Indian army spooks carried out covert operations in Pakistan

NEW DELHI – The Indian military intelligence unit set up by former army chief General VK Singh was involved in sensitive covert operations in Pakistan and was even on the trail of 26/11 mastermind and Lashkar-e-Taiba chief Hafiz Saeed, officials associated with it have told HT.
“Our main task was to combat the rising trend of state-sponsored terrorism by the ISI and we had developed contacts across the Line of Control in a bid to infiltrate Hafiz Saeed’s inner circle,” an official who served with the controversial Technical Services Division (TSD) said.
Asked for an official response, an army spokesperson said, “The unit has been disbanded. Details of the unit, which was the subject matter of an inquiry, are only known to the Chief and a few senior officers. It is for the defence ministry now to initiate any further inquiries.”
The spook unit was set up after the 26/11 Mumbai attacks on a defence ministry directive asking for the creation of covert capability.
Army documents, perused by HT, reveal the senior-most officers signed off on the formation of this unit. File No A/106/TSD and 71018/ MI give details of approvals by the Director General Military Intelligence, vice-chief and chief of army staff.
The TSD – disbanded after allegations that it spied on defence ministry officials through off-the-air interceptors – was raised as a strategic force multiplier for preparing, planning and executing special operations “inside depth areas of countries of interest and countering enemy efforts within the country by effective covert means”.
But it then got caught in an internecine battle between army chiefs. The TSD – which reported directly to Gen VK Singh – used secret service funds to initiate a PIL against current chief General Bikram Singh. As reported by HT in October 2012, secret funds were paid to an NGO to file the PIL, in a bid to stall Bikram Singh’s appointment as chief.
However, covert ops were the unit’s essential mandate and deniability was built into it and it reads, “The proposed organization (TSD) will enable the military intelligence directorate to provide a quick response to any act of state-sponsored terrorism with a high degree of deniability.” Its task was to carry out special missions and “cover any tracks leading to the organisation”.
Though covert operations were formally shut down by IK Gujral when he was PM in 1997, sources reveal the TSD carried out several such operations within and outside the country – such as Op Rehbar 1, 2 and 3 (in Kashmir), Op Seven Sisters (Northeast) and Op Deep Strike (Pakistan). Controversy is dogging the unit once again after disclosures in The Indian Express that secret service funds were also used to destabilise the Omar Abdullah government in Held Kashmir. The BJP has raised questions over the timing of the disclosures. While the defence ministry has had the inquiry report since March, the revelations have come soon after Singh shared the stage with the saffron party’s PM candidate Narendra Modi last Sunday.

September 23, 2013
The Nation Monitoring

Find this story at 23 September 2013

© The Nation

Random afluisteren in India

In het voorjaar van 2010 was India een paar weken in de ban van een afluisterschandaal, maar vervolgens verdween dat in de vergetelheid. Dit is opmerkelijk gezien de staat van dienst van de inlichtingenwereld in India. Schandalen die gewone Indiërs raken, maar ook corruptie, slecht management, verkeerde technologie en apparatuur en bovenal incompetentie lijken de boventoon te voeren bij de NTRO, die verantwoordelijk wordt gehouden voor het schandaal. NTRO, National Technical Research Organisation, gebruikt IMSI Catchers om voor lange tijd en op grote schaal politici, ambtenaren, zakenmensen, beroemdheden en gewone Indiërs af te luisteren.

Het gebruik van een IMSI catcher moet nauwlettend gecontroleerd worden. Het afluisterschandaal in India laat zien wat de gevaren zijn van het toelaten van het apparaat in een veiligheidsstelsel. Een IMSI catcher is een mobiele zendmast. Het International Mobile Subscriber Identity nummer is een uniek nummer dat aan een SIM kaart voor een mobiele telefoon is gekoppeld. Aan het IMSI nummer zit tevens een uniek telefoonnummer. Het IMSI nummer bestaat uit drie groepen getallen, 111/22/3333333333. Aan het nummer is te zien uit welk land de SIM kaart komt. De eerste cijfers (111) staan voor het land, Nederland heeft bijvoorbeeld 204 als code. De tweede set cijfers (22) onthullen de provider, KPN heeft bijvoorbeeld 08 en Vodafone 04. De laatste cijfers, maximaal tien cijfers, zijn het unieke abonnementsnummer. Dit is niet hetzelfde als het telefoonnummer. Telefoons waar twee SIM kaarten in zitten, hebben ook twee IMSI nummers.
De IMSI catcher fungeert als mobiele antenne die het gsm verkeer in de buurt opvangt, hierbij gaat het alleen om uitgaande gesprekken. Bij gewone mobiele telefoons vindt de versleuteling van de conversaties plaats in de dichtstbijzijnde mast. De IMSI catcher hoeft de informatie dus niet te kraken, maar kan simpelweg de gesproken of geschreven data lezen. De catcher moet het telefoonverkeer wel doorgeleiden naar een reguliere mast anders kan er geen contact worden gemaakt met de persoon die door de gsm wordt gebeld. De catcher fungeert als tussenstation om de data ofwel direct af te vangen ofwel niet versleuteld door te geleiden. Het doel van de catcher is natuurlijk ook? om het telefoonnummer van een beller te achterhalen. Voor opsporingsinstanties die het gsm nummer van een verdachte niet kunnen traceren is dit een handig middel. Men plaatst een catcher in de buurt van de persoon in kwestie, vangt de nummers allemaal af en kan nagaan welk nummer men moet hebben. Bij politie-invallen kan het apparaat ook zijn dienst bewijzen door op locatie het telefoonverkeer te monitoren, vooral als binnen een onderzoek niet alle gsm-nummers bekend zijn. Tevens kan de catcher worden gebruikt voor spionage doeleinden, vooral spionage die de overheid niet aan de grote klok wil hangen. Bij het afluisteren met een IMSI catcher heeft men namelijk geen medewerking van een Telecom provider nodig. De IMSI catcher laat echter wel een spoor achter die een gebruiker kan wijzen op onregelmatigheden in de transmissie en het apparaat is niet altijd succesvol. De IMSI catcher was tot begin 2011 ook te koop door particulieren. Verschillende bedrijven in New Delhi, Gurgaon en Noida boden de ‘off-the-air-monitoring’ systemen aan. In 2011 besloot de regering de handel van de apparaten aan banden te leggen. Private ondernemingen bleken namelijk gebruik te maken van de catcher.

NTRO
In India is de IMSI Catcher op grote schaal ingezet voor spionage doeleinden, zo onthulde het weekblad Outlook in het voorjaar van 2010. Vanaf waarschijnlijk eind 2006 tot en met april 2010 werden politieke tegenstanders, mensen die promotie zouden maken, leden van het kabinet en allerlei andere politieke en niet politieke figuren door één van de Indiase geheime diensten afgeluisterd. De gesprekken werden afgeluisterd, opgenomen en bewaard. De dienst die verantwoordelijk is voor het afluisteren is de National Technical Research Organisation, de NTRO. De NTRO werd na de Kargil oorlog in 1999 opgezet. Dit conflict ontstond toen het Pakistaanse leger posities in het district Kargil, in de regio Kashmir innam. India reageerde furieus en verdreef de Pakistanen uit een groot deel van Kargil. De laatste posities werden door Pakistan verlaten na diplomatieke druk. De Kargil Review Committee concludeerde in 1999 dat een van de redenen van het uit de hand lopen van het conflict gebrekkige inlichtingen was. De Defence Intelligence Agency (DIA) en de National Technical Facilities Organization (NTFO) die al snel NTRO werd gedoopt, werden opgezet.
De NTRO begon zijn werkzaamheden in april 2004. De NTRO is de Indiase stofzuiger van data, zowel internet als telecommunicatie data, en monitort het Indiase grondgebied en luchtruim. De NTRO gebruikt hiervoor allerlei technische hulpmiddelen, van satellieten tot IMSI catchers. De Technology Experiment Satellite (TES), een satelliet die is uitgerust met een camera die foto’s kan maken van voorwerpen van een meter, is een van de hulpmiddelen. De satelliet werd in oktober 2001 gelanceerd en de beelden worden beheerd door de Indian Space Research Organisation (ISRO). Beelden worden ook commercieel verhandeld door een bedrijf dat verbonden is aan de ISRO, Antrix Corporation. BBC News rapporteerde dat India door TES ook beelden bezit van de oorlog in Afghanistan. In 2001 was India het tweede land naast de Verenigde Staten dat een satelliet bezit die beelden kan genereren van voorwerpen van een meter groot. Een van de functionarissen die centraal staat in de introductie van de afluister praktijken door de NTRO is dhr. Narayanan. Narayanan heeft decennia lang een centrale rol gespeeld in de Indiase inlichtingenwereld. Hij was hoofd van het Intelligence Bureau van 1988 tot 1992, en diende daarbij onder vijf verschillende minister-presidenten. Daarna nam hij een adviserende rol op zich onder de directe verantwoordelijkheid van de minister-president van India. In zijn rol als National Security Advisor (NSA) introduceerde hij de nieuwe afluistertechnologie in India in 2005. Narayanan wordt wel de ‘super spook’ van India genoemd, omdat hij zijn gehele wat? leven? al in de kringen van de Research and Analysis Wing (R&AW), het Intelligence Bureau en de NSA heeft bewogen. Zijn verhouding met minister-president Manmohan Singh was toen hij National Security Advisor niet close. Hij had bezwaren tegen de nucleaire samenwerking tussen Amerika en India en de toenadering van India en Pakistan. In de Wikileaks Cables over India die begin 2011 zijn vrijgegeven door The Hindu wordt Narayanan echter wel omschreven als een belangenbehartiger van de relatie met de Verenigde Staten. In een van de berichten wordt hij omschreven als de smeerolie voor zaken die voor de Amerikanen interessant zijn.
De NTRO valt onder de verantwoordelijkheid van de inlichtingendienst buitenland van India, de Research and Analysis Wing (R&AW), hoewel het een zekere mate van onafhankelijkheid heeft. De NTRO faciliteit waar het afluisteren van de communicatie met het buitenland wordt gedaan ligt in de buurt van Kala Ghoda, zuidelijk Mumbai. Bij Malad, dat in de buurt ligt van Kala Ghoda, komen de datakabels die internet- en telecommunicatie tussen continenten mogelijk maken het Indiase vasteland binnen. De NTRO zit er letterlijk boven op. Hierbij gaat het om communicatie tussen India en het buitenland. De inlichtingendiensten van India hebben daarnaast genoeg binnenlandse capaciteit om de iedere Indiase burger af te luisteren.

