aug 262015
 

In ‘De jihadistische angstvisioenen van de NCTV (II internationaal)’ een grove analyse van de internationale berichtgeving van de NCTV over de afgelopen tien jaar. Hier per jaar een grove analyse, een vogelvlucht, of om in de terroristische terminologie te blijven een drone vlucht. Alles wordt slechts aangestipt omdat het ondoenlijk is om op alle arrestaties en aanslagen uitgebreid in te gaan. Het gaat om het doorbreken van de denktrant, het doorbreken van de dreigingsbeeld diarree zoals elders beschreven wordt. Elke arrestatie wordt door de NCTV gevierd als een overwinning op de ‘vijand’, maar bij elke arrestatie hoort een verhaal. Soms worden de mensen meteen vrijgelaten, soms na maanden, jaren. Onschuldig, maar gebrandmerkt als terrorist, want dat is het beeld dat overblijft. En de aanslagen, mislukt of gelukt, zijn incidenten in de oorlog tegen de terreur. Een oorlog waar geen einde aan komt en die lijkt op een slag tussen goed en kwaad. We zijn beland in ‘Middle Earth’, ‘In de ban van de Ring’. De werkelijkheid is echter anders. Aanslagen zijn altijd doorspekt van mysteries waarbij inlichtingendiensten een belangrijke rol spelen. Voorkennis, afgebroken observaties, informanten, infiltranten en andere schimmenspelen, maar ook drone strikes, bombardementen, militaire operaties op een plaats en een aanslag in een stad of dorp ernaast. In een wereld die steeds meer wordt afgeschilderd als een bipolair speelveld strijden de zogenoemde geallieerden tegen de zogenoemde as van het kwaad, tegenwoordig steeds minder in de hoedanigheid van staten, maar steeds meer in de vorm van een groep ‘unlawful enemy combatants’. Wij, de westerse wereld, eigent zich de alledaagse waarheid van de oorlog tegen de terreur toe, een oorlog die oneindig is in tijd en geografie, maar ook in deelnemers. Deze vogelvlucht gaat deels van DTN naar DTN, en volgt een patroon van jaar in jaar uit. Tien jaar terreur, terreur van het dreigingsbeeld.

2005 Mondiale radicalisering
DTN-1 / 10 juni 2005
DTN-2 / 29 september 2005
DTN-3 / 5 december 2005

2006 De lange arm van al-Qaida
DTN-4 / 2 maart 2006
DTN-5 / 7 juni 2006
DTN-6 / 16 oktober 2006
DTN-7 / 20 december 2006

2007 Gevechtspauze PTSS NCTb
DTN-8 / 25 april 2007
DTN-9 / 4 juni 2007
DTN-10 / 9 oktober 2007
DTN-11 / 27 november 2007

2008 Jaar van de ongekende dreiging
DTN-12 / 5 maart 2008
DTN-13 / 9 juni 2008
DTN-14 / 9 september 2008
DTN-15 / 19 december 2008

2009 Nederland en haar strijdgebieden in de derde wereldoorlog
DTN-16 / 6 april 2009
DTN-17 / 19 juni 2009
DTN-18 / 11 september 2009
DTN-19 / 15 december 2009

2010 oorlogsmennerij en dreigingspropanda van een dienst
DTN-20 / 7 april 2010
DTN-21 / 18 juni 2010
DTN-22 / 13 september 2010
DTN-23 / 17 december 2010

2011 Spelen met bedreigingen, arrestaties en aanslagen
DTN-24 / 18 maart 2011
DTN-25 / 17 juni 2011
DTN-26 / 3 oktober 2011
DTN-27 / 12 december 2011

2012 Wie is het gevaarlijkst: armpje drukken met al-Qaida,
DTN-28 / 26 maart 2012
DTN-29 / 22 juni 2012
DTN-30 / 8 oktober 2012
DTN-31 / 17 december 2012

2013 Terreurfabriek
DTN-32 / 13 maart 2013
DTN-33 / 1 juli 2013
DTN-34 / 7 november 2013

2014 Duurzame dreiging
DTN-35 / 24 februari 2014
DTN-36 / 30 juni 2014
DTN-37 / 12 november 2014

2005 mondiale radicalisering

DTN-1 / 10 juni 2005

Bij de eerste DTN (juni 2005) worden internationale netwerken als Al-Qaida één op één gekoppeld aan een arrestatie in Nederland. “Het eerste vastgestelde en door aanhouding van betrokkene verijdelde geval van ‘zelfontbranding’ in Nederland kan hieraan worden toegeschreven.” Het gaat waarschijnlijk om de aanhouding van Wesam al Delaema en de man is al veroordeeld door de coördinator terrorismebestrijding voordat de rechter er aan te pas is gekomen. Zijn advocaat zegt in 2008 tegen Vrij Nederland: “Wij zijn nooit toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van dit Nederlandse onderzoek, waarbij zeker de nodige vragen zijn te zetten. Want hoe hard is die verdenking van zijn betrokkenheid bij terreurdaden nu?” (13 maart 2008). Het zou ook kunnen gaan om Bilal Lamrani, alleen was hij bekend bij justitie, had vastgezeten voor het bedreigen van Geert Wilders en “in de gevangenis had Bilal gevraagd hoe hij aan semtex kon komen en op zijn usb-stick waren handleidingen gevonden voor het maken van explosieven” (NRC Handelsblad 8 september 2007). Aan de arrestatie gaat een onheilspellende zin vooraf die de mondiale radicalisering op de kaart zet: “Diverse netwerken alsook individuen hebben het gedachtegoed van Al Qa’ida overgenomen en trachten de ideologie door missie en/of terrorisme tot uitdrukking te brengen.” De nuance is in het dreigingsbeeld niet terug te vinden. De internationale netwerken en de Nederlandse netwerken lijken één op één met elkaar verbonden in deze DTN. Veteranen trainen lokale mensen en de boel radicaliseert, gezien de twee beschreven arrestaties zijn grote vraagtekens te zetten bij de eenvoud van het bestempelen van lokale jongeren als Al-Qaida soldaten.

DTN-2 / 29 september 2005

De DTN (29 september 2005) die volgt, staat vooral in het teken van de aanslagen in London op 7 en 21 juli 2005. De dreiging was kritiek, althans dat suggereert het dreigingsbeeld, maar weer niet kritiek door de aanslagen in het Verenigd Koninkrijk. “In de maand juli 2005 was er sprake van een tijdelijke verhoging van de dreiging, die te maken had met het proces tegen de Hofstadverdachten.” Het DTN stelt bij de actuele dreiging dat “Nederland onverminderd in de belangstelling van potentiële terroristen staat. De militaire steun die Nederland levert aan de internationale strijd tegen het terrorisme draagt bij aan een hoog internationaal profiel van ons land.” De AIVD doet daarom onderzoek naar de bedreiging van het evenement Sail door al-Qaida (Elsevier “Al-Qa’ida dreigt met aanslag op Sail”). Het blijft onduidelijk of al-Qaida daadwerkelijk een bedreiging heeft geuit, hoewel de diensten onderzoek doen naar de berichten. De coördinator oordeelde namelijk dat “dergelijke verklaringen weinig geloofwaardig zijn.” Waarom de NCTb aan de geloofwaardigheid twijfelt wordt ook niet duidelijk, vooral ook omdat er onderzoek naar wordt gedaan. De coördinator wijst naar de media die angstgevoelens zouden aanwakkeren, maar maakt vervolgens niet duidelijk waarom het Sail incident in het dreigingsbeeld is opgenomen. Internationaal gaat het niet meer zozeer om netwerken alswel om de Nederlandse militaire aanwezigheid in Irak en Afghanistan. De Nederlandse aanwezigheid in die landen zou de “operationele keuze van jihadisten beïnvloeden en een belangrijke inspiratiebron voor radicalisering vormen.”

DTN-3 / 5 december 2005

In het derde DTN worden Nederlandse jongeren direct aan de mondiale terreurbeweging gekoppeld, Nederlandse jongeren die zich aangetrokken voelen tot de radicale islam lijken al bijna lid van al-Qaida: “in de context van mondiale radicaliseringsprocessen”. De NCTb bedoelt daarmee dat in andere westerse landen dezelfde processen plaatsvinden, “globale maatschappelijke processen”. Onduidelijk is waar die conclusie vandaan komt, het dreigingsbeeld stapelt verder. Het feit dat er van al-Zawahiri (kopstuk van al-Qaida) tegelijk een videoboodschap wordt uitgezonden als van een van de daders van de aanslagen in Londen, “in combinatie met voorlopige onderzoeksresultaten, wijst op een betrokkenheid van krachten buiten het Verenigd Koninkrijk.” Welke onderzoeksresultaten wordt niet vermeld. En of die onderzoeksresultaten zijn gedeeld is tevens twijfelachtig, want welke reden zouden de Engelse diensten hebben om dat wel te doen. De aanslagen in London zijn nooit grondig onderzocht en er heeft geen openbaar parlementair onderzoek plaatsgevonden zoals in Spanje. Enkele vragen zijn te vinden in het boek The London Bombings: An Independent Inquiry Van Nafeez Mosaddeq Ahmed. Verdachte Jean Charles de Menezes, een Braziliaanse Brit, werd op 22 juli 2005 door de politie met zeven kogels in zijn hoofd gedood. De man was ongewapend en onschuldig. Opvallend is dat de coördinator terrorisme bestrijding geen aandacht besteedt aan deze dode, noch aan de aanslagen op Bali op 1 oktober 2005, blijkbaar zijn die niet van belang voor het Nederlandse dreigingsbeeld, hoewel in Bali veel toeristen de dood vonden. Beide gebeurtenissen zetten namelijk vraagtekens bij de rol van overheden. Ten aanzien van de aanslagen op Bali heeft voormalig president van Indonesië Abdurrahman Wahid bijvoorbeeld in een interview met het Australische SBS’s Dateline aangegeven dat volgens hem politie en militaire officieren een rol hebben gespeeld bij de aanslagen. Hij maakte zich zorgen over de relaties tussen Indonesische autoriteiten en terroristen.

De toon is gezet in 2005. De NCTb ziet bestrijding van terreur als het aanzetten van de dreiging. Analyses van de dreiging zijn niet echt analyses, maar vetgedrukte krantenkoppen in een ambtelijke terreurbode. Duiding en analyse zoals een enkele keer de AIVD en de vroegere BVD dit middels door rapporten zoals ‘van Dawa tot Jihad’ heeft gedaan, komt niet overeen met het beleid van de dienst. Niet analyseren, maar aandikken is het devies.

2006 De lange arm van al-Qaida

DTN-5 / 7 juni 2006

In 2006 kristalliseert zich de internationale component van het dreigingsbeeld verder uit. “Het dreigingsbeeld voor Nederland is onlosmakelijk verbonden met internationale
Ontwikkelingen,” alsof Osama Bin Laden direct met Nederlandse radicale moslims spreekt. Aan de andere kant is “een direct effect van aanslagen elders is niet altijd aanwijsbaar,” staat in DTN 5 (7 juni 2006) bij internationale context. “Het jihadistische terrorisme in landen als Irak, Afghanistan en Indonesië doet afbreuk aan westerse belangen,” schrijft de NCTb. De oorlogen in Irak en Afghanistan worden eufemistisch aangeduid als conflictgebieden, brandhaarden alsof het alleen om “westerse belangen” zou gaan. Er woedt geen oorlog, de lokale bevolking telt niet meer mee en alles is terrorisme tegen ‘westerse belangen’. Het gevaar is “een «ideologische» wervingskracht waaruit radicalisering in het westen” voortvloeit en “de «export» van jihadistische strijders” (DTN 5).

DTN-4 / 2 maart 2006

Dat die internationale component nogal vaag is maakt een fatwa uit DTN-4 (2 maart 2006) duidelijk. “De authenticiteit van deze op internet geciteerde fatwa kan vooralsnog niet bevestigd worden,” schrijft de NCTb die de fatwa toeschrijft aan “Abu Musab al-Suri, volgens de dienst een van de belangrijkste Al Qa’ida ideologen.” Dat de fatwa op radicale websites staat en wordt verspreid is duidelijk, de coördinator heeft de fatwa daar vandaan. Direct contact met al-Qaida is er niet. En de cirkel is dan rond want de NCTb schrijft dat de fatwa “door veiligheidsautoriteiten serieus wordt genomen,” anders was deze niet in het dreigingsbeeld opgenomen. Dat deze opmerking angstgevoelens aanwakkert is duidelijk, maar wat deze opmerking bijdraagt aan het beter begrijpen van de dreiging van Nederland is onduidelijk. Ook de volgende paragraaf uit DTN 4 is onnavolgbaar. De coördinator stelt dat er een “overkoepelende jihadistische organisatie” in Noord-Afrika wordt opgericht en dat dat “een niet te veronachtzamen dreiging voor Europa” met zich meebrengt. Die dreiging komt voort uit de volgende redenering. De “Noord-Afrikaanse jihadistische netwerken hebben reeds contacten in Europa,” er zijn “veel Algerijnse en Marokkaanse migranten aanwezig in West-Europese” en de nieuwe organisatie heeft “waarschijnlijk een hoog netwerkkarakter”. Conclusie is dat alle Marokkaanse en Algerijnse Nederlanders deel uit maken van een netwerk en dat biedt “operationele voordelen” aan de “nieuwe organisatie.” En niet alleen Noordelijk Afrika staat in brand: “Overigens blijft ook het conflict in Irak als strijdtoneel” actief. De coördinator terreur timmert al bij het vierde dreigingsbeeld aan de weg, levensgevaarlijk is het in Nederland.

DTN-6 / 16 oktober 2006

Op 10 augustus 2006 worden 24 mensen aangehouden in het Verenigd Koninkrijk. Ze waren van plan om trans-Atlantische vluchten op te blazen. Enkele jaren later werden drie mannen veroordeeld. De coördinator oordeelt dat “de zaak van invloed is op de terroristische dreiging tegen het westen,” maar dat “er echter geen verbanden tussen deze zaak en Nederland is geconstateerd (DTN-6).” Ook vanuit Irak (de internationale jihadistische
Agenda), Afghanistan (mag evenmin onvermeld blijven), de oorlog tussen Israël en Libanon (hernieuwde inspiratiebron) en Noord-Afrika (mogelijke uitstraling van de Ontwikkelingen) zijn een bron van zorg voor de NCTb. Bij de achtergronden van die zorg wordt verwezen naar “jihadistische netwerken”, “reizende Irak-jihadisten” en “uitstraling”. Bij elke alinea van “Internationale dreiging en uitstraling naar Nederland” van DTN-6 (16 oktober 2006) moet de toenmalige coördinator Joustra toegeven dat er “geen aanwijzingen” en “geen directe dreiging” is. De coördinator klinkt bijna verongelijkt. Waarom? Zijn wij niet belangrijk genoeg? Vandaar dat de NCTb de paragraaf afsluit met: “Ondanks alle discussies en onderzoeken zijn er op dit moment geen overtuigende definitieve inschattingen van de slagkracht van de kern van al Qa’ida.”

DTN-7 / 20 december 2006

De laatste DTN-7 (20 december 2006) van het jaar borduurt voort op die kern van al-Qaida. “In toenemende mate komen aanwijzingen beschikbaar die suggereren dat de kern van al Qa’ida weer in staat zou zijn om ook in westerse landen, al dan niet met behulp van lokale netwerken, aanslagen te (laten) plegen,” stelt de NCTb. Dit gekoppeld aan “signalen en geruchten die duiden op een op handen zijnde grootschalige aanslag, georganiseerd door de kern van al Qa’ida” en “dat Nederland in september in een toespraak van kern al Qa’ida kopstuk Zawahiri werd genoemd,” lijken de situatie op scherp te zetten bij de terreurbestrijders. Alles loopt met een sisser af: “De dreiging is niet zonder meer van toepassing op Nederland.” In de paragraaf terrorisme loopt de coördinator alles af wat ons landje bedreigt. De op het internet beschikbare “zeer professionele handleidingen ten behoeve van fabricage en inzet van aanslagmiddelen.” De “«talibanisering» van de grens tussen Pakistan en Afghanistan” zijn van belang voor Nederland evenals “de contacten tussen dergelijke Marokkaanse netwerken (gearresteerde inwoners van Marokko) en geestverwanten in Nederland”. Daarnaast is er ook “het internetgebruik van jihadisten” en andere zaken die “zowel de gekende als de voorstelbare dreiging.” beïnvloeden. Het klinkt als de beruchte Donald Rumsfeld quote: “There are known knowns. These are things we know that we know. There are known unknowns. That is to say, there are things that we know we don’t know. But there are also unknown unknowns. There are things we don’t know we don’t know”.

De dreigingsbeelden hebben het karakter aangenomen van een patiënt die aan een zware angststoornis leidt. Alles heeft misschien te maken met het dreigingsniveau in Nederland, alleen zijn er geen aanwijzingen en het is onduidelijk wat het betekent voor Nederland. En de “intensieve media-aandacht voor dergelijke geruchten leidt er overigens wel toe dat een van de kerndoelen van terroristen wordt bevorderd: het verspreiden van angst,” staat in DTN-7. Waarom pompt de NCTb die geruchten dan opnieuw rond? Voegt daar het minder vage woord signalen aan toe en zegt dat de geruchten “de aandacht hebben van de Nederlandse diensten.” Wie leidt er nu aan een angststoornis? Want wie de internationale context van 2006 beschouwt, krijgt de indruk dat die “grootschalige aanslag” op Nederland slaat en dan wordt het dreigingsniveau verlaagd, niets aan de hand dus.

