nogal overrompeld door het telefoontje. Hij vroeg of hij op een gelegen tijdstip belde waarop zij ontkennend antwoordde. Hij kon haar over een uur terugbellen, maar zei niet waarover. Karin vroeg het nog, maar Ivo zei, “nee, over een uur hoor je dat wel”.

Een uur later hing hij weer aan de lijn, nu zonder achternaam. “Hallo, weer met Ivo, van Binnenlandse Zaken. Wij zijn de studentenbeweging in kaart aan het brengen. Jij bent toch woordvoerder geweest van de Bungehuis bezetting? Je bent ons positief opgevallen, en je zou ons erg helpen als je met ons rond de tafel komt zitten om wat te debatteren over de studentenbeweging.”

Ivo heeft gedurende de telefoongesprekken op geen enkele manier uitgelegd wat voor functie hij op het ‘ministerie’ vervulde. Karin antwoordde dat ze geen tijd had en niet meer actief betrokken ws bij de studentenprotesten. Ivo leek een beetje van zijn stuk gebracht door haar resolute antwoord. “Oh, dat is jammer je zou ons echt enorm kunnen helpen, kan ik je niet overhalen?”, probeerde hij nog. Toen Karin ontkennend antwoordde, gooide hij zonder gedag te zeggen de hoorn op de haak.

Intimiderend

Medewerkers van de inlichtingendienst hebben de neiging zich boven de burger, de samenleving te plaatsen. Ze hebben toegang tot allerlei persoonlijke informatie waardoor mensen die benaderd worden zich erg geïntimideerd voelen. Karin vond de gesprekken met Ivo Kersting vervelend en intimiderend. Hij bleef aandringen, draaien, geveinsd vriendelijk doen en doordrammen terwijl zij toch duidelijk was met haar ontkenning.

Ivo belde namelijk na een paar minuten weer terug. Hij verontschuldigde zich niet dat hij zo onbeschoft de hoorn op de haak had gegooid, maar zei meteen dat ze geld kreeg voor deelname aan het gesprek. Hoewel Karin opnieuw zei niet mee te willen werken, bleef de functionaris aanhouden. “We kunnen ook in Amsterdam afspreken. Ben je in Amsterdam? Je woont toch in Amsterdam? Ik ben nu met een collega in de buurt dus dan zouden we even kunnen spreken?”

Blijkbaar wisten ze meer van haar dan ze hadden laten doorschemeren. Karin wees de agenten opnieuw af, maar op het drammerige af bleef Ivo aanhouden. “Anders spreken we af dat jij bepaalt waar en wanneer je af wilt spreken. Je zou ons echt enorm kunnen helpen.” De druk werd opgevoerd. Karin moest zich schuldig gaan voelen. Zij wilde niet meewerken terwijl Ivo en zijn collega zo redelijk waren.

Dat waren ze echter niet. Ze intimideerden haar en toonden geen respect voor haar standpunt. “Weet je wat, ik overval je nu natuurlijk. Misschien kan ik je anders volgende week bellen”, zei Ivo alsof hij haar ontkenning helemaal niet had gehoord. Opnieuw voor de tiende keer antwoordde Karin dat ze niet wilde afspreken, geen tijd en zin had.

Karin was overrompeld, maar was nee blijven zeggen. Achteraf realiseert zij zich dat ze blij was dat ze wist dat ze het volste recht had om te weigeren mee te werken. Na een spervuur aan vragen te hebben overleefd en geschrokken te zijn van de behandeling, bleef er alleen maar boosheid bij haar hangen. “Het is eigenlijk politie van de ergste soort omdat ze zich niet eens voordoen als politie, en het laten lijken alsof je gewoon een gezellig kopje koffie gaat drinken”, vat ze het maanden later samen.

“Veel studenten die benaderd worden zullen dusdanig geïntimideerd zijn dat ze gaan praten omdat ze niet durven te weigeren. Anderen zullen denken dat het om een gezellige discussie of om een debat gaat”, concludeert Karin. De geheim agenten gaven haar ook die indruk. “Ze deden alsof het heel erg zou helpen als ik met ze zou gaan debatteren over de studentenbeweging, alsof zij invloed hadden op de besluitvorming rondom de bezuinigingen”, voegt ze nog toe. Karin is er van overtuigd dat er zeker studenten zijn geweest die op het aanbod zijn ingegaan en met Ivo en zijn collega of andere functionarissen hebben gesproken.

Persoonsdossiers

Naast Marcel, Peter en Karin zijn er ook andere mensen benaderd vanaf het najaar van 2010 tot en met de zomer van 2011. Waarom wordt een inlichtingendienst ingezet tegen een groep studenten die protesteert tegen de bezuinigingen op het onderwijs? Niet om rellen te voorkomen, zoals bij voetbalsupporters. Bij risicowedstrijden communiceert de RID vooral met de burgemeester en met de driehoek over mogelijke ongeregeldheden, niet met de inlichtingendienst.

Dat er een uitgebreidere inlichtingenoperatie rondom de studentenprotesten op touw is gezet, maken de eerste stukken duidelijk die via de Wet openbaarheid van Bestuur (WoB) en de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV) zijn verkregen. De RID van de regiopolitie Haaglanden heeft op 27 januari 2011 een nabeschouwing van de studentendemonstratie opgesteld voor het Algemeen Commandant van de Staf grootschalig en bijzonder optreden (AC SGBO).

Of dit rapport alleen naar de algemeen commandant is gegaan, valt te betwijfelen. Op 21 maart 2011 schrijft rapporteur ‘R: 15:’ van de RID Haaglanden het verstrekkingrapport 1414/11 aan de AIVD. Het rapport gaat over een studentendemonstratie van 25 maart 2011. Er wordt in gemeld wie de organisator was van de betoging, de route en het aantal te verwachten demonstranten. Onduidelijk is of er delen van het rapport zijn achtergehouden.

Evenmin duidelijk is hoelang de overheid studenten al in kaart aan het brengen is. Duidelijk is wel dat er persoonsdossiers zijn samengesteld van individuele actievoerders. Op basis van die dossiers is de claim van burgemeester Van Aartsen, de politie en het Openbaar Ministerie rond de demonstratie van 21 januari 2011 te begrijpen. Of er provocateurs van politie of inlichtingendienst, mensen die aanzetten tot geweld, tussen de demonstrerende studenten rond hebben gelopen, is niet duidelijk. Wel waren er veel agenten in burger op de been en de ME trad onnodig hard op.

Marcel, Peter en Karin zijn fictieve namen.

Find this story at 26 maart 2013