Afluisteren
Het afluisterschandaal van de NTRO werd eind april 2010 door het weekblad Outlook onthuld. In de editie van 3 mei van dat jaar zegt een senior inlichtingenofficier dat de NTRO geen toestemming nodig heeft om een telefoon te tappen. Het gaat volgens hem om het onderscheppen van een signaal tussen de gsm en de antenne. Volgens de officier gaat het daarom niet om het afluisteren van een telefoonnummer. Het apparaat zou signalen binnen een cirkel van twee kilometer kunnen onderscheppen. De medewerker van de NTRO lijkt te suggereren dat er helemaal niets mis is met het afluisteren met behulp van een IMSI catcher, het signaal wordt gewoon opgevangen en bewaard. Op dezelfde wijze lijkt de minister van Binnenlandse Zaken van India, P. Chidambaram, de storm rond het afluisterschandaal te willen sussen. In een van de eerste reacties verklaarden bronnen binnen de regering dat het ging om een proef van de NTRO. De regering had geen opdracht gegeven, dus is zij niet verantwoordelijk, en er hoeft geen onderzoek te komen. Volgens de minister waren in de bestanden van de NTRO ook geen bewijzen gevonden van het afluisteren van politici. Tevens wees de regering erop dat de NTRO niet zelfstandig operaties uitvoert, maar werkt onder auspiciën van andere diensten. Bij deze diensten zou het gaan om zeven inlichtingendiensten: het Intelligence Bureau, de Research and Analysis Wing, de Directorate of Revenue Intelligence, Enforcement Directorate, Narcotics Control Bureau, Economic Intelligence Unit and Directorate-General of Investigations, Income-Tax (CBDT). Een oud medewerker van de NTRO voegde daar in de Economic Times van 24 april 2010 nog aan toe dat de dienst slechts onderzoek doet naar technische hulpmiddelen. Volgens hem luistert de dienst geen individuen af en wordt het NTRO in diskrediet gebracht door verongelijkte werknemers.
Ook de politie heeft de bevoegdheid om af te luisteren. De minister van Binnenlandse Zaken stelde dat ruim dertig instanties in de verschillende Indiase deelstaten de mogelijkheid hebben om te tappen en af te luisteren. Volgens minister Chidambaram ligt daarom de macht tot het uitvoeren van deze observaties niet alleen op nationaal niveau, maar ook op deelstaatniveau. Dat dit ook daadwerkelijk aan de hand is werd in dezelfde periode geïllustreerd door een afluisterschandaal van de CBDT. Deze dienst had lobbyisten van de telecommunicatie industrie afgeluisterd ten tijde van de toewijzing van mobiele breedband netwerken met de 2G technologie. Bij deze onthulling werd niet de CBDT beschuldigd van illegale taps, maar kregen de bedrijven het te verduren. De afgeluisterde gesprekken onthulden de grote invloed van de industrie op de besluitvorming van de regering. De CBDT luisterde de lobbyisten af in het kader van een onderzoek naar belastingfraude. Zowel politiek als binnen de juridische wereld worden er vraagtekens gezet bij het afluisteren van mensen die worden verdacht van belastingfraude.
Hoewel de onthulling in de Outlook erg gedetailleerd was, was het antwoord van de minister en de dienst dat er niets aan de hand is. Er wordt niet afgeluisterd en er is geen bewijs gevonden dat het is gebeurd, luidde het officiële regeringsstandpunt. De Indiase Telecomwet van 1885 en de toegevoegde wijziging van 2008 maken afluisteren echter wel mogelijk. Bij het afluisteren gaat het om uitzonderlijke situaties en niet om een standaard regel. Het was dus wel degelijk een schending van wettelijke regels. In de week erna bevestigden enkele inlichtingenofficieren anoniem dat er op grote schaal afgeluisterd wordt. Naast de vier politici waarover Outlook in het nummer van 3 mei 2010 publiceerde bleken er veel meer mensen te zijn afgeluisterd. Het gaat daarbij naast politici om ambtenaren, zakenmensen, gewone Indiërs en beroemdheden. Volgens de anonieme officieren werden de gesprekken zonder wettelijke toestemming afgeluisterd . De officieren vertellen in de Outlook van 10 mei 2010 dat zij de opdrachten mondeling kregen of soms op een geel memo papiertje. Volgens de officieren waren de afluisteroperaties allemaal illegaal , zonder toestemming van de NSA of het kabinet van de minister-president. Er mocht ook geen administratie van worden bijgehouden. De IMSI catchers werden ingezet om bijvoorbeeld in Delhi, de hoofdstad van India, rond te rijden om gsm verkeer op te vangen. Eigenlijk waren het ‘fishing operaties’ op zoek naar dat ene gesprek dat mogelijk een gevaar kan zijn voor de nationale veiligheid. Het systeem scant alle nummers zonder onderscheid te maken en kan alles opnemen. Op elk willekeurig moment kan het apparaat dat in India is gebruikt maximaal 64 gesprekken opnemen. Sommige gesprekken werden vernietigd, andere werden bewaard. Het wordt uit het interview met de medewerkers niet duidelijk wie er verantwoordelijk was voor het besluit om gesprekken al dan niet te vernietigen. In The Times of India worden anonieme bronnen aangehaald die zeggen dat het afluisteren van de politici was uitgevoerd door “junior officials”, maar dat hun werk deel uitmaakt van een grotere operatie.
Volgens de medewerkers van de inlichtingendiensten gaat het om in totaal vijf apparaten die door de NTRO gebruikt worden. Van de ritten van de auto met de IMSI Catcher worden twee logboeken bijgehouden. Het ene logboek bevat geen enkel detail van de operatie. Het andere logboek is “top secret” en bevat gedetailleerde informatie over de locatie waar het apparaat heeft afgeluisterd. De precieze route, bestemmingen, data en tijden zijn in dat logboek te vinden. Medewerkers van de inlichtingendienst vertelden dat het niet alleen de NTRO hoeft te zijn die verantwoordelijk is voor het tappen. Verschillende van de zeven inlichtingendiensten en zelfs de politie hebben een IMSI catcher. Bronnen in de inlichtingenwereld hebben het weekblad Outlook aangegeven dat er in totaal 90 apparaten zijn aangeschaft door de verschillende instanties. Vooral in regio’s waar veel moslims wonen gebeurt dit volgens de officier. De inlichtingenofficieren die in Outlook worden geïnterviewd worden ondersteund in hun verhalen door een oud- directeur van het Intelligence Bureau (IB), dhr. Dhar. Hij vertelde het Indiase weekblad Tehelka dat de NTRO namen moet hebben gekregen om af te luisteren. Tevens verklaart hij dat politieke leiders regelmatig inlichtingendiensten de opdracht geven om mensen af te luisteren zonder schriftelijke toestemming. Medewerkers van diensten die weigeren aan deze afluisterpraktijken mee te doen, worden ontslagen volgens de oud-directeur van het Intelligence Bureau.

Iedereen is verdacht
Het is onduidelijk wat het doel is van de afluisteroperatie die zeker vier jaar heeft geduurd. Hoewel de verantwoordelijk minister in zijn eerste reactie had aangegeven niets van het afluisteren af te weten, gaven regeringsbronnen aan de The Times of India toe dat de NTRO wel toezicht uitvoerde. Welk toezicht wordt door de Times niet vermeld. Volgens de bronnen staan die activiteiten onder directe verantwoordelijkheid van de National Security Advisor of het kabinet van de minister-president waaronder de Research and Analysis Wing en de NTRO valt. Bij de NSA zou het gaan om dhr. Narayanan, de man die aan de wieg stond van het afluisteren in 2005. In de Indiase media worden ook verbanden gelegd met de lange traditie van de Indian National Congress (INC), een regeringspartij, om de oppositie in diskrediet te brengen door het verzamelen van politiek gevoelige informatie door het inzetten van inlichtingendiensten. Het dagblad The Pioneer vergelijkt het met de werkwijze van de Indiase roddelpers, maar dan veel serieuzer. Volgens de krant gaat het er bij het afluisteren om om te achterhalen wie elkaar ontmoeten, met wie iemand contact heeft, met wie personen van de elite slapen en vergelijkbare vragen uit de roddelbladen. Het lijkt er volgens de krant op dat de inlichtingendiensten de levens van politieke spelers in kaart probeert te brengen.
De Indian National Congress (INC) is echter niet de enige politieke partij die deze middelen inzet. Het lijkt erop dat het binnen de Indiase democratie de gewoonte is om de oppositie op allerlei manieren in de gaten te houden. De wijze waarop de oppositie het schandaal gebruikte om de regering onder druk te zetten, lijkt deze stelling ook te ondersteunen. De oppositie is geschokt en wil uitleg van de minister-president, maar daadwerkelijke wettelijke hervormingen werden niet met zoveel woorden geëist.
De verantwoordelijk minister voor de afluisteroperatie is Chidambaram. Chidambaram is lid van de Indian National Congress (INC). Onder de afgeluisterde politici bevond zich ook de minister voor Consumentenzaken, voedsel en distributie, Sharad Pawar van de Nationalist Congress Party (NCP), een afsplitsing van de INC. De NCP neemt op dit moment ook deel aan de regering samen met het INC. Ook leden van de partij van de minister van Binnenlandse Zaken zoals dhr. Digvijay Singh werden afgeluisterd, evenals leden van de oppositie, zoals het hoofd van de Communistische Partij India, dhr. Karat. Het afluisteren vond niet alleen nationaal plaats, ook in deelstaten van India zoals in Bihar werden hoge politici afgeluisterd, zoals de premier van Bihar, dhr. Kumar.
De onderwerpen van de gesprekken die Outlook in haar bezit heeft, zijn uiteenlopend. Bij de gesprekken van de minister van Consumentenzaken ging het om het grote schandaal rond de Indian Premier League (IPL), de Indiase cricket competitie, IPL-gate, waar sprake was van witwassen van geld en het vooraf bepalen van de winnaar van een wedstrijd. De premier van Bihar belde een collega om te lobbyen voor meer geld voor zijn deelstaat. En van de communistische partij zijn gesprekken bewaard uit 2008 toen er oppositie werd gevoerd tegen de aankoop van nucleaire technologie van de Verenigde Staten. Hoewel Karat tegenstander was van de overeenkomst tussen India en de Verenigde Staten stond hij onderhandelingen met minister-president Singh niet in weg. Hij fungeerde ook als een belangrijke exponent van de oppositie in India tegen de overeenkomst. De gegevens over de afluisterpraktijk van de NTRO geven nu aan dat dhr. Karat toen is afgeluisterd. Uiteindelijk bleef de Communistische Partij bij haar standpunt om tegen te stemmen, maar de regering behaalde toch een nipte overwinning. De Samajwadi Party (SP) en tien leden van de BJP, beide oppositie partijen, hielpen de regering aan haar meerderheid. De overeenkomst met de Amerikanen kon doorgaan. Naar nu blijkt werden er tijdens de onderhandelingen over het akkoord met de Amerikanen parlementariërs omgekocht. In documenten van de Amerikaanse vertegenwoordiging in India die door Wikileaks zijn buitgemaakt, blijkt dat de Amerikanen op de hoogte waren van de steekpenningen die parlementariërs ontvingen om voor te stemmen. Of de afgeluisterde gesprekken hebben bijgedragen aan het omkopen van leden van het parlement is niet duidelijk.