We zijn in 2006 toegetreden tot de kern van al-Qaida en eigenlijk zijn wij blind. We worden bedreigd door zowel gekende als voorstelbare bedreigingen. Alles kan, een vuile bom, vliegtuigen, bomauto’s, bomfietsen, het arsenaal is onbeperkt en eigenlijk weten we het niet. Donald Rumfeld, Secretary of Defense van de Verenigde Staten, had het al over de unknown unknowns in 2002, gelukkig is het in Nederland nog niet zo ver, want er zijn alleen nog maar known unkowns, voorstelbare bedreigingen.

2007 Gevechtspauze PTSS NCTb

DTN-8 / 25 april 2007

Begin 2007 wordt het dreigingsniveau verlaagd naar beperkt. De logica van de verlaging is niet te volgen. DTN-8 (25 april 2007) borduurt voort op de vorming van een “overkoepelende jihadistische organisatie” in Noord-Afrika. De Algerijnse groep Groupe Salafiste pour la Prédication et le Combat (GSPC) zou zich een jaar eerder hebben aangesloten bij al-Qaida, de dreiging was toen substantieel. Toen waarschuwde de NCTb voor Algerijnse en Marokkaanse netwerken in Europa, ook in Nederland. Begin 2007 lijkt er plotseling niets aan de hand, waarom wordt niet duidelijk. Als argument voert de coördinator aan dat de Noord-Afrikaanse groepen “deels uit pragmatisme hun operationele activiteiten momenteel vooral in de eigen regio opvoeren.” Om kort te gaan, de Noord-Afrikanen blazen alleen zichzelf op. De coördinator onderwijst dat “regionale aanslagen doorgaans minder voorbereidingen vergen dan transnationale.” Opvallend is ook dat een verwijzing naar de Algerijnse en Marokkaanse gemeenschap in Europa is weggepoetst uit dit stukje internationale context. Ook Afghanistan en Irak zijn van het dreigingsmenu verdwenen, vooral Afghanistan is opvallend in verband met de Nederlandse aanwezigheid daar in 2007. Die aanwezigheid was steeds de trigger voor aanslagen in eigen land, zo niet begin 2007, waarom blijft onduidelijk. Andere ambtenaar die de teksten schreef? Beter humeur van de coördinator? Weinig tijd voor de dreiging? Het blijft gissen.

DTN-9 / 4 juni 2007

Twee maanden later op 4 juni 2007 (DTN-9) is Afghanistan toch weer terug: “Het internationale profiel van landen die deelnemen aan de strijd in Afghanistan blijft hoog” en “Nederland is daardoor in bepaalde mate een voorstelbaar doelwit, zeker gelet op het parallelle profiel met bijvoorbeeld Duitsland.” Afghanistan was twee maanden daarvoor nog onvindbaar op de jihadistische landkaart, maar nu is Nederland een voorstelbare target. Hoe komt een dergelijk “in bepaalde mate voorstelbaar doelwit” dan tot stand. Noord-Afrikanen vechten op jihadistische strijdtonelen zoals Irak, Tsjetsjenië en Afghanistan, keren terug naar huis en plegen een aanslag, klaar is kees. Om het spannend te houden spreekt de coördinator van landen van herkomst dat lijkt te verwijzen naar Noord-Afrika, maar kan ook Nederland zijn want “gezien de contacten met en nabijheid van Europa zou dit ook gevolgen kunnen hebben voor de dreiging tegen Europa (waaronder Nederland).” Toch blijft het dreigingsniveau beperkt. Wil de coördinator ons geruststellen? Nee, we zijn een voorstelbaar doelwit en de trainees van al-Qaida keren terug, dus is een aanslag heel goed mogelijk. Het dreigingsniveau is maar net verlaagd of de verhoging is al weer in zicht. Binnen afzienbare tijd is de dreiging weer substantieel. De NCTb wil vooral de angst erin houden.

DTN-10 / 9 oktober 2007

DTN-10 (9 oktober 2007) pakt dan ook uit met arrestaties in Denemarken en Duitsland gerelateerd aan mogelijke aanslagen en enkele “terroristische incidenten” in het Verenigd Koninkrijk (zie ook: ‘De mist van aanslagen’ 5 september 2007 Buro Jansen & Janssen). Het lijkt alsof het steeds dichterbij komt. De dienst schrijft dat er “al langer berichten circuleren dat Europeanen in jihadistische trainingskampen in het Midden-Oosten worden opgeleid om in de toekomst aanslagen te plegen in hun thuisland.” Landen van herkomst zijn plots niet meer de Noord-Afrikaanse landen aan de Middellandse Zee, maar Noord-Europa. De Duitse situatie zou dat onderstrepen, maar zijn de circulerende berichten meer dan geruchten? Het wordt niet duidelijk wat de coördinator nu wil zeggen met de circulerende berichten. De dienst doet er niet veel aan om de angst weg te nemen: “Hieruit blijkt dat de lange arm van Al Qa’ida inmiddels verder reikt dan landen met een grote Pakistaanse gemeenschap,” klinkt het onheilspellend. De Pakistaanse buurman is plots ingedeeld in het ‘andere’ kamp. De NCTb gooit nog wat extra internationale olie op het vuur. De “snelle radicalisering en de ongebruikelijke achtergrond van de verdachten in het Verenigd Koninkrijk … een lastig voorspelbare dreiging tegen ons land is.” Sussende woorden zijn in de DTN’s van 2007 alleen nog even in een laatste alinea gezet, daar staat dan dat er “aanwijzingen ontbreken” en “het beeld van de door de Nederlandse diensten gekende netwerken vooralsnog niet verontrustend is.” Het ging in Engeland echter niet om ‘gekende’ netwerken, maar om ‘ongebruikelijke verdachten’ en daarom is er sprake van een ‘lastig voorspelbare dreiging’, dus zelfs die sussende woorden zijn misplaatst. Rumsfeld’s unknown unknowns doen hun intrede in Europa. Dan maar over naar de gewapende jihad in Afghanistan, dat is na drie jaar dreiging vertrouwd.

DTN-11 / 27 november 2007

Het laatste DTN van 2007 en ook de laatste met een beperkte dreiging op dat moment lijkt te willen suggereren dat de Nederlandse aanwezigheid in bijvoorbeeld Afghanistan minder problematisch is. Het is wel een inspiratiebron voor radicale jongeren hier maar “in deze netwerken zijn geen personen met kennis over de routes naar de strijdgebieden.” Ze kunnen niet afreizen omdat ze de weg niet weten, hoewel er wel “aanwijzingen zijn van financiële steun op beperkte schaal vanuit ons land aan in het Pakistaans/Afghaanse grensgebied aanwezige jihadistische groeperingen” en er zijn “transnationale netwerken, die ook in Nederland vertakkingen hebben.” De coördinator lijkt niet te kunnen besluiten. Er zijn geen contacten en daarom hebben de jongeren geen adres om naar toe te reizen, maar ze sturen wel geld en er zijn netwerken waar zij contact mee hebben. “De dreiging tegen Nederland of tegen Nederlandse belangen in het buitenland (lees militairen) kan op termijn toenemen,” schrijft de dienst. Daarmee is de NCTb weer terug bij de “contacten tussen lokale autonome netwerken en internationale netwerken, zoals kern al Qa’ida of daaraan gelieerde groepen.” Lokale netwerken zijn ook Nederlandse netwerken suggereert DTN-11, maar er is tegelijkertijd niets aan de hand. Er is wel een internationale context, maar omdat er geen aanwijzingen waren is die internationale context eigenlijk nutteloos. Polder jihadisten zijn blijkbaar anders dan Engelse, Duitse of Deense Jihadisten. De coördinator is echter niet zo snel van zijn angststoornis af te helpen want hij wil toch wel even de factoren noemen die “de voorstelbaarheid van de dreiging voor Nederland nader inkleurt.” Hierbij noemt hij dat bekeerlingen, moslimmigranten die zich nog maar kort hebben gevestigd in Nederland, voor de NCTb aan de lijst van mogelijk terroristen moeten worden toegevoegd omdat “deze groep aantrekkelijk als doelgroep is voor terroristische netwerken.”

De dreigingsbeelden lezen als Russisch roulette. Toch is het altijd substantieel of beperkt, maar nooit kritiek. Het is veilig om in het midden te gaan zitten. Het kan altijd misgaan, maar het is nog niet misgegaan of toch wel. Het is bijna alsof de coördinator aan PTSS leidt, een zwaar trauma heeft opgelopen en de omstandigheden zijn daar zodat het elk moment weer kan plaatsvinden. Nederland kende eerder aanslagen naast Pim Fortuyn en Theo van Gogh. De actie van Molukkers, maar ook de RAF, Rode Leger en andere groeperingen. Waar deze ingehouden angst van de terreurdienst voor staat is niet duidelijk. Gaat het hier om faalangst, politieke druk, gebrekkige analyse, gebrek aan kennis zoals later in 2014 zal blijken, de dienst geeft geen inzicht in haar eigen dreiging. In de komende jaren zal dieper op de arrestaties worden ingegaan. In 2007 worden hier de arrestaties in Denemarken, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk niet in perspectief gebracht, hoewel er vaak veel meer aan de hand is dan alleen maar de opmerking dat er terroristen zijn opgepakt. Hoe komt dat over? Er worden mensen gearresteerd, is dat rustgevend of is dat juist angstaanjagend? Betekenen arrestaties dat die ‘gevaarlijke mensen’ echt bestaan of betekent het dat er potentiële aanslagplegers zijn aangehouden en er niets aan de hand is? De dreigingsbeelden geven geen inzicht, doel is niet wegnemen, maar eerder toevoegen van angst.

2008 Jaar van de ongekende dreiging

DTN-12 / 5 maart 2008

Het zat al in de lucht in 2007, de dreiging nam toe, of was eigenlijk niet afgenomen, of was voorstelbaar, in ieder geval niet meer beperkt en daarom verhoogde de coördinator de dreiging naar substantieel in 2008 wat hem een vermelding in de Volkskrant en het NRC Handelsblad opleverde. Het zou allemaal te wijten zijn aan de “toegenomen internationale jihadistische invloeden” volgens DTN-12 (5 maart 2008). De NCTb stelt dat “de dreiging hoofdzakelijk uit gaat van door de kern van al Qa’ida aangestuurde of beïnvloede groepen uit Pakistan en Afghanistan. Tegelijkertijd verwijst de dienst naar arrestaties in Spanje van een groep Indiërs en Pakistani die “naast plannen voor aanslagen in Spanje zélf, ook doelen in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Portugal op het oog hadden.” Het grote gevaar schuilde volgens de NCTb erin dat zij “vanuit het ene Europese land aanslagen in het andere worden voorbereid en gefaciliteerd,” en dat het gaat om een “ongekende dreiging.” Ook toen wilde men die vluchtgegevens van reizigers van binnen de EU verzamelen.
“Radicalisering, netwerkvorming en training vinden in het buitenland plaats,” waardoor de zichtbaarheid in Europa afneemt, daarbij wordt verwezen naar het jaar daarvoor en de Spaanse arrestaties. Probleem bij arrestaties is dat er nog geen rechter aan te pas is gekomen, waardoor als er niets is gebeurd de vraag gerechtvaardigd is of de versie van de overheid wel klopt. De CNI, de Spaanse inlichtingendienst, had wel aangegeven dat de mannen, vrouwen en kinderen aanslagen aan het voorbereiden waren. Nu waren er onderdelen voor explosieven gevonden, maar die waren ook weer niet helemaal duidelijk, en al snel werd duidelijk dat de Spaanse politie had opgetreden na een tip van een beschermde getuige die de mensen had aangewezen. De CNI en de Spaanse politie hebben een niet al te goede naam als het gaat over de behandeling van migranten en bij de aanslagen in 2004 in Madrid zijn grote blunders gemaakt voor de aanslagen. Bij El Tribunal Supremo, de Spaanse Hoge Raad, werden de straffen voor de Pakistani en de Indiërs verlaagd omdat el Supremo oordeelde dat de plannen voor een aanslag zich in een embryonaal stadium bevonden en er weinig motivatie voor het plegen van een aanslag was bij de leden van de groep. Van een dreigingsdeskundige verwacht je een zeker matigende houding, niet iemand die bij elke arrestatie moord en brand schreeuwt. Ook niet iemand die blij is om een nieuwe terreurclub te introduceren om te onderstrepen dat die ook een “uitgebreid ondersteuningsnetwerk heeft in Europa”, wat in het Spaanse voorbeeld in het geheel niet het geval was.

DTN-13 / 9 juni 2008

In DTN-13 (9 juni 2008) zijn de arrestaties in Barcelona al verworden tot een Barcelona-cel “met vertakkingen in verschillende Europese landen.” De Spanjaarden vragen alleen om de overlevering van een persoon uit Nederland, die in Breda is gearresteerd. Het is alsof de coördinator zich verkneukelt over de “Barcelona-cel” want “transnationale netwerken blijven in potentie risicovol. Door alle aandacht voor Pakistaanse netwerken lijkt al-Qaida op de achtergrond te verdwijnen, maar niets is minder waar. In het DTN wordt aangegeven dat al Qa’ida-leiders Bin Laden en Al Zawahiri via video en audio boodschappen zouden hebben gezegd dat “het beledigen van de profeet Mohammed, niet ongestraft kan plaatsvinden.” Hoe de beide heren dit precies hebben gezegd blijft onduidelijk aangezien er geen bronvermelding is gegeven. Europa zou zijn genoemd in het kader van de Deense Mohammed-cartoons. Of Nederland of andere landen ook zijn genoemd blijft onvermeld. De NCTb blijft even mysterieus als Al Zawahiri die zich volgens de dienst in een apart bericht zich zou hebben “gericht tot al Qa’ida in de Islamitische Maghreb (AQIM) en de Islamitische Staat in Irak (ISI) met het verzoek om acties uit te voeren tegen Europa en specifiek Denemarken.” Wat de geïnteresseerde lezer met deze opmerking moet blijft onduidelijk en gelukkig wordt het beeld beëindigd met de zin dat er geen nieuwe ontwikkelingen in de internationale jihad zijn sinds DTN-12. Maar die Al Zawahiri dan? Of was dat een Youtube clip waarvan de authenticiteit nog niet kon worden vastgesteld? Speelt hier hetzelfde als bij de nieuwe ster aan het terroristisch firmament, LIFG. De NCTb introduceerde de LIFG (Libyan Islamic Fighting Group) in DTN-12. De groep zou zich hebben aangesloten bij al Qa’ida in het najaar van 2007, waarom deze groep wordt vermeld blijft onduidelijk. Wil de dienst aangeven hoe al-Qaida oprukt in Noord Afrika?

DTN-14 / 9 september 2008

De drie maandelijks productie van een DTN en ook nog regelmatig een voortgangsrapportage terrorismebestrijding is geen sinecure. Was in 2005 nog enig enthousiasme te bespeuren in de teksten, mede door de steeds veranderende indeling, kopjes en positie van onderdelen in 2008 lijkt er langzaam een soort stroomlijning plaats te vinden. Om de lezer enigszins tegemoet te komen wordt zo nu en dan een nieuw woord in het beeld geïntroduceerd. En in DTN-14 (9 september 2008) is dat voorkeursdoelwit. Nederland is per 9 september 2008 “een van de voorkeursdoelwitten van internationaal opererende jihadistische netwerken.” De NCTb baseert zich hierbij op “berichten op internationale jihadistische web fora” en “uiteenlopende bronnen.” Welke bronnen dit zijn wordt niet nader gespecificeerd. En een aanslag in Nederland zou voor de hand liggen omdat “jihadisten het in de islamitische wereld verslechterde imago van de jihadistische strijd willen opvijzelen.” De coördinator heeft nog meer berichten opgevangen, namelijk dat “Westerse (waaronder Europese) rekruten in jihadistische trainingskampen van verschillende terroristische groepen in het Pakistaans/Afghaanse grensgebied.” Wat voor berichten mogen wij als lezers niet weten, ook blijft onduidelijk hoe serieus we die berichten moeten nemen. Het dreigingsbeeld somt op: “groepen werken samen”, “al Qa’ida zou op zoek zijn naar Westerse rekruten”, “dergelijke rekruten zouden mogelijk minder opvallen” en de Duitse politie uit zijn zorgen over “islamisten die zouden hebben verbleven of thans nog zouden verblijven in trainingskampen.” Eigenlijk een recept om niet meer de trein in te stappen, maar wacht eens. “al Qa’ida zou op zoek zijn” dus het is niet eens zeker dat ze op zoek zijn, is het een gerucht, bericht, tweet … En “zouden mogelijk minder opvallen” betekent dat ze gewoon niet opvallen of dat ze er nooit zullen komen en dus niet opvallen. En tot slot de Duitse federale politieagent die het heeft over “zouden hebben verbleven of thans nog zouden verblijven.” Hoeveel vaagheid kun je stoppen in een dreigingsbeeld om vervolgens te concluderen dat de dreiging substantieel is?