DE NTRO als schandaal
De NTRO heeft absoluut geen schoon blazoen. De korte historie van de dienst kent al vele schandalen, gebrekkig functioneren, politieke benoemingen en tekenen van corruptie. India kent geen Commissie van Toezicht op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten, wel een algemene controledienst, te vergelijken met de algemene Rekenkamer. De regering stelde dhr. P.V. Kumar van de Comptroller and Auditor General of India (CAG) aan om de misstanden bij de NTRO te onderzoeken. Kumar is een oud medewerker van de Research and Analysis Wing en werd na zijn onderzoek begin 2011 aangesteld om de NTRO te leiden. In hoeverre er een einde is gekomen aan de misstappen is dan ook niet duidelijk. Een van de schandalen naast het afluisteren van politici is de benoeming van de tweede man van de dienst, dhr. Vijararaghavan, en zijn betrokkenheid bij een deal met het Amerikaanse bedrijf CISCO. Na de deal met CISCO werd de dochter van Vijararaghavan door CISCO in dienst genomen. De positie van de tweede man staat ook ter discussie omdat hij naast zijn functie bij de NTRO ook nog zijn oude functie als hoofd van Defence Research and Development Organisation (DRDO) vervult en tevens directeur is van een lobbygroep van de elektronica-industrie. Ook diverse andere benoemingen worden door de CAG onderzocht op hun onvolkomenheden. Het gerechtshof in Delhi oordeelde verder dat er een onderzoek moet komen naar administratieve en financiële onregelmatigheden bij de aanstelling van ruim zeventig werknemers. Vacatures zouden zijn opgevuld met niet capabele mensen zonder de juiste opleiding en voor sommige functies is zelfs geen vacature uitgeschreven, maar die zijn onderhands opgevuld.
Naast het personeelsbeleid zijn er ook vragen gerezen over de aankoop van apparatuur door de dienst. Een medewerker schafte zonder overleg met het agentschap dat over de aankopen van gevoelige apparatuur gaat, computers aan die vitale Chinese onderdelen bevat. De spanningen tussen India en China fluctueren al decennia lang tussen gespannen en vriendschappelijk. De laatste jaren gaat het beter, maar tien jaar geleden had de verhouding tussen de twee landen een nieuw dieptepunt bereikt na Indiase kernproeven. En dat de relatie verre van close is maakten Canadese onderzoekers van de Information Warfare Monitor (IWM) duidelijk toen zij India erop wezen dat begin 2010 Chinese hackers zich de toegang hadden verschaft tot computers van het Indiase leger. IWM had de Indiase overheid er een jaar eerder al op gewezen dat haar computers en servers kwetsbaar waren voor aanvallen uit vooral China. Op de computers die in 2010 gehackt zijn, zou informatie staan over het raketprogramma van India, de artillerie-brigades van Assam, luchtmachtbases en andere militaire informatie. De Canadese onderzoekers produceerden een rapport over de Chinese elektronische infiltratie, ‘Shadow in the Cloud’. In mei 2010 bleek dat de schade van de Chinese spionage operatie aanzienlijk is. Computers en servers van diplomatieke vestigingen van India in Kabul, Moskou, Dubai, Abuja, in de Verenigde Staten, Servië, België, Duitsland, Cyprus, het Verenigd Koninkrijk en Zimbabwe waren door de Chinezen overgenomen. Ook het kantoor van de National Security Advisor was besmet en zelfs bedrijven als Tata, YKK India en DLF Limited. Naast deze militair en economisch strategische spionage hadden de Chinezen het ook gemunt op de Tibetaanse gemeenschap in Dharamshala.
Een andere medewerker kocht satelliet communicatiemiddelen van een bedrijf uit Singapore (Singapore Technologies), een bedrijf dat door de Indiase overheid op een zwarte lijst was geplaatst. Bij de aanbesteding van de satelliet communicatie apparatuur kwamen de specificaties van de NTRO precies overeen met het product van Singapore Technologies. In andere gevallen, zoals bij de aanschaf van onbemande vliegtuigen van het Israëlische bedrijf Israel Aerospace Industries (IAI) is door het NTRO geen aanbesteding uitgeschreven volgens de onderzoekers van CAG. De onbemande vliegtuigen moesten in januari 2010 aan de grond worden gehouden, omdat bleek dat de NTRO onveilige en open radiofrequenties gebruikte voor de besturing van de vliegtuigen. Volgens de India Today zouden ook de onbemande vliegtuigen van het Indiase leger op deze manier worden bediend. Bij grote uitgaven dient de NTRO een aanbesteding te doen en toestemming te vragen aan de National Security Advisor en uiteindelijk de minister-president. Ook dit laatste is bij diverse aankopen door de dienst niet gebeurd.
Naast deze personele en technische misstappen wordt de kwaliteit van het werk van de dienst in het publieke debat in India in twijfel getrokken. Hoewel haar taak het verzamelen van informatie over mogelijke terroristische aanslagen, cyber crime, opstanden en illegale grensoverschrijdingen is, heeft de dienst geen enkel duidelijk succes geboekt. De aanslagen van 26 november 2008 in Mumbai worden gezien als het bewijs van de mislukking van de dienst. Toch lijkt de dienst onaantastbaar, zoals zoveel inlichtingendiensten. Twee jaar later was het opnieuw raak. Op basis van informatie van de inlichtingendiensten werd een man gearresteerd die verantwoordelijk werd gehouden van de aanslag op de “Duitse bakkerij”, een populaire uitgaansgelegenheid voor toeristen in Pune. Minister Chidambaram feliciteerde de inlichtingendiensten, maar ze bleken het bij het verkeerde eind te hebben. De man moest worden vrijgelaten wegens ontlastend bewijs.
En hoewel de NTRO de stofzuiger is van data van Indiase burgers staat zij net als de andere spelers in de Indiase inlichtingenwereld bekend om het ‘kwijtraken’ van gevoelige data. In 2003 was de Defence Research and Development Organisation (DRDO) plotseling 53 computers kwijt. Toen zij werden teruggevonden, ontbraken de harde schijven. Op de harde schijven stonden geheime codes voor communicatie met inlichtingendiensten en het leger. In 2006 raakte een belangrijke wetenschapper van de DRDO zijn laptop kwijt op het vliegveld van Delhi. Op de laptop bewaarde de wetenschapper geheime informatie over het Indiase kernwapenarsenaal en raketsystemen. En in 2008 raakte een directeur van de NTRO zijn laptop met geheime informatie over de kernwapenprogramma’s in Pakistan, China en Noord Korea kwijt in Washington DC.

Het schandaal staat niet op zich
De NTRO is niet de enige dienst die tekenen vertoont van verval. Ook de dienst waaruit zij is voortgekomen, de Research and Analysis Wing, wordt geteisterd door technische, personele, administratieve en financiële schandalen. Eigenlijk is het niet onlogisch dat er schandalen optreden binnen de Indiase inlichtingenwereld. Met zoveel onregelmatigheden is het bijna vanzelfsprekend dat er schandalen plaatsvinden die ook Indiase burgers raken. Het NTRO schandaal staat dan ook niet op zich. Vergelijkbare afluisterpraktijken zijn de afgelopen decennia aan het licht gekomen. In de jaren tachtig kwam aan het licht dat de Indiase overheid politieke leiders afluisterde. Daarnaast werden ook toen toonaangevende journalisten in de gaten gehouden. In 1990 – 1991 was het opnieuw raak met een nieuw afluisterschandaal. De Peoples Union for Civil Liberties (PUCL), een burgerrechtenbeweging, bracht de zaak voor de rechter. Tijdens de rechtzaak gaf de CBI, Central Bureau of Investigation, toe dat op grote schaal journalisten, parlementariërs en leden van het kabinet zowel op nationaal als op deelstaatniveau waren afgeluisterd. Het CBI gaf toe dat deze afluisterpartij onwettig was.
En is er wat veranderd na het schandaal in het voorjaar van 2010 dat de Indiase politiek enkele weken bezig hield? Nee, in juli van hetzelfde jaar werd de IMSI Catcher als nieuw gepresenteerd in een operatie met de codenaam Fox, alsof het om een nieuwe strijd ging tegen terrorisme en criminele bendes. De media waren het schandaal van twee maanden eerder al weer vergeten.