DTN-15 / 19 december 2008

Op 26 november 2008 vonden er een reeks terroristische bomaanslagen en schietpartijen plaats in het Indiase Mumbai. Elf leden van Lashkar-e-Taiba dringen het centrum van de stad binnen en doden 164 en verwonden meer dan 600 mensen. Aan de vooravond van de aanslagen speelt nog een Amerikaanse DEA dubbelspion, David Headley, een vreemde rol. Indiërs vragen zich af waarom de Amerikanen geen inlichtingen over hem hebben gedeeld voor de Mumbai aanslagen. DTN-15 volgt op 19 december 2008 en wijdt een zin aan de aanslagen: “Indiase Mumbai, eind november, illustreren daarnaast dat westerse personen en objecten in algemene zin doelwit vormen van jihadisten.” En dat terwijl de trainingskampen in Pakistan in alle voorgaande DTN’s hoog op de agenda stonden. En ook in DTN-15 wordt gewag gemaakt van de Pakistaanse terroristen kweekvijver: “Verschillende in het Afghaans/Pakistaanse grensgebied opererende jihadistische bewegingen” waaronder de Islamic Jihad Union waar Duitse jihadisten aan verbonden zouden zijn en “ontvoering van westerse diplomaten.” Het vijftiende dreigingsbeeld lijkt stiekem een propaganda oorlog met de ‘jihadisten’ aan te willen gaan. Het begint met Fitna, de film van Wilders “die door jihadisten wordt gezien als een belediging en provocatie.” Ze willen echter geen aanslag plegen in Nederland en Nederlandse doelen elders vanwege die belediging maar om ‘hun imago op te vijzelen’. De coördinator voegt daarom opnieuw een nieuw woord toe aan het terrorisme lexicon ‘exogene dreiging’. Deze is toegenomen in “het buitenland”. Daarvoor wordt verwezen naar Pakistan en naar AQIM en “daaraan gelieerde groepen die hun activiteiten geografisch steeds verder uitbreiden in Noord-Afrika. De Noord-Afrikanen zouden westerse bedrijven in de regio bedreigen en dat zou passen in het media-offensief ten aanzien van het opvijzelen van het imago van de jihadisten. En dat imago kreeg op 11 september 2008 een flinke knauw want het lukt al-Qaida volgens de NCTb niet om een aangekondigde video op internet te zetten.” Berichtgeving daarover op jihadistische websites geeft aan dat dit door jihadisten is ervaren als gezichtsverlies,” oordeelt de coördinator die voor het eerst zich van zijn offensieve kant laat zien. Het laatste dreigingsbeeld van Joustra is een plaagstoot van de UWV man aan het grote al-Qaida.

Terug naar de slag om Mumbai met zijn 164 doden en meer dan 600 gewonden. Slechts één zin wijdt de coördinator eraan. Misschien niet gek, want India is nu eenmaal ver weg. Een enkele toerist is voor de dienst niet belangrijk, hoewel in de toekomst zal blijken dat die aandacht er in sommige gevallen wel degelijk is. Waarom terug naar Mumbai? Om de Amerikaanse DEA agent David Headley en zijn rol bij de terreuraanslag die nooit echt helemaal is opgehelderd. Een dubbelagent die veel vragen oproept over voorkennis van de Amerikanen en waarom de Indiërs niet zijn gewaarschuwd. Komt een aanslag ons beter uit dan een kritische beschouwing van het inlichtingen en opsporingsapparaat? Dit laatste brengt ons weer bij Spanje en de transnationale terreurnetwerken. Met twee landen heb je al een transnationaal netwerk, maar wat voegt het toe aan het dreigingsbeeld. En wat zeggen arrestaties over dat beeld? Een stel immigranten worden gearresteerd. In Nederland ook regelmatig omdat een landgenoot of een autochtone Nederlander Meld Misdaad Anoniem heeft gebeld met een terreuralarm. De Spaanse Hoge Raad oordeelde dat de gearresteerde verdachten weinig motivatie hadden voor het plegen van een aanslag. Waren zij erin geluisd en droegen ze het brandmerk van de terrorist en was er geen weg meer terug naar een veroordeling? Of was er echt een transnationaal netwerk van ongemotiveerde terroristen? Dreigen is zo gebeurd, de dienst zal er niet snel voor worden vervolgd, veel andere Nederlanders wel. Dat geeft te denken.

2009 Nederland en haar strijdgebieden in de derde wereldoorlog

DTN-16 / 6 april 2009

Onder Erik Akerboom die op 1 april 2009 als nieuwe NCTb aantreedt, wordt er een vast omlijnde structuur van het dreigingsbeeld vastgelegd. Eerst een samenvatting, dan internationale dreiging, gevolgd door Europa, Nederland, polarisatie en weerstand. De koppen verschillen soms maar de vorm van het driemaandelijkse inlichtingenverslag is er. De eerste van zijn hand verschijnt op 6 april 2009. DTN-16 haakt aan op het Afghaans/Pakistaanse grensgebied waar groepen als de “kern al Qa’ida en de Islamic Jihad Union (IJU), de capaciteit en de wil hebben om westerse belangen aldaar en in Europa te treffen.” Kern al-Qaida slaat eigenlijk altijd op het duo Bin Laden en al Zawahiri, andere groepen als AQIM worden vaak geportretteerd als franchise ondernemingen van de ‘kern’. Er wordt een idee geschapen van een wijdvertakte multinationale organisatie, de internationale jihad, rond de ‘kern’. Coördinator Akerboom voegt aan de vertakkingen een nieuw land toe. “In Somalië zoekt de jihadistische groepering Al Shabaab aansluiting bij de
internationale jihad,“ schrijft de NCTb in 2009 terwijl de banden met al-Qaida al veel langer bestaan. Bij ‘netwerken in Europa’ komt het kern duo van al-Qaida opnieuw terug. Zij zouden hebben opgeroepen tot “wraakacties tegen het Verenigd Koninkrijk” tijdens de Israëlische bombardementen op Gaza begin 2009. Enige context van die oproep is niet te vinden in het DTN, wat het betekent voor de dreiging van Nederland evenmin.

DTN-17 / 19 juni 2009

In DTN-17 wordt opnieuw een franchise aan al-Qaida toegevoegd, Jemen. Eigenlijk is het onduidelijk waarom de coördinator Jemen in juni 2009 toevoegde, de aanslag op de Amerikaanse ambassade in Sana’a vond plaats op 17 september 2008 en de eerste schermutselingen vonden in de periode voor 2002 plaats, voor het bestaan van het DTN. De verschillende oorden aaneengeregen in de vorm van jihadistische strijdgebieden, zijn verworden tot battlefield locaties, onderdeel van de totale oorlog tegen terreur waar Nederland aan deelneemt. In de eerste vijf jaar van de NCTb, maar ook de vijf jaar die volgen, wordt geen aandacht besteed aan de achtergrond van de conflicten in de respectievelijke ‘jihadistische strijdgebieden’. Ze zijn ontmenselijkt als terrorisme haarden en voedingsbodems voor rekrutering. Soms staat er één zin in het dreigingsbeeld dat probeert te duiden waar de woede vandaan komt, maar meestal niets. In DTN-17 gaat het natuurlijk over de rekrutering in de Swat-vallei, de tribale gebieden bij de Pakistaans-Afghaanse grens, en over de kern van al-Qaida die onder druk wordt gezet. Dat die drone oorlog ook een keerzijde heeft lijkt enigszins te worden erkend: “De woede groeit mede omdat de aanvallen met onbemande vliegtuigen deels vanaf Pakistaans grondgebied zouden worden uitgevoerd,” maar vervolgens wordt er door gezapt naar “ontwikkelingen in de andere jihadistische strijdgebieden.” Van de terugkeerders “kan een grote dreiging uitgaan,” schrijft de coördinator. Bij de duiding kunnen zij aangestuurd worden, hebben ze een “jihadistische intentie” en hebben ze “terroristische vaardigheden opgebouwd”. Wat dit bijdraagt aan een beter begrip van de dreiging in Nederland is onduidelijk. De oorlog klotst al over onze schoenen zou je bijna denken, “intentie en vaardigheden”, het wachten is op de klap.

DTN-18 / 11 september 2009

“De dood van Mehsud in augustus 2009 bij een beschieting met een onbemand vliegtuig
is voor zowel de Pakistaanse als de Amerikaanse regering dan ook een belangrijke overwinning,” staat in DTN-18. De coördinator had tot dat moment geen aandacht besteed aan dhr. Baitullah Mehsud die blijkbaar zonder vorm van proces standrechtelijk geëxecuteerd mag worden van de Nederlandse regering. De Engelse krant The Guardian schrijft op 5 augustus 2009 dat zijn vrouw ook is gedood, net als zijn dokter en diens vrouw volgens The bureau of investigative journalism. Zijn vier kinderen raakten gewond bij de aanslag door de Amerikanen. Het DTN gaat gemoedelijk verder, de andere strijdtonelen passeren de revue. “Verder zijn er indicaties dat jihadisten vanuit Somalië aanslagen beramen op westerse doelen in Kenia en Ethiopië,” schrijft de NCTb, welke zijn onduidelijk, enige duiding ontbreekt opnieuw. Al-Shabaab, de Somalische organisatie, zou “ideologische aansluiting zoeken bij de internationale jihad”, en de derde wereldoorlog breidt zich verder uit. AQIM wordt ook opnieuw opgevoerd. Die breidt zijn actieradius ook uit. “Deze groepering is vooral actief in Algerije en ontplooit daarnaast activiteiten in het grensgebied van Algerije, Mauritanië, Mali en Niger,” licht de coördinator toe. Hoewel er in februari en december 2008 en in januari 2009 in totaal acht westerlingen werden ontvoerd in Tunesië en Niger, is dit de eerste keer dat het NCTb waarschuwt voor ontvoeringen in Noord-Afrika. Waarom de dreiging niet eerder is opgenomen in het DTN is onduidelijk, helemaal omdat na januari 2009 er vooral gewapende confrontaties plaatsvonden tussen AQIM en het Algerijnse leger. Bijna de gehele moslimwereld is ondertussen verworden tot battle zone volgens politieman Akerboom: “Ook in andere delen van de wereld waar de jihad zich kan manifesteren, blijft een dreiging van ontvoering van westerlingen, en daarmee ook Nederlanders, bestaan.” Ook in Europa zijn we niet veilig: “De trend dat internationale jihadistische groeperingen Europees grondgebied nog steeds zien als een doelwit, handhaaft zich.” Het loopt allemaal met een sisser af: “Hoewel concrete aanslagplannen niet onderkend zijn.”

DTN-19 / 15 december 2009

We leven ondertussen na vijf jaar DTN in een totaal oorlogsveld, “ook in andere delen van de wereld waar de jihad zich kan manifesteren, blijft een dreiging van ontvoering van westerlingen, bestaan,” maar toch verlaagt de coördinator het dreigingsniveau naar beperkt eind 2009. Akerboom zal tijdens de rest van zijn termijn als coördinator het niveau niet meer verhogen. Wat is er gebeurd? Zijn er internationale veranderingen? De coördinator beweert in deze DTN plotseling dat de kern van al-Qaida, u weet wel het duo Bin Laden en Al Zawahiri, onder druk staat. Ook zijn ‘wij,’ de westerlingen, in het grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan aan de winnende hand. Enige achtergrond over deze gebieden is ons onthouden, het zijn jihadistische strijdgebieden, punt. Toch is de oorlog niet voorbij, gelukkig voor de coördinator: “Ondanks de toegenomen militaire druk slagen de Pakistaanse Taliban er echter nog steeds in om in hoog tempo aanslagen in het land uit te voeren.” En niet alleen daar is het onveilig ook in Afghanistan “winnen de Afghaanse Taliban
aan kracht.” En “elke vorm van triomf van de Taliban is een overwinning voor het jihadistische terrorisme.” De kern van al-Qaida is aan de andere kan ook weer niet vleugellam. Ze maken allerlei “geluids- en videoboodschappen gericht aan Europa” en volgens de NCTb gaat de dreiging uit van “al Qa’ida gerelateerde groeperingen.” Opnieuw zijn de rekruten “het grootste veiligheidsrisico” opnieuw uit het grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan, waar ‘wij’ aan de winnende hand zouden zijn.

Om te onderstrepen dat we eigenlijk constant door het oog van de naald kruipen, somt de coördinator drie incidenten op. De eerste gaat over een kernaanval: “Zo zijn er aanwijzingen dat ‘Al Qa’ida in de Islamitische Maghreb’ (AQIM) een inmiddels aangehouden Frans-Algerijnse kernfysicus heeft aangespoord om een aanslag te plegen op Franse bodem,” stelt DTN-19. Het gaat om Adlène Hicheur, een succesvol wetenschapper verbonden aan het Frans-Zwitserse CERN. Zeshonderd wetenschappers riepen in januari 2012 op voor zijn vrijlating. Tijdens een periode dat hij ziek was en onder de morfine zat, communiceerde hij per email met Phenixshadow, het pseudoniem van Mustapha Debchi volgens de Franse inlichtingendiensten. Vraagtekens bij deze claim van de DCRI, de Franse geheime dienst, zijn op zijn plaats. In de vuile oorlog in Algerije wordt een mistig spel gespeeld door inlichtingendiensten zoals Lounis Aggoun en Jean-Baptiste Rivoire in Françalgerie: Crimes et Mensoges d’etats en Mohammed Samraoui in Chronique des Annees de Sang duidelijk aantonen. De volgende casus van Akerboom maakt dit evenzeer duidelijk. De Deense inlichtingen- en veiligheidsdienst (Politiets Efterretningstjeneste, de PET) en de Amerikaanse Federal Bureau of Investigation (FBI) hebben naar eigen zeggen met de aanhoudingen van twee individuen in de Verenigde Staten (VS) het risico van een aanslag in Denemarken gereduceerd,” schrijft hij. Het gaat om David Coleman Headley en Tahawwur Hussain Rana. Rana, een voormalig dokter en zakenman, die Headley de mogelijkheid had geboden om naar Denemarken af te reizen als werknemer van Rana’s Far North Side immigration bedrijf. Headley had het idee om een aanslag te plegen op de kantoren van de krant de Jyllands-Posten. Of Rana in de val is gelokt door Headley blijft onduidelijk, punt is dat veel zogenoemde terrorisme comploten door de FBI zelf in elkaar zijn gezet in de Verenigde Staten (The Terror Factory: Inside the FBI’s Manufactured War on Terrorism) David Headley was een DEA dubbelspion, speelde een dubieuze rol in de Mumbai aanslagen waar 164 mensen het leven verloren en was vooral op de vlucht voor de Indiase politie. En dan de ‘lone wolf’ ( een verhullend concept zie: ‘Breivik’s misdaad staat niet op zichzelf’, Buro Jansen & Janssen) die op 12 oktober 2009 een aanslag zou hebben willen plegen op een militaire kazerne. Hij werd geportretteerd als fanaticus, maar aan de andere kant stelt een journalist van Cronaca Qui dat Mohamed Game was komen klagen bij de krant over de slechte omstandigheden waaronder hij leefde. Wat er precies is gebeurd, zal misschien over jaren pas duidelijk worden als overheidsdocumenten openbaar worden gemaakt.

Context is het woord dat als een rode draad ontbreekt in de dreigingsbeelden. Uitgangspunt van de DTN’s kan zijn het afschilderen van de wereld als een groot inferno van Dante. Dat is betrekkelijk eenvoudig. Je zet wat aanslagen op een rij en stelt dat de kern van al-Qaida een Youtube filmpje heeft gemaakt waarbij ze Nederland op een wereldbol aanwijzen. Dit roept echter allerlei vragen op. Wie zijn die mensen van de kern, hoe echt is het filmpje, wie hebben het bekeken en hoe serieus nemen die de heren Bin Laden en Al Zawahiri. Daarnaast is er ook een andere context. Wat is er aan de hand in het grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan. Welke rol speelt de Pakistaanse geheime dienst? In het geval van Mumbai moet daar nog aan toegevoegd worden welke rol Amerikaanse diensten en hun spionnen spelen. En met die spionnen komen we bij een arrestatie die een aanslag zou hebben voorkomen, maar hebben die diensten niet door een dubbelspion zelf angst en terreur gezaaid? Door de wereld plat te maken, tweedimensionaal, ontstaat er een wereld van zwart-wit. Goed en kwaad. Monsters en elfen en doet het er niet meer toe wat er in Jemen, Somalië of elders is gebeurd, gebeurt of gaat gebeuren. Natuurlijk is dreiging gekoppeld aan een industrie en overheidsfinanciering, maar wie dreiging zaait zal terreur oogsten, want veelal onschuldige mensen komen in de knel in een oorlog, ook een oorlog tegen terreur.

2010 oorlogsmennerij en dreigingspropanda van een dienst

DTN-20 / 7 april 2010

Het jaar 2010 opent op een geweldige manier voor de NCTb, meer dreiging kun je je niet wensen. Gelukkig wordt in DTN-20 (7 april 2010) alles op een hoop gegooid zodat we toch nog een overzichtelijke jihadistische oorlog hebben en blijft de dreiging op miraculeuze wijze beperkt. De Internationale context wordt volgens de coördinator gekenmerkt door een “veelvormigheid van de internationale terroristische dreiging”. Volgens Akerboom betekent dit dat “in een context van diverse regionale conflicten en internationale brandhaarden de
wereld te maken kreeg met verschillende terroristische acties, waarbij de uitvoerders
qua achtergrond verschilden.” “Veelvormigheid” en “verschillende achtergronden”, maar gelukkig allemaal vanuit dezelfde hoek, namelijk kern van al-Qaida, dat in 2009 nog in het nauw zat maar zich razendsnel als een veelkoppig monster heeft ontwikkeld. Het draait wel allemaal om al-Qaida hoewel de “kern van al Qa’ida” verzwakt is, maar toch in staat is om aanslagen over de hele wereld te plegen. Dit zou tot uitdrukking komen door “een Amerikaanse legerpsychiater die dertien militairen op de basis Fort Hood, Texas, doodde”, de “mislukte aanslag op de Deense tekenaar van de omstreden spotprenten in Aarhus, Denemarken”, “de verijdelde aanslag tegen de vlucht naar Detroit” en een mislukte aanslag in Saoedi-Arabië waar niets over wordt gemeld. De man in Aarhus, Mohamed Geele drong het huis in van cartoonist Kurt Westergaard met een bijl en een mes. De man zou ook contacten hebben met al-Shabaab en verschillende keren naar de hoorn van Afrika zijn afgereisd. Nicholas Kamwende, hoofd van de Kenya’s antiterrorisme politie vertelde de New York Times dat hij informatie heeft gedeeld met de Deense ambassade, zoals over mogelijke connecties van Geele met plannen voor een aanslag. Dhr. Geele kwam als migrant naar Denemarken in 1995, trouwde en kreeg drie kinderen. Zijn ex-vrouw vertelde de Jyllands-Posten, de krant waar de Mohammed-cartoons van Westergaarde werden gepubliceerd, dat de PET, de Deense inlichtingendienst, zou hebben geprobeerd Mr. Geele te rekruteren in 2006. Het blijft onduidelijk welke rol de PET heeft gespeeld en of er fouten zijn gemaakt bij de surveillance van Geele. Zijn verhaal heeft veel weg van dat van Mohammed Bouyeri, hij is waarschijnlijk ook benaderd. Was hij informant van de AIVD? En dan de schietpartij op 5 november 2009 op de militaire basis Fort Hood. Majoor Nidal Malik Hasan schoot dertien militairen neer op een Amerikaanse basis. Het verhaal is te complex voor de NCTb, dus wordt alleen de aanslag vermeld want Nidal Hasan was misschien gelovig, maar leek het Amerikaanse leger niet te haten. Hij steunde militairen die terugkeerden uit Irak en Afghanistan. Hij stond op de nominatie om te worden uitgezonden, maar wilde dat niet, hij kende de gruwelijkheden van de oorlog maar al te goed. Hij postte op Scribd verhalen over zelfmoordaanslagen onder de naam Nidal Hasan, maar de FBI die kennis had genomen van de berichten lijkt niet tot actie zijn over gegaan. Dit laatste geldt ook voor Umar Farouk Abdulmutallab die op vlucht 253 van Northwest Airlines van Lagos via Amsterdam naar Detroit zijn vieze onderbroek tot ontploffing probeerde te brengen. Ook bij Abdulmutallab zijn er vele vragen te stellen waaronder die over zijn blijkbaar niet opgemerkte reisbewegingen, zijn vader, een Nigeriaanse bankier en voormalig regeringsfunctionaris, die de Amerikaanse ambassade in Abuja (Nigeria) waarschuwde voor zijn zoon die naar Jemen zou zijn vertrokken en de radicale islam aanhing, het niet intrekken van het visum van de man en het feit dat hij met zijn vieze onderbroek door diverse veiligheidscontroles, ook in Amsterdam, was gekomen. Akerboom beschuldigd in DTN-20 AQAS (“Al Qa’ida op het Arabische Schiereiland “) van “overtrokken propaganda-uitingen”, maar laat zelf geen gelegenheid onbenut om aan te geven hoe gevaarlijk ze zijn, zonder een serieuze duiding van het incident te geven, aan te geven wat de omvang en slagkracht van de groep is of achtergronden van het conflict dat al jaren speelt in Jemen te vermelden. De oorlog blijft voortduren, heerlijk simpel. De terugkerende conclusie van het Nederlands internationale profiel is dat van een “jihadistische perceptie van het islamdebat in Nederland, evenals de rol van Nederland als medestander van de VS en Israël.” Misschien is dat profiel wel een correcte omschrijving en zit daar een vraag in voor de coördinator?

DTN-21 / 18 juni 2010

DTN-21 (18 juni 2010) staat in het teken van de propaganda, daartoe worden verschillende woordvoerders en ideologen van de jihadistische strijd opgevoerd. Deze worden in de spotlight gezet omdat opnieuw de slagkracht van de “kern al Qa’ida onder druk staat.” De standrechtelijke executies door onbemande vliegtuigen zouden de druk op al-Qaida opvoeren. Aan de andere kant lijkt het heel goed te gaan met de multinationale onderneming Jihad Ltd. “Omdat de slagkracht van diverse aan kern al Qa’ida gelieerde franchises elders in de wereld blijft bestaan, en kern al Qa’ida zich in naam kan verbinden aan aanslagen die worden gepleegd door haar ‘filialen’, blijft van het totaalpakket (inspirator, instigator, uitvoerder) toch nadrukkelijk een internationale dreiging bestaan voor het Westen,” schrijft de coördinator. Vandaar de aandacht voor de inspiratie, lees branding. Akerboom schrijft dat de communicatie afdeling van de “kern al Qa’ida” gewijzigd is van oproepen tot “spectaculaire aanslagen” naar “zogeheten lonewolf-aanvallen”. De coördinator verbindt dit aan de verminderde slagkracht van de “kern”, “dit kan indiceren dat er voor zulke complexe aanslagen thans onvoldoende potentie is.” Aan de andere kant wijst de dienst naar allerlei transnationale complotten, niet echt lone-wolf aanvallen, die voorheen vanuit Afghanistan en nu uit Pakistan worden ‘geïnitieerd’. De coördinator verwijst naar een “complot om de Zweedse cartoontekenaar Lars Vilks te vermoorden (zie DTN20), ), is hiervan een goed voorbeeld”. Voor de poging tot brandstichting bij het huis van cartoonist Vilks in mei 2010 zijn twee broers, Kosovaarse Zweden, aangehouden en veroordeeld. Ook een lezing van Vilks werd verstoord en de politie moest ingrijpen, maar van een transnationale jihadistische link was geen sprake. In DTN-20 ging het trouwens niet over een Zweedse cartoonist, maar om een Deense. De ophef over een cartoon van Vilks, net als andere cartoons ging het internet over en er waren bedreigingen, maar in het onderzoek naar de twee broers kwam een link naar een al-Qaida filiaal niet terug. Propaganda komt niet alleen van de “kern al Qa’ida,” maar ook van de coördinator zelf. Akerboom toont zich als ex-politieman tevreden met “meer liquidaties van terroristen die zich in het westen van Pakistan schuilhouden.” En terwijl in Pakistan er wordt gebombardeerd lijkt dat niet van invloed op de dreiging op Time Square in hartje New York waar de Pakistaanse Amerikaan Faisal Shahzad zijn Nissan Pathfinder met draaiende motor en alarmlichten verkeerd parkeert om de auto met vooral kunstmest tot ontploffing te brengen. De coördinator is maar wat blij met deze terugkeerder want dit zou aantonen dat die trainingskampen levensgevaarlijk zijn. “De terroristische dreiging vanuit Pakistan komt deels van westerse jihadisten die in trainingskampen in Pakistan zijn getraind en vervolgens terugkeren naar het Westen,” stelt DTN-21. Opnieuw zijn er echter veel vragen bij de mislukte aanslag van Faisal Shahzad. Zelfs bij rechts Amerika leven er vele vragen. Zo formuleert Judith Miller van Fox News tien vragen over het werk van de FBI en de CIA, welke training de man dan zou hebben gehad met zo veel gestuntel, maar zelfs “when, where, why, and how was Faisal Shahzad radicalized? How did a happy-go-lucky Facebook guy, married with two kids and apparently doing OK in America, go from watching “Everyone Loves Raymond” – listed as one of his favorite TV shows – to Peshawar for terrorist training and back to Times Square to kill his fellow Americans?” Zij had een elfde vraag kunnen toevoegen aan de lijst, een vraag die verschillende senatoren stelden, namelijk waarom Tehrik-e-Taliban (TTP) niet als buitenlandse terroristische organisatie was aangemerkt door de Amerikanen. Het dreigingsbeeld is vooral een gruwelverhaal. Alles is mogelijk overal in de wereld en begrijpen willen we het vooral niet. Zo kabelt de dreigingsrivier verder, een verdere uitbreiding van de battleground. Naast de Hoorn van Afrika, het Arabisch Schiereiland en de regio Niger/Mali maakt de NCTb zich op voor een zeeslag met de “jihadistische maritieme slagkracht”. Vervolgens speculeert de coördinator samen met niet nader genoemde “veiligheidsdiensten” er een alinea lang op los wat allemaal mogelijk is, hoewel “er amper aanwijzingen zijn dat de intentie leidt tot daadwerkelijke activiteiten op dit gebied.” “Echter, individuele aanslagen tegen schepen … worden voor mogelijk gehouden. Piraten zouden … activiteiten voor al Shabaab kunnen ontplooien. Een mogelijke samenwerking zal … ingegeven zijn vanuit zakelijke in plaats van ideologische motieven.” De NCTb ziet patronen en veelvormige gevaren opdoemen omdat het een illustratie is van “het sluiten van zakelijke allianties met niet ideologisch gemotiveerde gewelddadige groepen of criminelen.” Volgens Akerboom is “dit ‘huurlingenconcept’ ook bekend van onder andere Al Qa’ida in de Islamitische Maghreb (AQIM) inzake een deal met Toearegs in Mali en Niger,” wat hij beschreven zou hebben in DTN-20, maar niet in de hier beschreven versie van DTN-20 is te vinden.

DTN-22 / 13 september 2010

DTN-22 (13 september 2010) borduurt voort op de uitbreiding van de fronten in de totale oorlog tegen terreur waar Nederland aan meedoet. “Het gist steeds meer in een breed scala aan landen, waardoor het dreigingsbeeld diffuser is geworden,” merkt de coördinator prozaïsch op. “De bewegingsvrijheid en slagkracht van kern al Qa’ida staan al langere tijd onder druk,” merkt Akerboom op alsof hij zelf aan het front staat. “Zo werd op 21 mei 2010 opnieuw een belangrijke operationele leider van kern al Qa’ida gedood” schrijft de dienst. De geëxecuteerde operationele leider van al-Qaida zal niet Fatima zijn of Nisar of hun moeder, evenmin Naeem en zijn moeder. Drie of vier kinderen werden ook vermoord door de “zogeheten «drones», onbemande vliegtuigen,” maar dat is niet te vinden in het DTN. En hoewel de ‘kern’ verzwakt is, gaat de verspreiding van de “jihadistische ideologie via het internet onverminderd voort.” Plotseling wordt er aandacht besteed aan de Youtube boodschap van de Amerikaan Adam Yahya Gadahn die zich richt tot president Obama. Waarom de coördinator nu aandacht besteedt aan een bericht van Gadahn is onduidelijk, want de Amerikaan is al sinds 2004 een al-Qaida media ster en zijn oproep rond de schietpartij op Fort Hood in maart 2010 (zie DTN-20) is veel directer. Volgens Akerboom hebben de “voorbije jaren aangetoond dat sommige personen zowel in landen met een overwegend islamitische bevolking als in seculiere westerse landen zich laten inspireren door de jihadistische propaganda,” De voorbeelden van de afgelopen jaren zijn echter veel complexer dan een één op één relatie tussen een video boodschap en een aanslag. De aanslag op een politiebureau in Bogojno in Bosnië-Herzegovina laat dat ook zien. Het NCTb schrijft: “De dader was een extremist die toegaf deel uit te maken van een grotere groep,” staat in DTN-22 en wordt vervolgd met een mogelijke relatie met oude netwerken en de jarenlange rust in het land. De dader blijkt niet een extremist te zijn, maar een lokale crimineel die de aanslag zou hebben uitgevoerd in opdracht van een radicale moslim groep. Het lijkt allemaal simpel voor de dienst, jihad in de Europese achtertuin. Probleem is dat het nooit simpel is, ook niet op de Balkan. De publicatie ‘Assessing the potential for renewed ethnic violence in Bosnia and Herzegovina’ geeft dit fijntjes aan en wijst op de grote hoeveelheden wapens en explosieven die overal in Bosnië-Herzegovina liggen, de etnische spanningen tussen Serven en Bosniërs, de haat van jongeren tegen de corrupte regering en overheidsdiensten en de waardering die de dader van de aanslag van veel jongeren krijgt. Het is eenvoudig de jihadisten de schuld te geven van alles, maar dat levert slechts een spookbeeld op, geen dreigingsbeeld. Zo ook de aanslagen op twee doelen in Kampala, Oeganda. Al snel werd al-Shabaab, de inofficiële franchise van al-Qaida in Somalië aangewezen en deze gaf ook graag toe, maar allerlei ongerijmdheden blijven ook hier onaangeroerd. Eén ervan is de vraag waarom er een aanslag werd gepleegd op the Rugby Club, een plaats waar veel critici van generaal Museveni, de leider van het land, samenkwamen. En die vraagtekens kunnen ook worden gezet bij de halleluja stemming over de arrestaties in bijvoorbeeld Marokko. “In Marokko werd eind april een cel van een transnationale groep van 24 personen gearresteerd op verdenking van rekrutering en het voorbereiden van aanslagen. Een band met al Qa’ida wordt vermoed,” schrijft de coördinator. Waarom het NCTb geen melding maakt van verdwijningen, martelingen en valse beschuldigingen die worden gemeld door mensenrechtenorganisaties en de Verenigde Naties blijft onduidelijk. En tot slot de arrestaties van drie mannen met betrekking tot een mogelijke terroristische aanslag in Noorwegen. Omdat de arrestanten een Oeigoer, Oezbeek en een Iraakse Koerd zijn, zou er volgens de NCTb sprake zijn van een “transnationale jihadistische netwerk”, Noorwegen zou op het “jihadistische netvlies” zijn verschenen door de cartooncrisis en al in 2006 door al-Qaida zijn bedreigd. De Oezbeek nam zelf contact op nadat hij had vernomen gebrandmerkt te zijn als al-Qaida operative. Zie daar de lange arm van de terreur club die wil toeslaan. De mannen zeiden onschuldig te zijn, ze hadden wel waterstofperoxide, aceton en handleidingen verzameld, maar verschilden van mening over het doel van hun mogelijke aanslag. De drie ontkenden enige betrokkenheid bij al-Qaida of een trainingskamp in Pakistan te hebben bezocht. Nog voor het proces was begonnen waren zij door overheid en media bestempeld als een transnationale jihadistische cel.