Find this story at 20 April 2013

Random afluisteren in India

In het voorjaar van 2010 was India een paar weken in de ban van een afluisterschandaal, maar vervolgens verdween dat in de vergetelheid. Dit is opmerkelijk gezien de staat van dienst van de inlichtingenwereld in India. Schandalen die gewone Indiërs raken, maar ook corruptie, slecht management, verkeerde technologie en apparatuur en bovenal incompetentie lijken de boventoon te voeren bij de NTRO, die verantwoordelijk wordt gehouden voor het schandaal. NTRO, National Technical Research Organisation, gebruikt IMSI Catchers om voor lange tijd en op grote schaal politici, ambtenaren, zakenmensen, beroemdheden en gewone Indiërs af te luisteren.

Het gebruik van een IMSI catcher moet nauwlettend gecontroleerd worden. Het afluisterschandaal in India laat zien wat de gevaren zijn van het toelaten van het apparaat in een veiligheidsstelsel. Een IMSI catcher is een mobiele zendmast. Het International Mobile Subscriber Identity nummer is een uniek nummer dat aan een SIM kaart voor een mobiele telefoon is gekoppeld. Aan het IMSI nummer zit tevens een uniek telefoonnummer. Het IMSI nummer bestaat uit drie groepen getallen, 111/22/3333333333. Aan het nummer is te zien uit welk land de SIM kaart komt. De eerste cijfers (111) staan voor het land, Nederland heeft bijvoorbeeld 204 als code. De tweede set cijfers (22) onthullen de provider, KPN heeft bijvoorbeeld 08 en Vodafone 04. De laatste cijfers, maximaal tien cijfers, zijn het unieke abonnementsnummer. Dit is niet hetzelfde als het telefoonnummer. Telefoons waar twee SIM kaarten in zitten, hebben ook twee IMSI nummers.
De IMSI catcher fungeert als mobiele antenne die het gsm verkeer in de buurt opvangt, hierbij gaat het alleen om uitgaande gesprekken. Bij gewone mobiele telefoons vindt de versleuteling van de conversaties plaats in de dichtstbijzijnde mast. De IMSI catcher hoeft de informatie dus niet te kraken, maar kan simpelweg de gesproken of geschreven data lezen. De catcher moet het telefoonverkeer wel doorgeleiden naar een reguliere mast anders kan er geen contact worden gemaakt met de persoon die door de gsm wordt gebeld. De catcher fungeert als tussenstation om de data ofwel direct af te vangen ofwel niet versleuteld door te geleiden. Het doel van de catcher is natuurlijk ook? om het telefoonnummer van een beller te achterhalen. Voor opsporingsinstanties die het gsm nummer van een verdachte niet kunnen traceren is dit een handig middel. Men plaatst een catcher in de buurt van de persoon in kwestie, vangt de nummers allemaal af en kan nagaan welk nummer men moet hebben. Bij politie-invallen kan het apparaat ook zijn dienst bewijzen door op locatie het telefoonverkeer te monitoren, vooral als binnen een onderzoek niet alle gsm-nummers bekend zijn. Tevens kan de catcher worden gebruikt voor spionage doeleinden, vooral spionage die de overheid niet aan de grote klok wil hangen. Bij het afluisteren met een IMSI catcher heeft men namelijk geen medewerking van een Telecom provider nodig. De IMSI catcher laat echter wel een spoor achter die een gebruiker kan wijzen op onregelmatigheden in de transmissie en het apparaat is niet altijd succesvol. De IMSI catcher was tot begin 2011 ook te koop door particulieren. Verschillende bedrijven in New Delhi, Gurgaon en Noida boden de ‘off-the-air-monitoring’ systemen aan. In 2011 besloot de regering de handel van de apparaten aan banden te leggen. Private ondernemingen bleken namelijk gebruik te maken van de catcher.

NTRO
In India is de IMSI Catcher op grote schaal ingezet voor spionage doeleinden, zo onthulde het weekblad Outlook in het voorjaar van 2010. Vanaf waarschijnlijk eind 2006 tot en met april 2010 werden politieke tegenstanders, mensen die promotie zouden maken, leden van het kabinet en allerlei andere politieke en niet politieke figuren door één van de Indiase geheime diensten afgeluisterd. De gesprekken werden afgeluisterd, opgenomen en bewaard. De dienst die verantwoordelijk is voor het afluisteren is de National Technical Research Organisation, de NTRO. De NTRO werd na de Kargil oorlog in 1999 opgezet. Dit conflict ontstond toen het Pakistaanse leger posities in het district Kargil, in de regio Kashmir innam. India reageerde furieus en verdreef de Pakistanen uit een groot deel van Kargil. De laatste posities werden door Pakistan verlaten na diplomatieke druk. De Kargil Review Committee concludeerde in 1999 dat een van de redenen van het uit de hand lopen van het conflict gebrekkige inlichtingen was. De Defence Intelligence Agency (DIA) en de National Technical Facilities Organization (NTFO) die al snel NTRO werd gedoopt, werden opgezet.
De NTRO begon zijn werkzaamheden in april 2004. De NTRO is de Indiase stofzuiger van data, zowel internet als telecommunicatie data, en monitort het Indiase grondgebied en luchtruim. De NTRO gebruikt hiervoor allerlei technische hulpmiddelen, van satellieten tot IMSI catchers. De Technology Experiment Satellite (TES), een satelliet die is uitgerust met een camera die foto’s kan maken van voorwerpen van een meter, is een van de hulpmiddelen. De satelliet werd in oktober 2001 gelanceerd en de beelden worden beheerd door de Indian Space Research Organisation (ISRO). Beelden worden ook commercieel verhandeld door een bedrijf dat verbonden is aan de ISRO, Antrix Corporation. BBC News rapporteerde dat India door TES ook beelden bezit van de oorlog in Afghanistan. In 2001 was India het tweede land naast de Verenigde Staten dat een satelliet bezit die beelden kan genereren van voorwerpen van een meter groot. Een van de functionarissen die centraal staat in de introductie van de afluister praktijken door de NTRO is dhr. Narayanan. Narayanan heeft decennia lang een centrale rol gespeeld in de Indiase inlichtingenwereld. Hij was hoofd van het Intelligence Bureau van 1988 tot 1992, en diende daarbij onder vijf verschillende minister-presidenten. Daarna nam hij een adviserende rol op zich onder de directe verantwoordelijkheid van de minister-president van India. In zijn rol als National Security Advisor (NSA) introduceerde hij de nieuwe afluistertechnologie in India in 2005. Narayanan wordt wel de ‘super spook’ van India genoemd, omdat hij zijn gehele wat? leven? al in de kringen van de Research and Analysis Wing (R&AW), het Intelligence Bureau en de NSA heeft bewogen. Zijn verhouding met minister-president Manmohan Singh was toen hij National Security Advisor niet close. Hij had bezwaren tegen de nucleaire samenwerking tussen Amerika en India en de toenadering van India en Pakistan. In de Wikileaks Cables over India die begin 2011 zijn vrijgegeven door The Hindu wordt Narayanan echter wel omschreven als een belangenbehartiger van de relatie met de Verenigde Staten. In een van de berichten wordt hij omschreven als de smeerolie voor zaken die voor de Amerikanen interessant zijn.
De NTRO valt onder de verantwoordelijkheid van de inlichtingendienst buitenland van India, de Research and Analysis Wing (R&AW), hoewel het een zekere mate van onafhankelijkheid heeft. De NTRO faciliteit waar het afluisteren van de communicatie met het buitenland wordt gedaan ligt in de buurt van Kala Ghoda, zuidelijk Mumbai. Bij Malad, dat in de buurt ligt van Kala Ghoda, komen de datakabels die internet- en telecommunicatie tussen continenten mogelijk maken het Indiase vasteland binnen. De NTRO zit er letterlijk boven op. Hierbij gaat het om communicatie tussen India en het buitenland. De inlichtingendiensten van India hebben daarnaast genoeg binnenlandse capaciteit om de iedere Indiase burger af te luisteren.