DTN-23 / 17 december 2010

DTN-23 (17 december 2010) oordeelt dat Nederland een “hoog internationaal profiel” heeft “vanwege de vermeende discriminatie van moslims en gepercipieerde belastering van de islam en de profeet Mohammed” Er zijn twee zaken die opvallen in de opening van deze DTN. Met “vermeende discriminatie van moslims” impliceert de NCTb dat de dienst van mening is dat er geen discriminatie van moslims in Nederland plaatsvindt, ditzelfde geldt voor de “belastering van de islam” Daarnaast geeft de verwijzing naar het webmagazine ‘Inspire’ aan dat de dienst ervan uitgaat dat de propaganda van al-Qaida effectief is, per slot van rekening wordt al jaren in de DTN’s verwezen naar video- en audioboodschappen. Het is onduidelijk op basis waarvan de dienst tot deze conclusie is gekomen. Een gelimiteerd onderzoek van een Amerikaanse student aan The University of Texas komt in 2013 tot de conclusie dat de veronderstelling dat al-Qaida mensen rekruteert via online propaganda is “not based in reality and is not a threat warranting the discussion it receives” (Analyzing the effectiveness of al Qaeda’s online influence operations by means of propaganda theory). De NCTb is zelf ook onzeker over de berichten, maar schrijft dat sommige “berichten, die veelal waren gebaseerd op onbevestigde informatie, het beeld van een algemene, acute dreiging” kunnen creëren. Wie analyseert echter de dreiging, je zou toch verwachten dat de dienst dat doet, maar die lijkt zich te distantiëren door te stellen dat er “verwarrende berichten over terroristische dreiging” worden geschapen, die dienst doet daar met veel enthousiasme aan mee. Vraag blijft natuurlijk waarom keer op keer een verwijzing naar online activiteiten wordt gedaan in DTN’s. Daarnaast schrijft de coördinator dat mensen “de intentie hebben westerse doelen te treffen, maar dat zij dit voornemen ook ten uitvoer willen brengen.” Akerboom duidt op verschillende gebeurtenissen. Ten eerste twee bompakketten die met UPS en FedEx vanuit Jemen werden verzonden en werden onderschept. De beoogde doelwitten bleken niet meer in gebruik bij joodse instellingen. De Saoedische geheime dienst had de Amerikaanse gewaarschuwd over de bompaketten. De bommen zouden worden verstuurd vanuit Jemen waar natuurlijk een franchise van al-Qaida gevestigd is. Dat in de oorlog tegen terreur de Amerikanen, onze ‘bondgenoten’, Jemen op grote schaal bestoken met Hellfire raketten wordt door de coördinator niet benoemd. Ten tweede beschrijft de NCTb twee ‘mislukte’ aanslagen in Stockholm en Kopenhagen. Bij de aanslag op 11 december 2010 in een winkelstraat kwam de dader, de Iraakse Zweed Taimour Abdulwahab al-Abdaly, om het leven. Of de autoriteiten voorkennis hadden van de aanslag blijft onduidelijk, maar er zijn verschillende ongerijmdheden. Eén ervan is een bericht van een medewerker van het Zweedse leger aan een bekende enkele uren voor de aanslag die door het Zweedse persbureau TT gepubliceerd werd: “If you can, avoid Drottinggatan today. A lot could happen there … just so you know.” De Zweedse geheime dienst Sapo probeerde de berichtgeving van TT in diskrediet te brengen. Bij een andere mislukte aanslag op 10 september 2010, waarbij de dader, Lors Doukaev, zichzelf in een hotelkamer verwondde, lijken de geheime diensten en/of niet met elkaar, en/of niet met de politie gecommuniceerd te hebben, en/of de verdachte om onduidelijke redenen niet meer hebben geobserveerd en/of andere steken hebben laten vallen. De Belgische krant schrijft dat de Belgische diensten in januari 2010 zijn gewaarschuwd dat Doukaev aanwezig was geweest bij een reünie van radicale moslims in oktober 2009. Vervolgens heeft men geprobeerd Doukaev te vinden in zijn woonplaats Liège, maar toen hij daar niet was, hebben de diensten om onduidelijke redenen zijn zaak laten vallen. In tegenstelling tot de berichtgeving over de schermutselingen in de oorlog tegen terreur is de coördinator zeer nuchter als het over veertien bompakketten die door Griekse anarchisten aan “de regeringsleiders van Frankrijk,
Duitsland en Italië, aan diverse ambassades in Athene en aan enkele internationale organisaties” zijn gestuurd. De actie moet “in de nationale Griekse politieke context worden bezien” terwijl ook naar de Nederlandse ambassade een pakket zou zijn gestuurd dat niet is aangekomen. Tot slot passeren alle fronten van de totale oorlog de revue en is er enige teleurstelling over het gebrek aan media boodschappen door het duo Bin Laden en Al Zawahiri en arrestaties in diverse Europese landen. Daarover meer in DTN-24.

Regelmatig worden er mensen aangehouden en soms ook veroordeeld omdat zij haat zouden zaaien, ook wel opruiing genoemd. Het is iets anders dan bedreiging, hoewel er wel een element van bedreiging in zit. In sommige landen kunnen mensen worden vervolgd voor het verheerlijken van terrorisme, enigszins verschillend van opruiing omdat het niet per se aanzet tot haat, eerder gaat het om het juichen om een aanslag, na de daad dus. Verheerlijken van terrorisme is in letterlijke zin enthousiasme tonen voor aanslagen op onschuldige burgers. Nu lijkt de coördinator daar ook een handje van te hebben. Regelmatig komt het voor dat hij zich enthousiast toont over de standrechtelijke executie van mensen zonder vorm van eerlijk proces. Amerikanen bombarderen iemand en de coördinator staat er juichend bij. Natuurlijk zou het betoog kunnen zijn dat deze mensen gruweldaden hebben gepleegd en dat het moeilijk is ze te arresteren, hun executie is noodzakelijk om slachtoffers in de toekomst te voorkomen. Als die persoon dan alleen geëxecuteerd zou worden, is voor te stellen dat dat argument nog enige legitimiteit heeft, al is dat al twijfelachtig. Probleem is echter dat de persoon nooit alleen wordt vermoord door een Hellfire raket. Vaak zijn vrouwen, kinderen en derden ook het slachtoffer. Past dan enthousiasme voor een standrechtelijke executie? Nee dat zou verheerlijking van geweld tegen burgers zijn. Waarom doet de coördinator dat dan? De dienst stelt dat de ‘tegenstander’, lees de ‘jihadisten’ veel propaganda voeren op het internet, en dat die propaganda zou leiden tot aanslagen. Wat doet de coördinator echter zelf in zijn DTN’s? Propaganda voor geweld tegen onschuldige burgers, aanzetten van geweld tegen bevolkingsgroepen elders? Of is dat onderdeel van de strijd? Welke propaganda is dan erger? Verheerlijking van standrechtelijke executies of verheerlijking van aanslagen of zijn beide eigenlijk hetzelfde? En is het claimen van een aanslag niet hetzelfde als het toeschrijven van een aanslag aan een fictieve groep zoals bij het Zweedse en het Noorse voorbeeld? Zijn de propagandamiddelen van de dienst met haar DTN’s eigenlijk niet dezelfde propaganda als de Inspire’s van al-Qaida? Voeg enthousiasme over standrechtelijke executies toe aan het ontbreken van context, duiding en achtergrond van zowel conflicten in diverse landen als arrestaties, dan lijkt het handelen en het schrijven van de dienst veel op oorlogsmennerij, het ophitsen, aanjagen van een oorlog. Is dat eigenlijk niet opruiing, haat zaaien. Helemaal nu het al lang en breed bekend is dat drone aanvallen zeer ineffectief zijn. Ja, soms wordt een commandant van al-Qaida of een andere groep gedood, maar het aantal burgerslachtoffers is vele malen groter. De dienst doet aan oorlogspropaganda, hoewel het onze dreiging zou moeten duiden. Van die duiding komt natuurlijk niets als de dienst zelf onderdeel is van die dreiging.

2011 Spelen met bedreigingen, arrestaties en aanslagen

DTN-24 / 18 maart 2011

Dat het niet eenvoudig is elke drie maanden een origineel rijtje bedreigingen op te lepelen om de natie van voldoende spanning te voorzien laat DTN-24 (18 maart 2011) zien. Een deel van de paragraaf ‘Kern DTN24’, niet te verwarren met kern al-Qaida, lijkt gekopieerd van de dreiging uit december 2010. De “vermeende discriminatie”, de “gepercipieerde belastering”, de “intentie van de jihadistische groepen”, “verwarrende soms tegenstrijdige en onheilspellende mediaberichten”, de Griekse bompakketten en een aanslag in het winkelcentrum van Stockholm (zie hierboven). Opvallend is wel dat voor het eerst de coördinator duidelijk aangeeft dat “voor een juist beeld van die dreiging het van belang blijft te onderkennen dat er mondiaal, naast overeenkomsten, belangrijke verschillen bestaan tussen verschillende jihadistische groeperingen” en “dat er ook “tussen landen de dreiging er anders kan uitzien”. Het blijft onduidelijk op wat voor wijze de coördinator gaat bijdragen aan het “onderkennen van overeenkomsten en/of verschillen”. Het opnieuw benoemen van bedreigingen uit het buitenland uit een oude DTN lijkt verder ook niet bij te dragen aan een gebalanceerd beeld van de dreiging. Na een korte passage over de Arabische lente waarbij Hosni Mubarak en Zine el-Abidine Ben Ali respectievelijk van Egypte en Tunesië worden betiteld als president en niet als dictator en er eufemistisch gesproken wordt over “maatschappelijke onvrede met de politieke en sociaaleconomische situatie” in de landen, komt het internationale front in de oorlog tegen terreur weer aan bod. In Irak gaat het over Islamitische Staat in Irak (ISI) en niet over de toenemende zorgen over president Maliki en langzaam ontluikende protesten van achtergestelde soennieten in het land. Natuurlijk komen AQIM, al-Shabaab en AQAS ook even aan bod om vervolgens enkele regels aan een aanslag op het Moskouse vliegveld Domodedovo op 24 januari 2011 te besteden waar 35 mensen om het leven kwamen en 180 gewonden vielen. Er wordt gespeculeerd wie de daders zouden kunnen zijn, maar niet vermeld dat de Russische geheime dienst, de FSB, een week voor een aanslag op het vliegveld waren gewaarschuwd voor een aanslag op Domodedovo. De Engelsen arresteerden in december 2010 twaalf mannen, “uit voorzorg gearresteerd op verdenking van het voorbereiden van een terroristische aanslag.” Een jaar later werden vier mannen veroordeeld voor voorbereidingshandelingen voor een aanslag, vijf voor hand en spandiensten en drie waren al eerder vrijgelaten. De mannen hadden volgehouden dat ze onschuldig waren, maar gezien de hoge straffen bekenden zij schuld. Wat de werkelijke plannen waren blijft onduidelijk, het werd ze aangewreven dat ze het blad Inspire in huis hadden. De Zweedse en Deense politie arresteerden op 29 december 2010 vijf mensen. Zij werden verdacht van het beramen van een aanslag het Deense dagblad Jyllands Posten, in 2012 werden zij veroordeeld. En ook Nederland komt voor in het rijtje samen met België, Duitsland en Oostenrijk. Er worden drie mensen in Amsterdam aangehouden, de inzet was hoog, ze zouden worden verdacht van aanslagen op doelen in België en ondersteuning van de gewapende strijd in “klassieke strijdgebieden”. In eerste instantie werden de drie Nederlanders door de rechtbank in Antwerpen vrijgesproken, maar in hoger beroep werden zij toch veroordeeld. Zij worden dan plots bestempeld als de leiders van het netwerk dat mensen wilde rekruteren en geld inzamelen voor de gewapende strijd in Tsjetsjenië. In Frankrijk werden vijf mensen op 9 november 2010 aangehouden die er van werden verdacht bedreigingen te hebben geuit tegen Dalil Boubakeur, voorganger van de grote moskee in Parijs, en een trainingskamp van radicale moslims te hebben bezocht. Wat er met de arrestanten is gebeurd, is vervolgens onduidelijk. De coördinator vermeldt om onduidelijke redenen niet de aanhouding van elf verdachten in Frankrijk begin oktober 2010 waarbij allerlei wapens in beslag werden genomen. Dit beeld komt vaker voor. Op 1 december 2010 arresteerde de Spaanse politie negen verdachten, allemaal gerelateerd aan terrorisme verdenkingen. Het toverwoord terrorisme wordt vaak gebruikt voor het aanhouden en lang vastzetten van mensen. De koppen in de kranten zijn vet en op de voorpagina. Wat er werkelijk aan de hand is wordt vaak niet duidelijk. De dienst NCTb doet precies hetzelfde, maar dan driemaandelijks, van enige reflectie is geen sprake. In Spanje heeft de krant Infolibre onderzoek gedaan naar de arrestaties op grond van terrorisme sinds 11-M (11 maart 2004) tot begin 2013 in Spanje. Op 9 april 2013 publiceerden zij hun gegevens. Van de 500 arrestanten zijn er 50 veroordeeld, de rest heeft net als de veroordeelden lang, vaak maanden of jaren, in voorarrest gezeten voordat ze werden vrijgelaten in verband met gebrek aan bewijs.

DTN-25 / 17 juni 2011

DTN-25 van 17 juni 2011 kabbelt rustig verder op de wereldwijde strijdgebieden. “Op dit moment zijn Afghanistan/Pakistan, Jemen, Somalië en Noord-Afrika de belangrijkste jihadistische strijdtonelen,” schrijft de dienst alsof dat de afgelopen jaren niet zo was. Het wordt niet duidelijk wat er veranderd is, de stabiliteit is nu in deze DTN vergroot terwijl dat kort geleden was verkleind, het leger moet terrein prijs geven, terwijl we enige tijd geleden door de standrechtelijke executies met drones toch aan de ‘winnende’ hand waren. Jemen, hetzelfde verhaal. AQAS had volgens de coördinator moeten reageren op de onrusten in het land dat zich al jaren in onrustig vaarwater bevindt. “Het is opvallend dat AQAS tot op heden amper formeel heeft gereageerd op de onrust in het land,” schrijft een van Akerboom’s ambtenaren. In Somalië zijn ‘wij’ aan de winnende hand, maar in Noord-Afrika weer aan de verliezende door een aanslag in Marrakesh terwijl het in Marokko toch zo goed ging. Bij de internationale context wordt ook ingegaan op de dood van Osama Bin Laden. “De dood van Osama Bin Laden … is een klap voor kern al Qa’ida,” beschrijft Akerboom de actie van Amerikaanse soldaten. Geen woord over de noodzakelijkheid van waarheidsvinding en rechtsgang. Een klap voor de kern, maar het duo Bin Laden en Al Zawahiri was allang uitgespeeld als we jarenlange sage over de twee mogen geloven. En de coördinator moet dat nu ook toegeven. “Toch is het nog maar de vraag of de dood van Bin Laden de jihadistische beweging ernstig zal verzwakken,” stelt de NCTb. En dan schiet een 21 jarige jongeman, Arid Uka, die afkomstig is uit Kosovo twee Amerikaanse militairen dood en verwondt er twee op de luchthaven van Frankfurt. En de man, die een levenslange gevangenisstraf krijgt, zegt dat hij zich wilde wreken op verkrachting van moslim meisjes in Afghanistan. In de discussie over de aanslag wordt verwezen naar lone-wolves en de propaganda van de jihadi’s maar de propaganda clip waar Uka naar verwijst als zijn reden voor zijn actie, ‘American Soldiers Rape our Sisters! Awake Oh Ummah’ is een clip uit de film Redacted van Brian De Palma, waar de scene een nagespeelde gebeurtenis is van de verkrachting en moord van het 14 jarige meisje Abeer Qasim al-Janabi en drie andere familieleden door Amerikaanse soldaten in Irak. De vijf soldaten zijn veroordeeld in de Verenigde Staten, maar in een wereldoorlog tegen terreur is dat volstrekt onzichtbaar. Ondanks de dreiging van “zogeheten ‘lone wolves’ die een reëel risico blijven vormen”, arrestaties in Noordrijn-Westfalen begin mei 2010 en een Nederlander die omkwam bij de aanslag in Marokko is er volgens Akerboom niets aan de hand, de dreiging blijft beperkt.

DTN-26 / 3 oktober 2011

De obsessie met de jihadi’s duurt voort in DTN -26 (3 oktober 2011). De kern van al-Qaida is volgens deze DTN “de laatste jaren verzwakt”. En opnieuw wordt een ode aan de drone- aanvallen bezongen: “Bij deze aanvallen zijn verschillende kopstukken van de groepering om het leven gekomen.”
En we zijn aan de winnende hand: “Ook de dood van Osama Bin Laden is een serieuze klap voor de groepering.” Geen dreiging zou je zeggen, maar eigenlijk is er niets veranderd. Want “tegenover de verzwakking van kern al Qa’ida (lees het duo) staat dat de dreiging van haar
regionale takken en van solistisch opererende jihadisten zijn toegenomen.” Zie hier de voortdurende oorlog in Jemen met hoofdrolspeler AQAS, andere delen van het Midden-Oosten, Noord-Afrika met hoofdrolspeler AQIM die ook actief is geworden in de westelijke Sahel en de Hoorn van Afrika, met hoofdrolspeler al-Shabaab die nog steeds aan de verliezende hand is. En dan is daar plots een andersoortige aanslag die door de coördinator “niet-jihadistisch terrorisme” wordt genoemd. De zin “deze aanslagen zijn te kenmerken als terroristische daden” geeft aan dat de dienst enigszins in twijfel was geraakt door het andere karakter van deze aanslag en door de vele aandacht voor de kern van al-Qaida en de jihadistische strijdgebieden. Dat een aanslag zoals gepleegd door Anders Breivik heel goed ook in Nederland kan plaatsvinden, had drie maanden eerder de schietpartij in Alphen aan de Rijn aangetoond. De NCTV, sinds 1 juli 2011 de nieuwe naam van de NCTb, is echter vooral bezig met de gebruikelijke jihadi-termen zoals “geradicaliseerde eenlingen”. Gelukkig bevestigt de Noorse veiligheidsdienst dit: “zij gaat er vooralsnog vanuit dat Breivik alleen handelde en classificeert hem als een geradicaliseerde eenling.” De NCTV betitelt deze eenlingen gemakshalve als “gefixeerde dan wel verwarde” mensen, met als gevolg dat elke vorm van waarheidsvinding bij voorbaat al geblinddoekt plaatsvindt. Profiel klaar, oordeel klaar, wachten op de volgende aanslag, we gaan door met het dreigingsspel.