Afluisteren
Het afluisterschandaal van de NTRO werd eind april 2010 door het weekblad Outlook onthuld. In de editie van 3 mei van dat jaar zegt een senior inlichtingenofficier dat de NTRO geen toestemming nodig heeft om een telefoon te tappen. Het gaat volgens hem om het onderscheppen van een signaal tussen de gsm en de antenne. Volgens de officier gaat het daarom niet om het afluisteren van een telefoonnummer. Het apparaat zou signalen binnen een cirkel van twee kilometer kunnen onderscheppen. De medewerker van de NTRO lijkt te suggereren dat er helemaal niets mis is met het afluisteren met behulp van een IMSI catcher, het signaal wordt gewoon opgevangen en bewaard. Op dezelfde wijze lijkt de minister van Binnenlandse Zaken van India, P. Chidambaram, de storm rond het afluisterschandaal te willen sussen. In een van de eerste reacties verklaarden bronnen binnen de regering dat het ging om een proef van de NTRO. De regering had geen opdracht gegeven, dus is zij niet verantwoordelijk, en er hoeft geen onderzoek te komen. Volgens de minister waren in de bestanden van de NTRO ook geen bewijzen gevonden van het afluisteren van politici. Tevens wees de regering erop dat de NTRO niet zelfstandig operaties uitvoert, maar werkt onder auspiciën van andere diensten. Bij deze diensten zou het gaan om zeven inlichtingendiensten: het Intelligence Bureau, de Research and Analysis Wing, de Directorate of Revenue Intelligence, Enforcement Directorate, Narcotics Control Bureau, Economic Intelligence Unit and Directorate-General of Investigations, Income-Tax (CBDT). Een oud medewerker van de NTRO voegde daar in de Economic Times van 24 april 2010 nog aan toe dat de dienst slechts onderzoek doet naar technische hulpmiddelen. Volgens hem luistert de dienst geen individuen af en wordt het NTRO in diskrediet gebracht door verongelijkte werknemers.
Ook de politie heeft de bevoegdheid om af te luisteren. De minister van Binnenlandse Zaken stelde dat ruim dertig instanties in de verschillende Indiase deelstaten de mogelijkheid hebben om te tappen en af te luisteren. Volgens minister Chidambaram ligt daarom de macht tot het uitvoeren van deze observaties niet alleen op nationaal niveau, maar ook op deelstaatniveau. Dat dit ook daadwerkelijk aan de hand is werd in dezelfde periode geïllustreerd door een afluisterschandaal van de CBDT. Deze dienst had lobbyisten van de telecommunicatie industrie afgeluisterd ten tijde van de toewijzing van mobiele breedband netwerken met de 2G technologie. Bij deze onthulling werd niet de CBDT beschuldigd van illegale taps, maar kregen de bedrijven het te verduren. De afgeluisterde gesprekken onthulden de grote invloed van de industrie op de besluitvorming van de regering. De CBDT luisterde de lobbyisten af in het kader van een onderzoek naar belastingfraude. Zowel politiek als binnen de juridische wereld worden er vraagtekens gezet bij het afluisteren van mensen die worden verdacht van belastingfraude.
Hoewel de onthulling in de Outlook erg gedetailleerd was, was het antwoord van de minister en de dienst dat er niets aan de hand is. Er wordt niet afgeluisterd en er is geen bewijs gevonden dat het is gebeurd, luidde het officiële regeringsstandpunt. De Indiase Telecomwet van 1885 en de toegevoegde wijziging van 2008 maken afluisteren echter wel mogelijk. Bij het afluisteren gaat het om uitzonderlijke situaties en niet om een standaard regel. Het was dus wel degelijk een schending van wettelijke regels. In de week erna bevestigden enkele inlichtingenofficieren anoniem dat er op grote schaal afgeluisterd wordt. Naast de vier politici waarover Outlook in het nummer van 3 mei 2010 publiceerde bleken er veel meer mensen te zijn afgeluisterd. Het gaat daarbij naast politici om ambtenaren, zakenmensen, gewone Indiërs en beroemdheden. Volgens de anonieme officieren werden de gesprekken zonder wettelijke toestemming afgeluisterd . De officieren vertellen in de Outlook van 10 mei 2010 dat zij de opdrachten mondeling kregen of soms op een geel memo papiertje. Volgens de officieren waren de afluisteroperaties allemaal illegaal , zonder toestemming van de NSA of het kabinet van de minister-president. Er mocht ook geen administratie van worden bijgehouden. De IMSI catchers werden ingezet om bijvoorbeeld in Delhi, de hoofdstad van India, rond te rijden om gsm verkeer op te vangen. Eigenlijk waren het ‘fishing operaties’ op zoek naar dat ene gesprek dat mogelijk een gevaar kan zijn voor de nationale veiligheid. Het systeem scant alle nummers zonder onderscheid te maken en kan alles opnemen. Op elk willekeurig moment kan het apparaat dat in India is gebruikt maximaal 64 gesprekken opnemen. Sommige gesprekken werden vernietigd, andere werden bewaard. Het wordt uit het interview met de medewerkers niet duidelijk wie er verantwoordelijk was voor het besluit om gesprekken al dan niet te vernietigen. In The Times of India worden anonieme bronnen aangehaald die zeggen dat het afluisteren van de politici was uitgevoerd door “junior officials”, maar dat hun werk deel uitmaakt van een grotere operatie.
Volgens de medewerkers van de inlichtingendiensten gaat het om in totaal vijf apparaten die door de NTRO gebruikt worden. Van de ritten van de auto met de IMSI Catcher worden twee logboeken bijgehouden. Het ene logboek bevat geen enkel detail van de operatie. Het andere logboek is “top secret” en bevat gedetailleerde informatie over de locatie waar het apparaat heeft afgeluisterd. De precieze route, bestemmingen, data en tijden zijn in dat logboek te vinden. Medewerkers van de inlichtingendienst vertelden dat het niet alleen de NTRO hoeft te zijn die verantwoordelijk is voor het tappen. Verschillende van de zeven inlichtingendiensten en zelfs de politie hebben een IMSI catcher. Bronnen in de inlichtingenwereld hebben het weekblad Outlook aangegeven dat er in totaal 90 apparaten zijn aangeschaft door de verschillende instanties. Vooral in regio’s waar veel moslims wonen gebeurt dit volgens de officier. De inlichtingenofficieren die in Outlook worden geïnterviewd worden ondersteund in hun verhalen door een oud- directeur van het Intelligence Bureau (IB), dhr. Dhar. Hij vertelde het Indiase weekblad Tehelka dat de NTRO namen moet hebben gekregen om af te luisteren. Tevens verklaart hij dat politieke leiders regelmatig inlichtingendiensten de opdracht geven om mensen af te luisteren zonder schriftelijke toestemming. Medewerkers van diensten die weigeren aan deze afluisterpraktijken mee te doen, worden ontslagen volgens de oud-directeur van het Intelligence Bureau.

Iedereen is verdacht
Het is onduidelijk wat het doel is van de afluisteroperatie die zeker vier jaar heeft geduurd. Hoewel de verantwoordelijk minister in zijn eerste reactie had aangegeven niets van het afluisteren af te weten, gaven regeringsbronnen aan de The Times of India toe dat de NTRO wel toezicht uitvoerde. Welk toezicht wordt door de Times niet vermeld. Volgens de bronnen staan die activiteiten onder directe verantwoordelijkheid van de National Security Advisor of het kabinet van de minister-president waaronder de Research and Analysis Wing en de NTRO valt. Bij de NSA zou het gaan om dhr. Narayanan, de man die aan de wieg stond van het afluisteren in 2005. In de Indiase media worden ook verbanden gelegd met de lange traditie van de Indian National Congress (INC), een regeringspartij, om de oppositie in diskrediet te brengen door het verzamelen van politiek gevoelige informatie door het inzetten van inlichtingendiensten. Het dagblad The Pioneer vergelijkt het met de werkwijze van de Indiase roddelpers, maar dan veel serieuzer. Volgens de krant gaat het er bij het afluisteren om om te achterhalen wie elkaar ontmoeten, met wie iemand contact heeft, met wie personen van de elite slapen en vergelijkbare vragen uit de roddelbladen. Het lijkt er volgens de krant op dat de inlichtingendiensten de levens van politieke spelers in kaart probeert te brengen.
De Indian National Congress (INC) is echter niet de enige politieke partij die deze middelen inzet. Het lijkt erop dat het binnen de Indiase democratie de gewoonte is om de oppositie op allerlei manieren in de gaten te houden. De wijze waarop de oppositie het schandaal gebruikte om de regering onder druk te zetten, lijkt deze stelling ook te ondersteunen. De oppositie is geschokt en wil uitleg van de minister-president, maar daadwerkelijke wettelijke hervormingen werden niet met zoveel woorden geëist.
De verantwoordelijk minister voor de afluisteroperatie is Chidambaram. Chidambaram is lid van de Indian National Congress (INC). Onder de afgeluisterde politici bevond zich ook de minister voor Consumentenzaken, voedsel en distributie, Sharad Pawar van de Nationalist Congress Party (NCP), een afsplitsing van de INC. De NCP neemt op dit moment ook deel aan de regering samen met het INC. Ook leden van de partij van de minister van Binnenlandse Zaken zoals dhr. Digvijay Singh werden afgeluisterd, evenals leden van de oppositie, zoals het hoofd van de Communistische Partij India, dhr. Karat. Het afluisteren vond niet alleen nationaal plaats, ook in deelstaten van India zoals in Bihar werden hoge politici afgeluisterd, zoals de premier van Bihar, dhr. Kumar.
De onderwerpen van de gesprekken die Outlook in haar bezit heeft, zijn uiteenlopend. Bij de gesprekken van de minister van Consumentenzaken ging het om het grote schandaal rond de Indian Premier League (IPL), de Indiase cricket competitie, IPL-gate, waar sprake was van witwassen van geld en het vooraf bepalen van de winnaar van een wedstrijd. De premier van Bihar belde een collega om te lobbyen voor meer geld voor zijn deelstaat. En van de communistische partij zijn gesprekken bewaard uit 2008 toen er oppositie werd gevoerd tegen de aankoop van nucleaire technologie van de Verenigde Staten. Hoewel Karat tegenstander was van de overeenkomst tussen India en de Verenigde Staten stond hij onderhandelingen met minister-president Singh niet in weg. Hij fungeerde ook als een belangrijke exponent van de oppositie in India tegen de overeenkomst. De gegevens over de afluisterpraktijk van de NTRO geven nu aan dat dhr. Karat toen is afgeluisterd. Uiteindelijk bleef de Communistische Partij bij haar standpunt om tegen te stemmen, maar de regering behaalde toch een nipte overwinning. De Samajwadi Party (SP) en tien leden van de BJP, beide oppositie partijen, hielpen de regering aan haar meerderheid. De overeenkomst met de Amerikanen kon doorgaan. Naar nu blijkt werden er tijdens de onderhandelingen over het akkoord met de Amerikanen parlementariërs omgekocht. In documenten van de Amerikaanse vertegenwoordiging in India die door Wikileaks zijn buitgemaakt, blijkt dat de Amerikanen op de hoogte waren van de steekpenningen die parlementariërs ontvingen om voor te stemmen. Of de afgeluisterde gesprekken hebben bijgedragen aan het omkopen van leden van het parlement is niet duidelijk.

DE NTRO als schandaal
De NTRO heeft absoluut geen schoon blazoen. De korte historie van de dienst kent al vele schandalen, gebrekkig functioneren, politieke benoemingen en tekenen van corruptie. India kent geen Commissie van Toezicht op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten, wel een algemene controledienst, te vergelijken met de algemene Rekenkamer. De regering stelde dhr. P.V. Kumar van de Comptroller and Auditor General of India (CAG) aan om de misstanden bij de NTRO te onderzoeken. Kumar is een oud medewerker van de Research and Analysis Wing en werd na zijn onderzoek begin 2011 aangesteld om de NTRO te leiden. In hoeverre er een einde is gekomen aan de misstappen is dan ook niet duidelijk. Een van de schandalen naast het afluisteren van politici is de benoeming van de tweede man van de dienst, dhr. Vijararaghavan, en zijn betrokkenheid bij een deal met het Amerikaanse bedrijf CISCO. Na de deal met CISCO werd de dochter van Vijararaghavan door CISCO in dienst genomen. De positie van de tweede man staat ook ter discussie omdat hij naast zijn functie bij de NTRO ook nog zijn oude functie als hoofd van Defence Research and Development Organisation (DRDO) vervult en tevens directeur is van een lobbygroep van de elektronica-industrie. Ook diverse andere benoemingen worden door de CAG onderzocht op hun onvolkomenheden. Het gerechtshof in Delhi oordeelde verder dat er een onderzoek moet komen naar administratieve en financiële onregelmatigheden bij de aanstelling van ruim zeventig werknemers. Vacatures zouden zijn opgevuld met niet capabele mensen zonder de juiste opleiding en voor sommige functies is zelfs geen vacature uitgeschreven, maar die zijn onderhands opgevuld.
Naast het personeelsbeleid zijn er ook vragen gerezen over de aankoop van apparatuur door de dienst. Een medewerker schafte zonder overleg met het agentschap dat over de aankopen van gevoelige apparatuur gaat, computers aan die vitale Chinese onderdelen bevat. De spanningen tussen India en China fluctueren al decennia lang tussen gespannen en vriendschappelijk. De laatste jaren gaat het beter, maar tien jaar geleden had de verhouding tussen de twee landen een nieuw dieptepunt bereikt na Indiase kernproeven. En dat de relatie verre van close is maakten Canadese onderzoekers van de Information Warfare Monitor (IWM) duidelijk toen zij India erop wezen dat begin 2010 Chinese hackers zich de toegang hadden verschaft tot computers van het Indiase leger. IWM had de Indiase overheid er een jaar eerder al op gewezen dat haar computers en servers kwetsbaar waren voor aanvallen uit vooral China. Op de computers die in 2010 gehackt zijn, zou informatie staan over het raketprogramma van India, de artillerie-brigades van Assam, luchtmachtbases en andere militaire informatie. De Canadese onderzoekers produceerden een rapport over de Chinese elektronische infiltratie, ‘Shadow in the Cloud’. In mei 2010 bleek dat de schade van de Chinese spionage operatie aanzienlijk is. Computers en servers van diplomatieke vestigingen van India in Kabul, Moskou, Dubai, Abuja, in de Verenigde Staten, Servië, België, Duitsland, Cyprus, het Verenigd Koninkrijk en Zimbabwe waren door de Chinezen overgenomen. Ook het kantoor van de National Security Advisor was besmet en zelfs bedrijven als Tata, YKK India en DLF Limited. Naast deze militair en economisch strategische spionage hadden de Chinezen het ook gemunt op de Tibetaanse gemeenschap in Dharamshala.
Een andere medewerker kocht satelliet communicatiemiddelen van een bedrijf uit Singapore (Singapore Technologies), een bedrijf dat door de Indiase overheid op een zwarte lijst was geplaatst. Bij de aanbesteding van de satelliet communicatie apparatuur kwamen de specificaties van de NTRO precies overeen met het product van Singapore Technologies. In andere gevallen, zoals bij de aanschaf van onbemande vliegtuigen van het Israëlische bedrijf Israel Aerospace Industries (IAI) is door het NTRO geen aanbesteding uitgeschreven volgens de onderzoekers van CAG. De onbemande vliegtuigen moesten in januari 2010 aan de grond worden gehouden, omdat bleek dat de NTRO onveilige en open radiofrequenties gebruikte voor de besturing van de vliegtuigen. Volgens de India Today zouden ook de onbemande vliegtuigen van het Indiase leger op deze manier worden bediend. Bij grote uitgaven dient de NTRO een aanbesteding te doen en toestemming te vragen aan de National Security Advisor en uiteindelijk de minister-president. Ook dit laatste is bij diverse aankopen door de dienst niet gebeurd.
Naast deze personele en technische misstappen wordt de kwaliteit van het werk van de dienst in het publieke debat in India in twijfel getrokken. Hoewel haar taak het verzamelen van informatie over mogelijke terroristische aanslagen, cyber crime, opstanden en illegale grensoverschrijdingen is, heeft de dienst geen enkel duidelijk succes geboekt. De aanslagen van 26 november 2008 in Mumbai worden gezien als het bewijs van de mislukking van de dienst. Toch lijkt de dienst onaantastbaar, zoals zoveel inlichtingendiensten. Twee jaar later was het opnieuw raak. Op basis van informatie van de inlichtingendiensten werd een man gearresteerd die verantwoordelijk werd gehouden van de aanslag op de “Duitse bakkerij”, een populaire uitgaansgelegenheid voor toeristen in Pune. Minister Chidambaram feliciteerde de inlichtingendiensten, maar ze bleken het bij het verkeerde eind te hebben. De man moest worden vrijgelaten wegens ontlastend bewijs.
En hoewel de NTRO de stofzuiger is van data van Indiase burgers staat zij net als de andere spelers in de Indiase inlichtingenwereld bekend om het ‘kwijtraken’ van gevoelige data. In 2003 was de Defence Research and Development Organisation (DRDO) plotseling 53 computers kwijt. Toen zij werden teruggevonden, ontbraken de harde schijven. Op de harde schijven stonden geheime codes voor communicatie met inlichtingendiensten en het leger. In 2006 raakte een belangrijke wetenschapper van de DRDO zijn laptop kwijt op het vliegveld van Delhi. Op de laptop bewaarde de wetenschapper geheime informatie over het Indiase kernwapenarsenaal en raketsystemen. En in 2008 raakte een directeur van de NTRO zijn laptop met geheime informatie over de kernwapenprogramma’s in Pakistan, China en Noord Korea kwijt in Washington DC.

Het schandaal staat niet op zich
De NTRO is niet de enige dienst die tekenen vertoont van verval. Ook de dienst waaruit zij is voortgekomen, de Research and Analysis Wing, wordt geteisterd door technische, personele, administratieve en financiële schandalen. Eigenlijk is het niet onlogisch dat er schandalen optreden binnen de Indiase inlichtingenwereld. Met zoveel onregelmatigheden is het bijna vanzelfsprekend dat er schandalen plaatsvinden die ook Indiase burgers raken. Het NTRO schandaal staat dan ook niet op zich. Vergelijkbare afluisterpraktijken zijn de afgelopen decennia aan het licht gekomen. In de jaren tachtig kwam aan het licht dat de Indiase overheid politieke leiders afluisterde. Daarnaast werden ook toen toonaangevende journalisten in de gaten gehouden. In 1990 – 1991 was het opnieuw raak met een nieuw afluisterschandaal. De Peoples Union for Civil Liberties (PUCL), een burgerrechtenbeweging, bracht de zaak voor de rechter. Tijdens de rechtzaak gaf de CBI, Central Bureau of Investigation, toe dat op grote schaal journalisten, parlementariërs en leden van het kabinet zowel op nationaal als op deelstaatniveau waren afgeluisterd. Het CBI gaf toe dat deze afluisterpartij onwettig was.
En is er wat veranderd na het schandaal in het voorjaar van 2010 dat de Indiase politiek enkele weken bezig hield? Nee, in juli van hetzelfde jaar werd de IMSI Catcher als nieuw gepresenteerd in een operatie met de codenaam Fox, alsof het om een nieuwe strijd ging tegen terrorisme en criminele bendes. De media waren het schandaal van twee maanden eerder al weer vergeten.

Buro Jansen & Janssen

Find this story at 20 April 2011

Mumbai Terrorists Relied on New Technology for Attacks

MUMBAI, India — The terrorists who struck this city last month stunned authorities not only with their use of sophisticated weaponry but also with their comfort with modern technology.

The terrorists navigated across the Arabian Sea to Mumbai from Karachi, Pakistan, with the help of a global positioning system handset. While under way, they communicated using a satellite phone with those in Pakistan believed to have coordinated the attacks. They recognized their targets and knew the most direct routes to reach them in part because they had studied satellite photos from Google Earth.

And, perhaps most significantly, throughout the three-day siege at two luxury hotels and a Jewish center, the Pakistani-based handlers communicated with the attackers using Internet phones that complicate efforts to trace and intercept calls.

Those handlers, who were apparently watching the attacks unfold live on television, were able to inform the attackers of the movement of security forces from news accounts and provide the gunmen with instructions and encouragement, authorities said.

Hasan Gafoor, Mumbai’s police commissioner, said Monday that as once complicated technologies — including global positioning systems and satellite phones — have become simpler to operate, terrorists, like everyone else, have become adept at using them. “Well, whether terrorists or common criminals, they do try to be a step ahead in terms of technology,” he said.

Indian security forces surrounding the buildings were able to monitor the terrorists’ outgoing calls by intercepting their cellphone signals. But Indian police officials said those directing the attacks, who are believed to be from Lashkar-e-Taiba, a militant group based in Pakistan, were using a Voice over Internet Protocol (VoIP) phone service, which has complicated efforts to determine their whereabouts and identities.

VoIP services, in which conversations are carried over the Internet as opposed to conventional phone lines or cellphone towers, are increasingly popular with people looking to save money on long distance and international calls. Many such services, like Skype and Vonage, allow a user to call another VoIP-enabled device anywhere in the world free of charge, or to call a standard telephone or cellphone at a deeply discounted rate.

But the same services are also increasingly popular with criminals and terrorists, a trend that worries some law enforcement and intelligence agencies. “It’s a concern,” said one Indian security official, who spoke anonymously because the investigation was continuing. “It’s not something we have seen before.”

In mid-October, a draft United States Army intelligence report highlighted the growing interest of Islamic militants in using VoIP, noting recent news reports of Taliban insurgents using Skype to communicate. The unclassified report, which examined discussions of emerging technologies on jihadi Web sites, was obtained by the Federation of American Scientists, a Washington-based nonprofit group that monitors the impact of science on national security.

VoIP calls pose an array of difficulties for intelligence and law enforcement services, according to communications experts. “It means the phone-tapping techniques that work for old traditional interception don’t work,” said Matt Blaze, a professor and computer security expert at the University of Pennsylvania.