DTN-27 / 12 december 2011

Het dreigingsbeeld van december 2011 laat opnieuw zien hoe weinig interesse de coördinator heeft in basaal rechtstatelijk denken. We zijn in oorlog, een totale oorlog tegen een abstractie terreur, en bij een oorlog horen blijkbaar burgerslachtoffers, en blijkbaar interesseert het de Nederlandse overheid het niet dat burgers worden gedood. Nederland hanteert niet zelf het wapen, maar we maken ook geen bezwaar als de Amerikanen dood en destructie aanrichten elders, zijn dat de ‘westerse waarden’? DTN-27 (12 december 2011) verhaalt opnieuw dat de “kern al Qa’ida” opnieuw is verzwakt, Bin Laden is dood, maar ook een nieuwe ster in de al-Qaida leiding van Attiyah Abd al-Rahman is standrechtelijk geëxecuteerd door een drone. De coördinator is tevreden, de dood van deze man verlicht “het dreigingsbeeld voor het Westen enigszins”. De tweede man van het duo Bin Laden, Al-Zawahiri wordt door de dienst onder druk gezet om eens te laten zien waar al-Qaida nog toe in staat is: “Mede vanwege zijn belofte om de dood van Bin Laden te wreken staat al-Zawahiri onder druk om de operationele slagkracht van kern al Qa’ida te bewijzen.” Ook al-Awlaki, de Jemenitische ideoloog, is doodgeschoten door de Amerikanen met een Hellfire raket en dat zou een stevige dreun zijn voor de propaganda machine van de jihadi’s. Akerboom schrijft echter niet dat ook de zestienjarige zoon van al-Awlaki bij de drone aanval om het leven is gekomen, ook niet dat al-Awlaki in principe verdachte was, dat er misschien een Jemenitische rechtszaak is geweest, maar dat het land niet bekend staat om de eerbiediging van de mensenrechten, dat al-Awlaki zowel Amerikaan als Jemeniet was en dat de Amerikaanse overheid al-Awlaki nog nooit heeft aangeklaagd voor terrorisme. Een andere Amerikaan, Samir Khan, schrijver en uitgever van het blad Inspire werd ook vermoord door de Hellfire raket. Khan is ook nog nooit veroordeeld of aangeklaagd. De coördinator is oprecht enthousiast en denkt dat de overwinning nabij is: “De verwachting is dat beide jihadisten met hun capaciteiten en uitstraling lastig te vervangen zullen zijn.” Aan de andere kant moet Akerboom toegeven dat “al-Awlaki in jihadistische kringen zal blijven voortleven als ‘martelaar’” en als inspiratiebron. De al-Qaida franchise in Jemen lijkt gewoon verder te gaan en hetzelfde geldt voor AQIM in Noord-Afrika en de Islamitische Staat in Irak in het Midden-Oosten. Steeds nadrukkelijk komt ook Libië naar voren in het rijtje jihadistische strijdgebieden al dan niet gerelateerd aan AQIM. De opsporings- en inlichtingendiensten worden opnieuw lof toegezwaaid alsof er aanslagen zijn voorkomen: “In de periode rondom de tiende gedenkdag van ‘9/11’ zijn in diverse Europese landen (Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, Zweden, Duitsland en Finland) aanhoudingen verricht om jihadistische aanslagen te voorkomen of ondersteuningsactiviteiten te stoppen.” Details onthoudt de coördinator omdat de werkelijkheid altijd iets complexer is dan een terreur-bericht. In Finland ging het om twee Somalische Finnen, mensen die enkele honderden euro’s hadden overgemaakt aan al-Shabaab, een kwam al snel vrij, de andere werd vervolgens beschuldigd van het rekruteren van iemand voor de gewapende strijd, de rechtszaak loopt nog. In Zweden werden vier mensen gearresteerd voor het plegen van een aanslag op een kunsthal en kunstenaar Lars Vilks, zij werden een jaar later vrijgesproken van de beschuldigingen, een was al veel eerder vrijgelaten. In Noorwegen werd een verdachte aangehouden bij terugkomst uit Saoedi-Arabië, het Noorse openbaar ministerie wilde niet aangeven waarvan de verdachte beschuldigd werd. Zijn advocaat zei tegen het dagblad Aftenposten “that he links his client’s arrest to “nerves” tied to the September 11 memorials.” In Berlijn werden op 8 september 2011 twee mannen aangehouden op verdenking van het voorbereiden van een aanslag, de twee werden een maand later vrijgelaten in verband met gebrek aan bewijs. In Birmingham, Engeland, werden zes mensen aangehouden op 27 september 2011 en anderhalf jaar later veroordeeld voor een poging om een aanslag te plegen op een demonstratie van de extreem rechtse English Defence League (EDL). Zie hier een grote diversiteit onder de arrestanten, maar gelukkig maakt de Nederlandse dienst het ons gemakkelijk, alles moeten we zien in het kader van de oorlog tegen terreur. Het jaar wordt afgesloten met een opmerkelijke alinea. De coördinator vermijdt het woord Arabische lente zorgvuldig in 2011 en hetzelfde geldt voor de Occupy beweging in vooral de VS of de Indignados in Spanje. Nu zijn dat buitenparlementaire protestbewegingen, dus die horen niet thuis in een terreur beeld, dus positief dat de coördinator geen directe lijn doortrekt tussen de kern van al-Qaida en protest bewegingen. Niet noemen betekent echter niet dat ze niet het DTN staan. “In andere Europese landen laten gebeurtenissen zien dat een verergerende economische crisis maatschappelijke instabiliteit kan veroorzaken en de kans op ideologisch geïnspireerd geweld kan doen toenemen,” schrijft de dienst met een verwijzing naar onder andere de Indignados, Occupy en andere protest bewegingen tegen het neoliberale beleid als onderdeel van het dreigingsniveau. Protest bewegingen zijn toch onderdeel van terreurdreiging.

Aan spelen met dreiging zitten verschillende facetten. Ten eerste is er het element van de kern van al-Qaida dat de afgelopen jaren centraal stond bij de toe- en afname van de bedreiging van Nederland. De dood van Osama Bin Laden en andere leiders van de groep veranderden daar niets aan. Ten tweede hoort bij het spel ook het claimen van een aanslag. Bij gewoon politiewerk, een moord, een spectaculaire overval, een mediagenieke crime staan er meestal diverse mensen in de rij om zich als dader aan te geven. Het lijkt onwaarschijnlijk maar het is een van de redenen waarom een bekentenis zonder aanvullend bewijs eigenlijk waardeloos is. Zo niet bij terroristische aanslagen, claimen is bekennen is veroordeling, meestal doodstraf die dan door een Hellfire raket wordt uitgevoerd. Dat dit voor de rechtstaat niet echt reclame is, schijnt niet door te dringen tot de dienst die bij elke standrechtelijke executie een gat in de lucht springt. Ten derde hoort bij het dreigingsspel een constante stroom arrestaties. Dit zijn natuurlijk allemaal terroristen, dat maakt het dreigingsbeeld ook eenvoudig. De overheid arresteert een terrorist, het woord verdachte van een strafbaar feit komt niet voor in vocabulaire van de dienst, en klaar is kees. Dat deze verdachten soms maanden zo niet jaren opgesloten zitten zonder vorm van proces lijkt niet interessant, maar als je dreiging serieus zou nemen, dan is dat natuurlijk de manier om haat tegen het zogenoemde ‘vrije westen’ te creëren. Het Spaanse onderzoek waarbij 10% van de arrestanten ook daadwerkelijk veroordeeld is, waarbij nog niet naar de veroordelingen zelf is gekeken, roept veel vragen op. Ten vierde spelen details, specifieke informatie, achtergronden en andere relevante zaken geen rol bij het dreigingsspel van de NCTV, we moeten het toch eenvoudig houden is het devies. Arrestanten zijn terroristen, aanslagen zijn jihadistische aanslagen of lone-wolves die natuurlijk in meerderheid jihadistisch zijn en de oorlog kan voortduren. Het einde van het spel is nooit in zicht, dreigingsspel met alleen maar hindernissen om aan waarheidsvinding te doen.

2012 armpje drukken met al-Qaida

DTN-28 / 26 maart 2012

Naar aanleiding van de aanslagen van Anders Breivik in Noorwegen voegt de coördinator sinds eind 2011 nog een lijstje allerhande bedreigingen op in het DTN. De keuze is nogal arbitrair. Akerboom stelt in DTN-28 (26 maart 2012): “Na de geweldsdaden van Breivik in Noorwegen toonden ook andere Europese incidenten aan dat deze dreiging meer dan theoretisch is.” Wat betekent “meer dan theoretisch”? Dat het plaatsvindt, ja dat hebben de slachtoffers gemerkt. Wat zegt het echter over de zin van een dreigingsanalyse of de zin van een veiligheidsapparaat. Die vraag is niet interessant voor de dienst en dat wordt nog eens duidelijk in de beschrijving van de tragedie van Alphen aan de Rijn. De schietpartij in het winkelcentrum dat past in het plaatje van de lone wolves van de NCTV. “Ook de Nederlandse gewelddadige eenling … Van der Vlis (Alphen aan de Rijn 2011) liet niets na waaruit een helder motief bleek.” Langzaam zal die eenling een bedreigingselement worden, maken de DTN’s voor de toekomst duidelijk. “Woede tegen de samenleving of de staat, een fascinatie voor wapens en psycho-sociale problemen spelen vaak een rol bij dergelijke geweldsdaden van eenlingen. Hoewel het geen extremisme of terrorisme in de traditionele zin van het woord betreft, zijn er belangrijke overeenkomsten qua geweldsvorm, doelwitten en maatschappelijke onrust,” stelt de dienst. Geen woord over het falende veiligheidsapparaat en over weggemoffelde documenten. Hoe kun je dan ooit een goede dreigingsanalyse maken? Hoe kun je überhaupt dreiging analyseren als je eigen functioneren en falen een van de grootste risico’s zijn? Aan de Döner-Morde besteedt de coördinator een zin: “In Duitsland werd bekend dat tien onopgeloste moorden op voornamelijk Turkse allochtonen uit de periode 2000–2006 waren gepleegd door de Nationalsozialistischer Untergrund, een rechts-extremistische groep.” Case closed, maar wie zowel de berichtgeving in 2012 volgde, als het langslepende onderzoek en proces moet tot de conclusie komen dat inlichtingendiensten een belangrijke rol speelden bij de aanslagen en daarmee de continue dreiging in Duitsland voor de Turkse Duitsers. En dan de schietpartij in Luik op 13 december 2011. Volgens de NCTV was het “opnieuw een voorbeeld van een «spreeshooting»,” maar had evenzeer een voorbeeld kunnen zijn van een miskleunend veiligheidsapparaat. Knack schrijft op 15 december 2011: “Nordine Amrani, de dader van de aanslag in Luik, is op 5 oktober 2010 vrijgelaten ondanks negatieve adviezen van parket en gevangenisdirectie. Ze vonden dat hij een gevaar was voor de maatschappij en achtten het risico op herhaling van criminele feiten te groot.” Nu is het makkelijk om de rechtbank als schuldige aan te wijzen, maar tijdens de zitting waren parket en gevangenisdirectie plotseling niet meer negatief over de vrijlating. Ook de relatie tussen de politiek, maatschappelijke spanningen en aanslagen vermijdt de dienst. In Florence schoot ook op 13 december 2011 Gianluca Casseri “een sympathisant van het neo-fascisme vijf Senegalezen neer en doodde daarbij twee van hen,” is de enige zin die de coördinator aan deze gebeurtenis wijdt. Geen opmerking over de politiek van Silvio Berlusconi, Lega Nord, de toegenomen spanning ten aanzien van migranten in Italië en daarmee ook moslims. Ook de zin “opnieuw zond een anarchistische groep, dit keer uit Italië, bombrieven naar doelen in Rome, Frankfurt en Parijs,” vraagt om enige uitleg aangezien het erop lijkt alsof iedereen zomaar een bombrief kan ontvangen uit Italië. Bij de bompakketten uit Griekenland stond nog vermeld dat het een interne zaak was, de Italianen lijken rond 12 december 2011 ad random mensen aan te schrijven, maar het lijkt allemaal met de Griekse crisis samen te hangen. Het laatste Europese incident is een aanslag op het kantoor van het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo. “De aanslag werd niet geclaimd, waardoor niet is vast te stellen of jihadistische motieven een rol speelden,” schrijft de NCTV terwijl het tijdschrift op het punt stond een nummer uit te geven met de profeet Mohammed als hoofdredacteur. Zonder claim is het volgens de coördinator niet vast te stellen of “jihadistische motieven een rol speelden.” Alsof een claim daar honderd procent zekerheid over schept. De NCTV beweert al jaren dat “de slagkracht van kern al Qa’ida is aangetast,” maar besteedt toch steeds ruime aandacht aan ‘onze belangrijkste tegenstanders’. De al-Qaida filialen richten zich volgens de coördinator “op zowel de gewapende als de politieke strijd in delen van Afrika en Azië”. Zo komen de Taliban in Afghanistan, AQAS in Jemen en AQIM in Noord-Afrika ter sprake. Zij zouden in ‘eigen land’ bezig zijn, maar dat lijkt een breed begrip want AQIM ontvoert op 25 november 2011 een Nederlandse toerist, Sjaak Rijke, in Mali. Somalië komt niet echt ter sprake want ook al staat al-Shabaab “onder grote druk”, neemt de terreurdreiging in Kenia toe. Het terroristische waterbed is gelukkig ook in de Hoorn van Afrika geschapen. Zo ook in Egypte waar “een nieuwe jihadistische groep actief is in de Sinaï.” En voor het eerst komt Syrië aan de orde, al is het slechts een voetnoot: “Het gewapend conflict in Syrië gaat vooralsnog door.” En een nieuw front is geopend in de Filippijnen waar een Nederlandse toerist, Ewald Horn, wordt ontvoerd door Abu Sayyaf. Coördinator Akerboom sluit wel weer positief af met enkele standrechtelijke executies. Het gaat hierbij om de “uitschakeling van verschillende strijders en kaderleden, vooral door toedoen van luchtaanvallen” en “de uitschakeling van al Awlaki en Samir Khan” waardoor “het internetmagazine «Inspire»” niet meer verscheen. Ondanks de propaganda motor gaat blijkbaar de inspiratie van mensen wel door zo oordeelt de NCTV naar aanleiding van “opnieuw diverse arrestaties in Europa en Noord-Amerika.” Zo wordt Spanje genoemd waar vijf mensen werden gearresteerd op verdenking van het ondersteunen van AQIM, enkele dagen later worden zij vrijgelaten. Niet jihadi arrestaties vermeldt de coördinator niet? Onduidelijk is waarom, want de Spaanse politie arresteerde in dezelfde periode tien mensen voor het aanzetten tot aanslagen van de ETA. In Engeland werd een grote groep mensen van Pakistaanse afkomst aangehouden. Vier mannen, Shahid Khan, Khobaib Hussain, Ishaaq Hussain en Naweed Ali, werden 40 maanden later vrijgelaten. Zij waren naar Pakistan gegaan om getraind te worden in de befaamde trainingskampen op de grens met Afghanistan, maar kwamen nooit aan. Een man, Irfan Naseer, kreeg levenslang, hij zou de leider van de groep zijn die nog geen doel had. In Duitsland werden in 2011 in totaal vier mannen aangehouden die volgens de Duitse diensten op het punt stonden een aanslag te plegen. De New York Times kopte bijvoorbeeld: “Al Qaeda attack was thwarted by three arrests, Germany says.” Het proces nadert zijn einde in 2014 en de advocaten klagen in Der Spiegel dat de inlichtingendiensten grote invloed hebben op het proces en dat “dokumente massiv geschwärzt seien worden.” Die hand van inlichtingen en opsporingsdiensten in terrorisme zaken is in de Verenigde Staten nog sterker. Er worden veel mensen gearresteerd, meestal gaat het om twee of drie mensen tegelijk en meestal is er een FBI undercover agent of informant betrokken bij het verstrekken van plannen, vuurwapens of explosieven. The Guardian schrijft op 16 november 2011 “fake terror plots, paid informants: the tactics of FBI ‘entrapment’ questioned,” dat de methoden van de FBI ter discussie staan.