An agency using conventional tracing techniques to track a call from a land line or cellphone to a VoIP subscriber would be able to get only as far as the switching station that converts the voice call into Internet data, communications experts said. The switch, usually owned and operated by the company providing the VoIP service, could be located thousands of miles from the subscriber.

The subscriber’s phone number would also likely reveal no information about his location. For instance, someone in New York could dial a local phone number but actually be connected via the Internet to a person in Thailand.

In Mumbai, authorities have declined to disclose the names of the VoIP companies whose services the Lashkar-e-Taiba handlers used, but reports in Indian news media have said the calls have been traced to companies in New Jersey and Austria. Yet investigators have said they are convinced that the handlers who directed the attacks were actually sitting somewhere in Pakistan during the calls.

One senior Lashkar-e-Taiba leader who American officials believe may have played a key role in planning the Mumbai attacks is Zarrar Shah. Mr. Shah, known to be a specialist in communications technology, may have been aware of the difficulties in tracing VoIP.

To determine the location of a VoIP caller, an investigating agency has to access a database kept by the service provider. The database logs the unique numerical identifier, known as an Internet Protocol (I.P.) address, of whatever device the subscriber was using to connect to the Internet. This could be a computer equipped with a microphone, a special VoIP phone, or even a cellphone with software that routes calls over the Internet using wireless connections as opposed to cellular signals.

It would then take additional electronic sleuthing to determine where the device was located. The customer’s identity could be obtained from the service provider as well, but might prove fraudulent, experts said.

Getting the I.P. address and then determining its location can take days longer than a standard phone trace, particularly if service providers involved are in a foreign country.

“Ultimately, we can trace them,” said Mr. Gafoor, referring to VoIP calls. “It takes a little longer, but we will trace them.”

Washington is assisting the Indian authorities in obtaining this information, according to another Indian police official who also spoke anonymously because of the continuing investigation.

Further complicating this task is the fact that I.P. addresses change frequently and are less tied to a specific location than phone numbers.

Computer experts said that while these challenges were formidable, none were insurmountable. And they cautioned that security services and police forces might be disingenuous when they complain about terrorists’ use of new technologies, including VoIP.

The experts said that VoIP calls left a far richer data trail for investigators to mine than someone calling from an old-fashioned pay phone. Mr. Blaze, the computer security expert at the University of Pennsylvania, also noted that 15 years ago the Mumbai attackers would probably not have had the capacity to make calls to their handlers during the course of their attacks, depriving investigators of vital clues to their identities. “As one door closes — traditional wire line tapping — all these other doors have opened,” Mr. Blaze said.

December 9, 2008
By JEREMY KAHN

Find this story at 9 December 2008

Copyright 2008 The New York Times Company

Secret mission? UK “homeland security” firms were in India three weeks before David Cameron’s February trade mission

In late January, Conservative MP and Minister for Security James Brokenshire led a delegation of nearly 25 “homeland security” firms to India on a trip which, in sharp contrast to the trade mission to India undertaken by David Cameron in February, received no coverage in the press whatsoever.

From 20 to 25 January multinational giants such as Agusta Westland, BAE Systems, G4S and Thales were taken to a number of Indian cities: Delhi, “for the government perspective”; Hyderabad, “the centre of the vast Naxal terrorism-troubled region and the home of a growing high tech industry base” where there was a “round table discussion with local security forces”; and Mumbai, “the focus of safer cities and coastal security initiatives” where attendees were treated to “a conference and round table discussion with local government security agencies and business.” [1]

A number of lesser-known firms were present alongside the major corporations. Evidence Talks attended, which was founded in 1993 and describes itself as “one of the most highly regarded digital forensic consultancies in the UK.” The company supplies tools for the extraction and analysis of data from digital devices and boasts that its SPEKTOR tool is “used worldwide by police, military, government and commercial customers…[and] enables users with minimal skills to safely, quickly and forensicly [sic] review the contents of computers, removable media and even cell phones.” [2]

Cunning Running also went on UKTI’s trip, and claims to provide “threat visualisation for the real world.” The firm say that they “develop high quality software solutions for the defence and homeland security markets,” supplying “direct to governments, law enforcement agencies, and militaries in the UK, USA, Europe and Australia.” [3]

“The security sector in India is vast and desperate to modernise,” said UKTI’s flyer for the mission. “India has approximately 1.2 million police and 1.3 million paramilitary forces personnel. With this, the Central Reserve Police Force, at 350,000, is the largest paramilitary force in the world” – a vast number of personnel who could be equipped with the latest “homeland security” gadgets and expertise.

The flyer for the mission seems to highlight the fact that backing the security industry as it moves into developing economies is seen as a national endeavour. “The [Indian] market is the subject of stiff competition from international competitors such as the US, Israel and France,” UKTI said, “but is simply too big to ignore.”

UKTI highlighted that “the on-the-ground costs of this mission (receptions, ground transport, conference facilities, promotional literature) are being wholly subsidised on behalf of UK companies by UKTI and its partners/sponsors” (emphasis in original). Those partners and sponsors included the Indian Home Ministry and the Confederation of Indian Industries.

Furthermore, companies were “able to avail a government-negotiated rate at the hotels being used throughout the programme.”

The “only charge to companies” was for the UKTI Overseas Market Introduction Service (OMIS) – a “flexible business tool, letting you use the services of our trade teams, located in our embassies, high commissions and consulates across the world, to benefit your business.” [4]

The government has recently made additional funding available in order to encourage wider use of OMIS by UK firms, with a 50% discount (up to a maximum of £750) available to “all eligible companies commissioning an order linked to a UKTI, Scottish Development International (SDI), Welsh Government (WG) or Invest Northern Ireland (INI) supported outward mission or Market Visit Support (MVS).” [5]

While UKTI has clawed back some money from the firms who went on the trade mission to India, the department – described by Campaign Against Arms Trade (CAAT) as “a taxpayer-funded arms sales unit” [6] – initially spent over £35,000 subsidising companies. In its response to a freedom of information (FOI) request from Statewatch, UKTI said that “we have also generated income of £13,485 with another £1,170 expected. Therefore the net cost minus the expenses still to come is £20,997.98.”

This amount pales in comparison to the total amount of subsidies it is estimated are awarded to defence and security firms by the UK government every year, but it also highlights the breadth of support given to a highly controversial industry.

Research by the Stockholm International Peace Research Institute estimated that, between 2007 and 2010, total government subsidies for UK arms exports (including both defence and security firms) totalled at its highest £751.2 million, and at its lowest £668.3 million. [7]

A spokesperson for CAAT criticised the mission to India, saying that: “Unfortunately the UK government continues to prioritise promoting corporate interests over promoting human rights and real security – and expects the UK public to subsidise this.”

David Cameron’s February trade mission to India received heavy press coverage and saw the Prime Minister accompanied by a number of CEOs from defence and security firms, including Dick Oliver, the chairman of BAE Systems; Robin Southwell, the CEO of EADS UK; Steve Wadley, the UK managing director of the missile firm MBDA; and Victor Chavez, the chief executive of Thales UK. [8]

Sources
[1] UKTI DSO, UKTI homeland security trade mission to India
[2] Evidence Talks, Company Profile
[3] Cunning Running website
[4] UKTI, OMIS – Overseas Market Introduction Service, 25 January 2012
[5] UKTI, Response to FOI request, 22 March 2013
[6] Campaign Against Arms Trade, UKTI: Armed & Dangerous, 8 July 2011
[7] Susan T. Jackson, SIPRI assessment of UK arms export subsidies, 25 May 2011
[8] Kaye Stearman, Cameron’s Indian odyssey – brickbats and cricket bats, fighter jets and on-message execs, CAATblog, 22 February 2013
[9] Global Day of Action on Military Spending

15.4.2013

Find this story at 15 April 2013

Home page | Statewatch News Online | In the News & News Digest | What’s New | Statewatch Journal
© Statewatch ISSN 1756-851X. Personal usage as private individuals/”fair dealing” is allowed. We also welcome links to material on our site. Usage by those working for organisations is allowed only if the organisation holds an appropriate licence from the relevant reprographic rights organisation (eg: Copyright Licensing Agency in the UK) with such usage being subject to the terms and conditions of that licence and to local copyright law.

‘Kissinger Cables’ Offer Window Into Indian Politics of the 1970s

The “Kissinger Cables,” a collection of U.S. diplomatic cables released on Monday by WikiLeaks, contain some fascinating revelations about the political scenario in India in the 1970s. Here are the five great insights about India in the WikiLeaks release:

India’s first nuclear test was possibly motivated by political considerations:

According to this cable, sent from New Delhi to the Department of State, India’s first nuclear test on May 18, 1974, was motivated by domestic politics. The cable says that the nuclear test had been done at a time when the Indian government was tackling an economic slowdown, increasing discontent and rising political unrest.

“We are inclined to believe that this general domestic gloom and uncertainty weighed significantly in the balance of India’s nuclear decision,” reads the cable sent on the date of the nuclear test. “The need for a psychological boost, the hope of recreated atmosphere of exhilaration and nationalism that swept the country after 1971 – contrary to our earlier expectation – may have tipped the scales.”

The cable adds that the U.S. Embassy was not aware of any recent military pressure on the Indian government, and that the decision to demonstrate nuclear capability may also have been driven by a need to regain its position in international politics, where India “has felt it had been relegated to the sidelines with its significance ignored and its potential role downplayed.”

Rajiv Gandhi might have acted as the middleman for a Swedish airplane manufacturer:

During his stint as an Indian Airlines pilot, Rajiv Gandhi might have acted as a middleman for the Swedish company Saab-Scania, which was trying to persuade the Indian Air Force to buy its Viggen fighter aircraft. This cable, dated Oct. 21, 1975, says that a Swedish Embassy official had informed the U.S. Embassy that the “main Indian negotiator” for Saab-Scania is Rajiv Gandhi while the French company Dassault’s chief negotiator was the son-in-law of the then Indian air marshal, Om Prakash Mehra. The cable added that Indira Gandhi did not want to purchase the British Jaguar because of “her prejudices against the British.” The Swedish diplomat “expressed irritation at the way Mrs. Gandhi is personally dominating negotiations, without involvement of Indian Air Force officers.”