DTN-29 / 22 juni 2012

De obsessie met de slagkracht van de kern van al-Qaida duurt ook in DTN-29 (22 juni 2012) voort. Eigenlijk lijkt het al jaren, dat het eindelijk afgelopen is, maar als een cliffhanger in een slechte B-film duurt het eindeloos voort. “Toch is nog niet gezegd dat kern al Qa’ida er niet meer toe doet of dat de dreiging vanuit de jihadistische beweging is afgenomen,” niets veranderd dus sinds 11 september 2001. De coördinator ontwikkelt geregeld nieuwe theorieën en inzichten, zo ook in deze dreigingsanalyse. “Via bepaalde sleutelfiguren slagen sommige jihadistische groeperingen en netwerken er in onderling verbonden te zijn,” schrijft Akerboom maar noemt geen namen. De “kern al Qa’ida maakt deel uit van deze «coalitie van internationale netwerken»,” waarmee de opmerking over de slagkracht eigenlijk volstrekte onzin is. Ex-politieagent Akerboom ontpopt zich plots ook als kenner van de interne jihadi politiek: “Zo is de focus van de strijd – lokaal, regionaal of internationaal – lang niet altijd gelijkluidend en vormt die menigmaal een twistpunt tussen of binnen jihadistische groepen.” De terreur dienst heeft zich blijkbaar verdiept in “strategie, capaciteiten en vooral ook praktische mogelijkheden om westerse belangen te treffen.” En daar is de verzwakte kern van al-Qaida weer die volgens de NCTV lijkt in te spelen op “de ontwikkelingen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, waar de strijd tegen regimes mogelijk meer aandacht van al Qa’ida krijgt,” zo lijken de ambtenaren te concluderen uit de fictieve notulen van de gevaarlijke al-Qaida club. Ondertussen lijkt het gehele Midden-Oosten en Noord-Afrika in brand te staan. De dienst noemt de fronten op van Afghanistan, Pakistan, Jemen, Irak, de Maghreb-landen, Mali, Niger, Somalië, Filippijnen en nu ook Syrië waar in beperkte mate jihadisten betrokken zijn bij de burgeroorlog, maar wel Europese jihadisten. Dat het beeld van de oorlog tegen terreur complexer is dan de dienst wil geloven komt soms naar boven in de dreigingsbeelden. Akerboom schrijft bijvoorbeeld over Afghanistan dat “ondanks forse en langdurige inspanningen er nog altijd geen sprake is van wezenlijke andere krachtsverhoudingen tussen ISAF en de Afghaanse Taliban.” De vier zinnen die volgen logenstraffen een tweepolige wereldoorlog, maar van enig diepere analyse wil de coördinator niet weten. “Een koranverbranding op een ISAF-basis” en “een schietpartij door een militair uit de VS waarbij burgers zijn gedood” hebben volgens de NCTV tot grote woede onder de bevolking geleid en die is “niet alleen een religieus, maar ook een uitgesproken anti-Amerikaans karakter” en “tegen de buitenlandse aanwezigheid in het algemeen.” Zie daar wat er ook aan de hand kan zijn en alsof de Afghanen het voorbeeld gaven, valt ook Noord-Mali ten prooi aan een woedende bevolkingsgroep: “«Al Qa’ida in de Islamitische Maghreb» (AQIM) liftte mee met de strijd van opstandige Toeareg-stammen voor een eigen staat in Noord-Mali.” Hoewel de dreiging vooral elders is, wil de coördinator ook wel kwijt dat het hier, ‘de westerse wereld’, ook flink uit de hand kan lopen. Hij wordt in maart 2012 op zijn wenken bediend, Mohammed Merah schiet op klaarlichte dag drie joodse kinderen en de leraar van hun school dood. Hij had al eerder drie Franse soldaten doodgeschoten. Merah een Algerijnse Fransman, en niet een Franse Algerijn zoals Akerboom suggereert, zou in Afghanistan en Pakistan hebben gevochten en terug zijn gekeerd. Zie hier de teruggekeerde jihadist die levensgevaarlijk is. Er zijn echter veel vragen met betrekking tot de relatie tussen Merah en de DCRI, de Franse inlichtingendienst. Het lijkt erop dat de inlichtingendienst Merah al langer in de gaten hield, net als Mohammed Bouyeri en de AIVD. Daarnaast was de politie gewaarschuwd voor zijn radicalisering door de moeder van een vriend van Merah. Tijdens de anderhalve dag van de omsingeling van het appartement, waar Merah zich had opgesloten, wilde hij de lokale DCRI agent spreken die hij kende. Wat de connectie tussen Merah en de DCRI precies was zal nooit duidelijk worden, daar hebben geheime diensten geen baat bij, en gelukkig past de teruggekeerde jihadist in het dreigingsbeeld.

DTN-30 / 8 oktober 2012

Zo kabbelt de dienst rustig verder. De coördinator heeft een luisterend oor gelegd bij de kern van al-Qaida en die heeft het moeilijk, zo bericht hij in DTN-30 (8 oktober 2012). “Intern wordt gesproken over vertrek” uit de het grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan en voor het “netwerk wordt het steeds lastiger om de uitstraling als hoeder van de mondiale jihad te behouden.” Op basis van de gehanteerde netwerktheorie zou de NCTV tot de conclusie moeten komen dat niet de kern maar de filialen voor de stootkracht zorgen. Even verder in de analyse wordt dit ook erkend: “Tot slot zijn er aanwijzingen voor een groeiende samenwerking tussen de verschillende regionale jihadistische groeperingen in vooral Afrika.” Het gaat volgens de NCTV wat minder in Somalië en Jemen, maar in Kenia en Syrië lijken nieuwe fronten te ontstaan, en misschien elders in Afrika en het Midden-Oosten. Akerboom suggereert dat al-Qaida daar misschien een “nieuwe safehaven zal gaan” vinden. Het feit dat de moslimbroeders in Egypte in juni 2012 de president leveren, betekent meteen voor de dienst dat er “toegenomen ruimte is voor jihadisten” in dat land. Zonder namen te noemen verwijst de coördinator naar “de oude jihadistische netwerken in Egypte” waarmee hij waarschijnlijk de moslimbroeders bedoelt. “Safe havens” genoeg in de totale oorlog tegen terreur, als Egypte of Syrië geen opties meer zijn dan is er altijd nog Noord-Mali waar AQIM actief is die ons via Al Jazeera op de hoogte stelt van het wel en wee van de ontvoerde Sjaak Rijke. Wat de Nederlandse overheid doet blijft volstrekt onduidelijk. Het gevaar komt volgens de coördinator ook dichterbij, namelijk in Bulgarije, Duitsland en België. “Verder was er de afgelopen periode sprake van een escalatie van geweld in België en Duitsland, waar zich salafisten met geweld tegen de overheid (België) of tegen vermeende tegenstanders van de islam (Duitsland) hebben gericht.” In België wordt de Rida-moskee in Anderlecht aangevallen door Rachid El Bouckhari met mes en bijl. Hij sticht brand in het gebouw waarna de imam overlijdt aan rookvergiftiging. In Bonn, Duitsland, loopt een demonstratie tussen radicale moslims en een extreem rechtse groep Pro NRW volledig uit de hand. De politie die tussen de partijen is opgesteld wordt bekogeld met stenen en stokken. Vervolgens steekt één van de moslim demonstranten twee politieagenten neer. In het Verenigd Koninkrijk arresteerde de politie een groep mannen die een aanslag wilden plegen op een demonstratie van de extreemrechtse English Defense League. Zij kwamen te laat en werden na de demonstratie gearresteerd. De coördinator concludeert dat “ook hier het ontstaan van (gewelddadige)
tegenstellingen onder extremisten kan worden gesignaleerd.” Enige relatie met de totale oorlog tegen terreur, de internationale politiek in zowel Noord-Afrika en het Midden-Oosten, de wijze waarop de moslimgemeenschap in ‘de westerse wereld’ wordt neergezet, wordt niet getrokken. Het zijn de extremisten, eerst alleen jihadi’s, nu ook nog extreem rechts. In Amerika vallen al de eerste doden als op 5 augustus 2012 een man het vuur opent bij een Sikh-tempel en zeven mensen doodt. Voor de coördinator alle gelegenheid om met woorden als “gewelddadige eenling” en “neonazistische skinhead” een link te leggen naar Breivik, maar iets wringt. Sikhs zijn geen moslims, ook geen hindoes, het zijn misschien wel migranten in de Verenigde Staten maar waar is de jihadistische link die de dienst probeert te tekenen. Welke bijdrage aan de dreiging levert de dienst eigenlijk zelf? Het kan ook anders. Terwijl Israël en de Verenigde Staten al naar Hezbollah en Iran wezen bij de aanslag op een bus met Israëlische toeristen in Bulgarije waar zeven doden vallen, probeert de agent Akerboom zich aan de feiten te houden: “Op dit moment is nog niet duidelijk wie achter deze aanslag zit.” Twee jaar later blijkt dat de Israëlische geheime dienst een man runt die een belangrijke rol speelt bij de buitenlandse operaties van Hezbollah. Welke rol hij heeft gespeeld bij de aanslag in Bulgarije is niet duidelijk, de coördinator zal daar echter niet over rapporteren in zijn dreigingsbeelden, want zelfreflectie staat niet op het menu van de dienst.

DTN-31 / 17 december 2012

Leek het in het vorige dreigingsbeeld er nog even op dat de kern van al-Qaida toch echt in het nauw was, de dreiging in december 2012 laat een ander beeld zien. Leken ze in DTN-29 al de koffer hebben gepakt, in DTN-31 zijn “de vooruitzichten voor de thuisbasis van kern al Qa’ida zijn wisselend.” De “kern al Qa’ida zou al lang uit Afghanistan verdreven” en de tribale gebieden in Pakistan liggen continu onder luchtaanvallen en toch neemt het aantal aanslagen in Afghanistan toe. De coördinator stelt dat “de terugtrekking van ruim
dertigduizend Amerikaanse soldaten zijn tol eist” en dat “de geboekte resultaten achter lopen op de oorspronkelijke ambities.” De oorlog tegen terreur is als een bosbrand waar de ‘westerse landen’ zo nu en dan wat vuur op gooien door drone aanvallen, door bepaalde etnische groepen voor te trekken, bepaalde groepen buiten te sluiten, democratische processen te negeren zoals in Egypte en dan verbaasd te zijn dat de brand niet uitgaat. Ze, de jihadisten, zitten ook overal achter: “De reacties in de islamitische wereld op de islamfilm ‘Innocence of Muslims’ hebben laten zien hoe eenvoudig radicale moslims geloofsgenoten kunnen mobiliseren. In meer dan twintig landen gingen grote aantallen demonstranten de
straat op om hun afkeer van de VS en het westen te tonen.” Akerboom sombert: “Er zijn meer jihadgebieden dan ooit en er is meer belangstelling voor de jihadgebieden vanuit Nederland dan ooit.” Naast de gebruikelijke conflicten Afghanistan, Somalië, Jemen, Noord-Afrika, “Mali kan zich als jihadistische vrijplaats verder ontwikkelen”, dienen Egypte, Syrië en Irak zich opnieuw aan. Dat Mohamed Morsi in Egypte is gekozen interesseert de coördinator niet, in plaats van in bikini met D-reizen naar Sharm el Sheikh, lijkt de coördinator J-reizen op het spoor met Egypte als ultieme bestemming: “Ook Egypte lijkt in toenemende mate een alternatief te vormen voor de klassieke jihadistische reisbestemmingen.” Erg diep gaat de analyse van de burgeroorlog in Syrië niet: “Syrië lijkt zich tot een nieuw jihadgebied te ontwikkelen met een aanzuigende werking op jihadgangers uit de Arabische wereld maar ook uit Europa.” Alles draait om jihadisten en jihad strijd en helemaal niet om die dictator waar wij altijd zo prettig handel mee dreven. En in Irak geen interesse in de groeiende etnische burgeroorlog die aanvankelijk vooral het karakter van vreedzaam protest had. “De situatie in Irak heeft met het vertrek van de VS uit Irak eind 2011 tot een opleving van de activiteiten van al Qa’ida in Irak (AQI) geleid.” En het westen had nog wel een zo vredelievende democratische president als Maliki in het zadel geholpen. “Het aantal jihadistische strijders alsmede het aantal aanslagen zijn meer dan verdubbeld,” stelt de NCTV onheilspellend. En “de dreiging voor Nederland is namelijk in belangrijke mate een afgeleide van de internationale dreiging,” dus elke dreiging elders is een beetje een dreiging voor ‘ons’. Daarom is de “jihadistische dreiging in Europa nog steeds aanwezig”, maar kan de coördinator er eigenlijk niets over zeggen want “de jihadistische dreiging is in verschillende gedaantes aanwezig.” Vervolgens komen arrestaties in België aan bod van mensen die wilden afreizen naar Somalië en/of Syrië. En passant wordt geschreven dat de “salafisten een nieuw offensief tegen Duitsland” zijn begonnen. In Frankrijk worden op 6 oktober 2012 twaalf mensen gearresteerd naar aanleiding van een aanslag op een Joodse winkel. Een verdachte, Jeremie Louis-Sydney, komt om in vuurgevecht met de politie, vijf anderen worden na enkele dagen vrijgelaten. Er worden wapens en onderdelen van explosieven in beslag genomen. In de Franse media worden de plannen van de Cannes-Torcy cel, waartoe de arrestanten zouden behoren, vergeleken met de aanslagenreeks uit de jaren negentig. De coördinator is plotseling heel nuchter en heeft het over een “de kleinschalige aanslag op een joodse winkel”. Ook stelt hij dat er sprake zou zijn van “jihadisme van eigen bodem voeden” wat dat ook moge betekenen. De vergelijking met de jaren negentig, de Franse GIA cel (de militaire tak van de Algerijnse moslim partij FIS), kan ook opgevat worden als een vraag over de betrokkenheid en/of kennis van de Franse inlichtingendiensten bij diverse aanslagen toentertijd. Deze vraag is ook relevant voor de Döner moorden in Duitsland. De coördinator schrijft dat “de overheid er rekening mee houdt dat van het
justitiële onderzoek naar de NSU en eventuele ondersteuners een dreiging verhogende werking zou kunnen uitgaan.” Probleem is dat door betrokkenheid van Verfassungsschutz, de Duitse inlichtingendienst, het vernietigen van bewijs door de overheid, informanten, de vraag is over welke dreiging de dienst het heeft. Dreiging van de verdachten, waarvan er slechts één nog in leven is of dreiging van de staat die op allerlei manieren blijkbaar van de aanslagen op de hoogte was, maar verzuimde in te grijpen.

Je zou zeggen dat de overheid een bepaalde verantwoordelijkheid heeft ten aanzien van informatievoorziening naar de burger over de dreiging die op hen afkomt. Daar past een zekere voorzichtigheid bij zoals bij een aanslag op een bus in Bulgarije: “Op dit moment is nog niet duidelijk wie achter deze aanslag zit.” Aan de andere kant is het voor het evalueren van de ernst van de dreiging noodzakelijk om zicht te hebben op de rol van de overheid bij die aanslag. Was er voorkennis, speelde informanten/infiltranten een rol etc. Als een bom is afgegaan of een persoon is vermoord, kan het antwoord niet meer zijn dat methoden van de diensten moeten worden beschermd. Blijkbaar hebben die diensten gefaald en moet de werkwijze tegen het licht worden gehouden. Neem de Döner-Morde in Duitsland. Als jaar in jaar uit mensen gedood worden van een bepaalde etnische minderheid, dan kun je spreken van een duidelijke dreiging, zeker als dit moorden zijn in een specifieke gemeenschap zoals de Turks-Duitse gemeenschap. Als vervolgens bij toeval de mogelijke daders worden gevonden dan lijkt de dreiging duidelijk afgenomen, want de mensen die moorden zijn er niet meer. Als echter blijkt dat de inlichtingendiensten een veel grotere rol speelden bij de aanslagen dan is die dreiging niet verminderd, de staat is er namelijk nog steeds. In het geval van de Döner-Morde is er bijvoorbeeld een informant die een belangrijke rol speelde en hebben de inlichtingendiensten allerlei bewijsmateriaal vernietigd. Bij terreur en dreiging zijn er altijd twee tunnels in het spel. De tunnel die bijvoorbeeld alleen maar oog heeft voor het jihadistische gevaar zodat er niet gekeken wordt naar het Oekraïense luchtruim. De andere tunnel is de tunnel waar de diensten zelf in zitten die afgesloten is van de buitenwereld en die bewust of onbewust een spel speelt met de werkelijkheid. Die tunnel zal nooit worden ontsloten, want de diensten hebben daarbij veel te veel te verliezen. De zogenoemde lone-wolf Mohammed Merah in het Toulouse drama. Hij kan zijn verhaal niet meer vertellen, maar hij blijkt wel om zijn ‘contactpersoon’ bij de DCRI te hebben gevraagd. Wat voor rol speelde die contactpersoon, welke rol speelde de DCRI, voor wie werkte Merah, het zijn allemaal vragen die niet zijn beantwoord. Voor de dienst NCTV is Merah gelukkig een teruggekeerde jihadist die mensen doodschoot, de lone-wolf die toeslaat op scooter en met geweer, de terrorist die militairen en joden doodt, het bevestigt allemaal ons schrikbeeld. De dreiging duurt voort. Wat echter pas echt gevaarlijk is, is een overheid die geen openheid biedt over zijn methoden en middelen, dan kan er namelijk van alles gebeuren, zie de dood van Theo van Gogh, maar ook het neerschieten van vlucht MH17.