“The Swedes here have also made it quite clear they understand the importance of family influences in the final decision in the fighter sweepstakes,” said another cable, dated Feb. 6, 1976. “Offhand we would have thought a transport pilot not the best expert to rely upon in evaluating a fighter plane, but then we are speaking of a transport pilot who has another and perhaps more relevant qualification.”

In 1974 India returned 195 prisoners of war to Pakistan, originally wanted by Bangladesh for war crimes trials:

This cable sent from Islamabad on May 17, 1974, reveals that after the Bangladesh-India-Pakistan agreement signed on April 9, 1974, India returned the last Pakistani prisoners of war from India, including 195 prisoners originally wanted by Bangladesh for war crimes trials. “Bhutto and Minstate Aziz Ahmed have hailed the April 9 agreement as a major move toward a durable peace with India, but the continuing drumfire of anti-India comment in the media reflects the strong emotional suspicion of India still prevalent here,” the cable reads. The cable adds that even in the top leadership in the Pakistani government, there is “exasperation” over what they perceived as India’s continuous efforts to hamper Pakistan from obtaining military supplies. While the U.S. diplomat foretold a thawing of relations between the two countries, he said “continuing mutual suspicion” would hinder diplomatic efforts.

Indira Gandhi said she was proud that she “resisted pressures to destroy Pakistan in 1971″

In an analysis of India-Pakistan relations after the 1971 war, a cable sent from the U.S. Department of State says that Indira Gandhi felt that she showed restraint during the war. “Mrs. Gandhi was proud, and we believe sincere, in explaining she resisted pressures to destroy Pakistan in 1971,” reads this cable, dated March 1, 1974. “We believe that she wants détente on the subcontinent and she feels she made concessions at Simla to achieve this. She also insists – plausibly we think – that further disintegration of Pakistan would not be in India’s interest.” The cable says that while Pakistan’s recognition of Bangladesh improves the short-term prospects for better India-Pakistan relations, there is continued suspicion on both sides. The document argues that while India feels that Pakistan must “adjust to Indian power and influence” there is little likelihood of that happening in the near future.

April 8, 2013, 7:07 am
By NEHA THIRANI BAGRI

Find this story at 8 April 2013

Copyright 2013 The New York Times Company

ISI enjoys immunity in 26/11, says US

Efforts to bring Pakistan’s former spy masters before a New York court to face charges filed by relatives of American victims in the Mumbai terror attacks are getting nowhere with the US Government taking the stand that the notorious Inter-Services Intelligence and its top brass enjoy immunity under the US Foreign Sovereign Immunities Act.

In response to a civil case filed on behalf of the American victims, a top official of the Department of Justice said the United States strongly condemns the 26/11 attacks and believes that Pakistan “must take steps to to dismantle Lashkar-e-Taiba and to support India’s efforts to counter this terrorist threat”.

But the ISI and its former chiefs Shuja Pasha and Nadeem Raj cannot be proceeded against in a US court because of immunity conferred under the American law, Principal Deputy Attorney General Stuart Delery informed the New York court.

In a 12-page affidavit, the official said the State Department has determined that Pasha and Taj are immune because the allegations by the plaintiffs relate to actions taken by them in their official capacities as directors of ISI, which is a fundamental part of the Government of Pakistan.

Six Americans were among the 166 people killed in the Mumbai attacks in 2008. Some, such as Linda Ragsdale of Tennessee, survived the attack. Ragsdale, who had been shot in her back at the Oberoi Trident Hotel, had filed a case in a New York court. Another lawsuit had been filed by the relatives of Rabbi Gavriel Noah Holtzberg and his pregnant wife Rivka.

Following the lawsuit, a US court did issue summons to Pasha, the ISI chief at the time and Lashkar’s top guns including founder Hafiz Saeed. But Pak moved to block the lawsuit by roping in top-notch US lawyers, who sought quashing the case on the grounds that the US had no jurisdiction in the matter. They argued that any US assertion of jurisdiction over Pakistani officials would be “an intrusion on its sovereignty, in violation of international law”.

Ragsdale, in her civil complaint, sought a compensation of a minimum of $75,000 from the ISI. The US Government’s affidavit in the case, filed on Monday, sought to emphasise that while making the immunity determination, it was not expressing any view on the merits of the claims put forth by the plaintiffs.

Besides the former ISI chiefs and Saeed, the case filed in the US court has also named other top Lashkar operatives involved in the Mumbai operation: Zaki-ur-Rahman, Sajid Mir and Azam Cheema.

Thursday, 20 December 2012 13:44 S Rajagopalan | Washington

Find this story at 20 December 2012

Copyright © 2011 The Pioneer. All Rights Reserved.

US wants immunity for Pakistanis implicated in attacks that killed 166

The United States government has argued in court that current and former officials of Pakistan’s intelligence service should be immune from prosecution in connection with the 2008 Mumbai attacks. At least 166 people, including 6 Americans, were killed and scores more were injured when members of Pakistan-based militant group Lashkar-e-Taiba stormed downtown Mumbai, India, taking the city hostage between November 26 and 29, 2008. The Indian government has openly accused Pakistan’s Inter-Services Intelligence directorate (ISI) of complicity in the attack, which has been described as the most sophisticated international terrorist strike anywhere in the world during the last decade. Using evidence collected by the Indian government, several Americans who survived the bloody attacks sued the ISI in New York earlier this year for allegedly directing Lashkar-e-Taiba and the Mumbai strikes. But Stuart Delery, Principal Deputy Attorney General for the US Department of State, has told the court that the ISI and its senior officials are immune from prosecution on US soil under the US Foreign Sovereign Immunities Act. According to the 12-page ‘Statement of Interest’ delivered to the court by Delery, no foreign nationals can be prosecuted in a US court for criminal actions they allegedly carried out while working in official capacities for a foreign government. The affidavit goes on to suggest that any attempt by a US court to assert American jurisdiction over current or former Pakistani government officials would be a blatant “intrusion on [Pakistan’s] sovereignty, in violation of international law”. It appears that nobody has notified the US Department of State that the US routinely “intrudes on Pakistan’s sovereignty” several times a week by using unmanned Predator drones to bomb suspected Taliban militants operating on Pakistani soil. Washington also “intruded on Pakistan’s sovereignty” on May 2, 2011, when it clandestinely sent troops to the town of Abbottabad to kill al-Qaeda founder Osama bin Laden. Reacting to the US position, the Indian government expressed “extreme and serious disappointment” on Thursday, arguing that “It cannot be that any organization, state or non-state, which sponsors terrorism, has immunity”. Indian media quoted Foreign Office spokesperson Syed Akbaruddin as saying that all those behind the 2008 Mumbai attacks “should be brought to justice irrespective of the jurisdiction under which they may reside or be operating”.

December 21, 2012 by Joseph Fitsanakis 2 Comments

By JOSEPH FITSANAKIS | intelNews.org |

Find this story at 21 December 2012

Random afluisteren in India

In het voorjaar van 2010 was India een paar weken in de ban van een afluisterschandaal, maar vervolgens verdween dat in de vergetelheid. Dit is opmerkelijk gezien de staat van dienst van de inlichtingenwereld in India. Schandalen die gewone Indiërs raken, maar ook corruptie, slecht management, verkeerde technologie en apparatuur en bovenal incompetentie lijken de boventoon te voeren bij de NTRO, die verantwoordelijk wordt gehouden voor het schandaal. NTRO, National Technical Research Organisation, gebruikt IMSI Catchers om voor lange tijd en op grote schaal politici, ambtenaren, zakenmensen, beroemdheden en gewone Indiërs af te luisteren.

Find this story at 20 April 2011

 

Survey Finds Widespread Spying by Indian Companies

Corporate espionage is a booming industry in India, according to a recent report. And it’s being fueled by executives spying on their rivals as well as their own employees.

The Associated Chambers of Commerce and Industry of India, known by the zingy acronym Assocham, usually releases statements on sober topics like RBI’s midterm credit policy review or industrial production figures. But last week it released a survey on corporate espionage.

“Over 35 percent of companies operating in various sectors across India are engaged in corporate espionage to gain advantage over their competitors and are even spying on their employees via social networking Web sites,” Assocham said in its report.

While checking out people’s activity on social media sites like LinkedIn or Twitter didn’t sound too alarming, Assocham made a stronger claim that about 900 respondents said that they plant a mole in other companies, usually as receptionists, photo-copiers and other low-end jobs.

“Assocham had learned about certain unconfirmed reports of prevalence of corporate espionage from many of its members which prompted us to carry out a survey to ascertain if it really was the case,” a spokesperson for the group told India Ink, asking not to be identified because of association policy.

Assocham said it conducted the “covert” survey by meeting about 1,500 corporate executives in five major cities and roughly 200 private eye agencies and trained sleuths.

Detectives said demand from companies in sectors such as information technology, infrastructure, insurance, banking and manufacturing, is overwhelming, according to D.S. Rawat, secretary general of Assocham.

“Almost all the company representatives in these domains acknowledged the prevalence of industrial espionage to gain access to information and steal trade secrets of their competitors through private deals with sleuths and spy agencies,” the survey notes, although it does not name any companies or cite specific examples.

That’s not all. About 1,200 respondents said they use detectives and surveillance agencies to constantly monitor their employees’ activities and whereabouts, using moles and social media, according to the survey.

Many detectives say that companies working with strong labor unions hire spy agencies and plant undercover agents to monitor union leaders to ensure they were not getting paid by competitors, politicians or others to create trouble, according to the report.

“About a quarter of respondents said they have hired computer experts for installing monitoring software to hack and crack the networks, track e-mails of their rivals and perform other covert activities,” Assocham notes.

Not surprisingly, the findings have been met with skepticism.

“It sounds far-fetched to me,” said Harminder Sahni, the founder and managing director of Wazir Advisors, a management consulting firm.

Find this story at 19 June 2012

June 19, 2012, 7:10 am
By SRUTHI GOTTIPATI
Copyright 2012 The New York Times Company