2013 Terreurfabriek

DTN-32 / 13 maart 2013

Een nieuw jaar, een nieuwe ambtenaar, en een nieuw dreigingsbeeld, het is een stuk gevaarlijker in maart 2013, DTN-32 (13 maart 2013). Naast de Nederlandse situatie stelt coördinator Schoof dat de situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten gewijzigd zijn. Het is echter onduidelijk hoeveel meer dreiging die veronderstelde wijziging inhoudt. Schoof blijft net als zijn voorganger geobsedeerd door de kern van al-Qaida, maar nog steeds is onduidelijk wat hun kracht is en ook lijkt nog steeds ‘de kern’ “de intentie te hebben de wijk te nemen uit het grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan.” Schoof heeft dat van onbevestigde berichten, welke bronnen de coördinator heeft is onduidelijk. Naast de kern zijn er de filialen en die zijn onverminderd actief, daar lijkt ook niets veranderd. Over Syrië schrijft de NCTV dat daar jihadistische groepen actief zijn, dat was ook al bekend in 2012. Volgens de coördinator zou het gevaar schuilen in “vereniging van diverse jihadistische strijdgroepen”, maar van enige onderbouwing van die vaststelling is geen sprake. Schoof zapt snel door naar het volgende front Noord-Afrika. De Fransen hebben geïntervenieerd in dat land en er was sprake van “militair succes”. Waar in DTN-29 nog sprake was van Toeareg-stammen die in Noord Mali in opstand kwamen en werden ondersteund door AQIM, een opstand die in DTN-30 en 31 werd gereduceerd tot de creatie van een “safe-haven” voor jihadisten. Nu hebben de Fransen, met steun van de Nederlanders het gebied weer ‘bevrijd’, maar het is onduidelijk wat de lokale bevolking daar mee opschiet en van vindt. De mening van de lokale bevolking in de jihadistische gebieden komt nergens ter sprake. Hetzelfde geldt voor de gijzeling van honderden werknemers van de Algerijnse gasinstallatie van het Britse BP, het Noorse Statoil, het Japanse JGC Corp en het Algerijnse Sonatrach. De dienstdienst lijkt te weten dat de gijzeling geen “vergelding voor de interventie” in Mali kan zijn omdat de voorbereidingen van die actie voor de interventie was begonnen. De NCTV had dan ook kunnen weten dat de gijzelnemers waarschijnlijk hulp hebben gekregen van ontevreden werknemers die in 2012 hadden gestaakt voor betere arbeidsomstandigheden, waaronder zelfs een hongerstaking. Kort voor de gijzeling waren werknemers van plan opnieuw te gaan staken. Daarnaast stelt een voormalig bestuurslid van Statoil dat het Noorse bedrijf de veiligheidssituatie in Algerije volledig heeft onderschat, om kort te gaan er waren te weinig beveiligingsmensen. En tot slot zijn er vele vragen over de wijze waarop het Algerijnse leger de bevrijdingsactie had georganiseerd, waarbij veel gegijzelden de dood vonden. En nog steeds is er nog veel onduidelijk over de gijzelactie. Misschien was AQIM betrokken, maar de werkelijkheid is toch echt complexer dan de lijn interventie, gijzeling, aanslag in Europa. Voor het gemak wordt naast Algerije ook Libië op de jihadistische hoop gegooid, al lag die daar al geruime tijd. Begin 2013 was het onrustig in Benghazi, Libië. Die onrust werd tastbaar doordat de auto van de Italiaanse consul generaal werd beschoten. Het vreemde is dat vervolgens de dienst de situatie als ernstig moet worden bestempeld terwijl in DTN-30 en DTN-31 Libië niet eens voorkwam. Terwijl de Amerikaanse ambassadeur, een diplomaat en twee CIA officieren op 11 september 2012 bij aanslagen om het leven kwamen. Waarom de coördinator deze dodelijke aanslag op een Amerikaanse ambassadeur weglaat wordt niet duidelijk. Het kan ermee te maken hebben dat de aanslagen in Benghazi duidelijk maken dat het meestal te simpel is om alles jihadistisch te noemen. Er zijn veel vragen met betrekkingen tot de Amerikaanse ambassade in Benghazi zoals waarom de beveiliging in handen was gegeven van the February 17th Martyrs Brigade, een groep die banden zou hebben met aan al-Qaida gelieerde groepen. Wat voor rol speelde de ondersteuning van de Syrische oppositie met wapens vanuit Benghazi bij de aanslag? Vragen die niet te vinden zijn in de DTN’s want daar gaat het om dreiging en angst niet om duiding en analyse. En nu Schoof toch bezig is in DTN-32, wordt Egypte ook maar aan de rij battlefields toegevoegd. We vergeten even dat er een democratische president is gekozen en dat het land net is ontwaakt van de dertig jaar durende dictatuur van Mubarak, maar de NCTV ziet vooral “de opbouw van een groot en regionaal vertakt jihadistisch netwerk.” De dienst weet dat “binnen het netwerk de wens leeft strijders op te leiden om op termijn ook doelen in West-Europa te treffen.” Volgens de coördinator zijn de Egyptische veiligheidsdiensten niet slagvaardig ondanks de miljarden steun van de Amerikanen en wil de gekozen president Morsi niet optreden, terwijl hij geen enkele controle over het leger had. Uiteindelijk krijgt ‘het westen’ weer een dictator terug, op 8 juni 2014 pleegt generaal al-Sisi een staatsgreep. Aan de overige fronten van de wereldoorlog tegen terreur, Afghanistan, Pakistan, Jemen, Somalië, Indonesië, besteedt de NCTV weinig aandacht, “de tendens is dat ze opnieuw ook westerse doelen op de korrel willen nemen,” is nog steeds de conclusie. De coördinator sluit de internationale dreigingsindicatoren af met drie losse gebeurtenissen in Europa die iets over de dreiging in Nederland zouden moeten zeggen. Schoof is echter onduidelijk over reden van de opname van de drie voorbeelden in het DTN. Ten eerste werd in november 2012 Bruno Kwiecień gearresteerd. Hij wordt aangemerkt als “een kleine terroristische cel”, terwijl hij waarschijnlijk alleen opereerde. Hij wilde het parlementsgebouw opblazen en viel bij zijn leerlingen op de school waar hij lesgaf op omdat hij vertelde dat hij de regering wilde omverwerpen. Het grote verschil met Breivik is dat het Kwiecień niet zozeer om de islam ging. Hij dacht dat Polen werd bestuurd door buitenlanders en hij hield die regering verantwoordelijk voor “de slechte economische situatie.” Het tweede voorbeeld is de aanslag op drie vrouwen van Koerdische afkomst die betrokken waren bij de PKK. Los van de vraag wat de moord op drie Koerdische vrouwen te maken heeft met een Poolse chemicus, speelt er bij de aanslag in Parijs ook de complexe relatie tussen Europa en Turkije mee, waardoor de waarheid met betrekking tot de moorden waarschijnlijk nooit boven tafel komt. De Franse justitie wees als mogelijk verdachte Omer Guney aan. Guney werd soms als chauffeur door de Koerdische beweging ingehuurd. Enkele Koerden beweerden dat Guney anti-PKK was en een Turkse nationalist en hij zou ook contact hebben gehad met twee agenten van de Turkse inlichtingendienst in de periode voor de moorden. Vervolgens wordt er op het treinstation van Bonn een tas gevonden met explosieven. Volgens de autoriteiten is de ‘bom’ niet ontploft door een haperende ontsteking. De coördinator schrijft dat “de autoriteiten nog in het duister tasten over de daders en motieven, maar vermoed wordt dat de aanslagpoging een islamistische achtergrond heeft.” De NCTV baseert dat vermoeden op de arrestatie van enkele radicale moslims, die echter weer moeten worden vrijgelaten bij gebrek aan bewijs. De mislukte aanslag van 5 februari 2013 op Lars Hedegaard was wel een aanslag van een persoon met radicale motieven, maar dat was niet duidelijk op 13 maart 2013 toen het DTN verscheen. Na de aanhouding van Basil Hassan in Turkije in april 2014 volgde een vreemd steekspel tussen de Deense en Turkse autoriteiten. Basil Hassan kwam vrij bij een gevangenenruil met ISIS en hoewel de Deense autoriteiten zich furieus toonden wisten zij al twee maanden van de vrijlating en hielden het net als de Turken stil.

DTN-33 / 1 juli 2013

Daar waar in de voorgaande DTN’s de ontwikkelingen van zogenoemde “kern al Qa’ida” door de coördinator op de voet werden gevolgd, is de kern of soms ook het duo Bin Landen en Al Zawahiri, van het toneel verdwenen in DTN-33 (1 juli 2013). De wereldoorlog tegen terreur woedt echter in volle hevigheid verder en lijkt zich als een bosbrand verder uit te breiden. “In Jemen is de dreiging die uitgaat van ‘Al Qa’ida op het Arabisch Schiereiland’ (AQAS) de afgelopen tijd niet wezenlijk veranderd,” schrijft Schoof. “In Somalië heeft al-Shabaab sinds de zomer van 2011 terrein verloren, maar is niet verslagen,” schrijft de dienst in juli 2013 toen nog niet de lange reeks aanslagen in Kenia waren begonnen. Aan de andere kant van het Afrikaanse continent ontwikkelt Nigeria zich tot een nieuw front. Boko Haram kwam slechts een keer eerder voor in het DTN in december 2010. In Nigeria is de oorlog langzaam in alle omvang losgebarsten. Natuurlijk gaat het de dienst alleen om “het gevaar voor ontvoering van westerlingen”, daardoor zal het land de komende dreigingsanalyses ook niet meer van de frontlijsten verdwijnen. Afghanistan, waar ‘Nederland’ achter de Amerikanen aan geprobeerd heeft de situatie te stabiliseren stevent volgens de NCTV af op een burgeroorlog. “Het land gaat strijdend de politieke en militaire transitie van 2014 tegemoet waardoor de kans op een burgeroorlog toeneemt.” In Mali hobbelen we achter de Fransen aan en mengt Nederland zich in een oorlog tussen het Franse, Tsjaadse, Malinese leger en niet alleen jihadisten, maar ook allerlei ontevreden bevolkingsgroepen. De coördinator veegt alles gemakshalve op de hoop van de jihadistische vrijstaat, waardoor verspreiding van het geweld naar Algerije, Niger, Libië, Mauritanië en Burkina Faso kan plaatsvinden. Algerije en Libië kunnen al langzaam definitief aan het lijstje fronten worden toegevoegd. Ook de gehele Arabische Lente ziet de coördinator als een gevaar voor Nederland.
Tunesië komt langzaam onder het juk uit van een dictatuur van decennia en dat zorgt voor enige democratie en ademruimte voor de bewoners van dat land. In plaats van een uitgestoken hand, ziet de coördinator alleen maar gevaren, vooral voor zichzelf. “De grootste salafistisch-jihadistische beweging ‘Ansar Sharia’ heeft haar koers verhard en gekozen voor een openlijke confrontatie met de autoriteiten en spelen er zorgen over de dreiging van tussen de 800 en 5.000 Tunesische Syriëgangers bij terugkeer.” Van wie die zorgen zijn, maakt Schoof niet duidelijk, maar waarschijnlijkheid van zijn dienst zelf. Egypte heeft begin 2013 nog net een democratie, geen dictatuur die de bevolking onderdrukt, maar de coördinator had al in DTN-32 Egypte onder de moslim broeders afgeschilderd als een favoriete bestemming voor jihad-reizen. “In Egypte verslechtert de politieke, economische en veiligheidssituatie zienderogen,” schrijft de NCTV over een land in transitie die twee dagen later weer een dictatuur wordt, maar dat lijkt de dienst beter uit te komen. Het grootste gevaar gaat volgens de coördinator uit van de situatie in Syrië. Eufemistisch spreekt Schoof over een patstelling tussen “het Syrische leger en de gewapende oppositie.” Over de dictatuur van Assad geen woord en de dienst is slechts gefocust op woorden als “jihadistische netwerken”, “jihadistische
uitvalsbasis”, “jihadistische strijders”. De dienst stelt vast dat “het aantal jihadistische strijders trouwens maar een fractie van de totale oppositie”, maar toch spreekt de NCTV van een “aanzuigende werking op geradicaliseerde jongeren.” Met in het achterhoofd de opkomst van IS in zowel Irak als Syrië moet de vraag gesteld worden welke inlichtingen de dienst verzamelt. Over Irak in DTN-32 van maart 2013 en DTN-33 van juli 2013 geen woord, terwijl de situatie in dat land al vanaf 2012 explosief te noemen was gezien de grote tegenstellingen tussen Soennieten en Sjiieten in dat land. Ook daar is Nederland achter de Amerikanen aan een interventie ingestapt. En dan vindt er op 15 april 2013 een aanslag plaats op de marathon van Boston. Alsof het een geschenk uit de hemel was voor de dienst want “de aanslag heeft in de afgelopen periode intensief doorgewerkt op de risicobelevenis in het Westen,” schrijft de coördinator. Gevaar voor evenementen, de NCTV legt de link naar “‘Apeldoorn’ en de ‘Damschreeuwer’ op het netvlies, met alle veiligheidsrisico’s van dien.” “De tot nu toe bekende feiten sluiten een variant van terrorisme van eigen bodem niet uit,” borduurt de dienst verder op de evenementen en eenlingen, en natuurlijk “zelfgemaakte explosieven aan de hand van instructie uit het propagandablad ‘Inspire’”. Het blad van de man die zonder vorm van proces door de Amerikanen is vermoord. De eenvoud van de analyse van Boston is stuitend, vooral ook omdat zichtbaar wordt hoever de dienst vast zit in een tunnelvisie die elke vorm van zinvol redeneren uit de weg gaat. De aanslagen van Boston zijn omringd door allerlei mysteries, uiteenlopend van het feit dat de FBI de daders al lang voor de aanslagen in de gaten hield, de rol van een informant, de dood van een goede vriend van de broers tijdens zijn verhoor door de FBI over de aanslagen in Boston, de vreemde omstandigheden van de dood van de andere broer bij zijn achtervolging en schietpartij, en nog veel meer vragen die ook door gevestigde media als The Boston Globe en The Washington Post worden gesteld. Boston gaat naadloos over in twee steekpartijen in London en Parijs. Bij een steekpartij in Woolwich vond een Britse militair de dood, maar de dader was blijkbaar bekend bij MI5 en MI6 en zelfs benaderd om voor hen als informant te werken. Wat er is gebeurd in die relatie met de inlichtingendiensten is niet duidelijk. En ook de dader van de steekpartij in het Parijse La Defense was bekend bij de Franse politie. De Franse militair overleefde de aanslag. De coördinator legt geen directe link tussen de steekpartij in La Defense en de Franse interventie in Mali, maar suggereert dit wel. Hij schrijft dat het past in “het verschijnsel waarbij jihadisten zich meer lijken te richten op het plegen van kleinschalige en simpele aanslagen” en “na de Franse interventie in Mali zijn de dreigementen van AQIM tegen Frankrijk alleen maar frequenter geworden.” De internationale dreiging voor ons land wordt op een vreemde manier afgesloten met de vredesonderhandelingen tussen Turkije en de PKK. Na ook decennia van oorlog en vele slachtoffers een positieve ontwikkeling, maar niet voor de dienst want die ziet alleen maar “een fragiel proces dat door een relatief klein incident aanzienlijk kan worden verstoord.” Een dienst die slechts chocolade koppen van bedreigingen overneemt, zonder diepgang en analyse, schets geen dreigingsbeeld, maar creëert terreur.

DTN-34 / 7 november 2013

Het is als met de woorden “de vermeende discriminatie van moslims” en “de gepercipieerde beledigingen van de islam” die de coördinator sinds enkele jaren gebruikt. De zin is niet veranderd waarmee Schoof wil aangeven dat het allemaal onzin is. Vervolgens wordt een directe link met legitiem doelwit en een aanslag tot een bizar fenomeen. “Na de arrestatie van een vrouwelijke verdachte van rekrutering voor de jihad” werd er “op internationale jihadistische websites … opgeroepen aanslagen te plegen in Nederland,” schrijft de coördinator. Verder geen uitleg. Zit hier een diepere analyse achter? Nee. Heeft er duiding plaatsgevonden van deze oproepen? Nee. Wat wil de coördinator hier mee? Laten zien dat elke reaguurder met een bericht in het DTN kan komen? Is dit een zinvolle manier om dreiging te analyseren? Hetzelfde geldt voor de kern van al-Qaida. Sinds jaar en dag is de dienst geobsedeerd door deze kern, in het verleden nog wel eens aangeduid als het duo OBL en AZ, maar het wel en wee, van zwakte tot verhuizing werd regelmatig door de NCTV uit de doeken gedaan. In DTN-34 (7 november 2013) heeft de kern een nieuwe Brand kern-AQ, alsof dat iets zegt over de dreiging, maar het gaat verder. “Kern al Qa’ida (kern-AQ) tracht vanuit die rol invloed uit te oefenen op de filialen van AQ. In het geval van ISIL is er sprake van het negeren van opdrachten van kern-AQ,” schrijft de coördinator. JaN volgt wel de instructies op van kern-AQ, gaat Schoof verder, alsof het om een analyse van een aflevering van Goede Tijden, Slechte tijden gaat. AQAS en kern-AQ zijn twee handen op een buik, maar AQAS trekt zich niets aan van AQ verhaalt de coördinator verder. In eerdere dreigingsbeelden ging het nog over het verhuizen van kern-AQ, maar nu gaat het over verschuiven, verschuiven van het zwaartepunt, verschuiven van “de jihadstrijd brengen naar het brongebied van de islam”. En plotseling is de dreiging groter omdat de wereldoorlog tegen terreur nu op onze stoep zou staan, maar wat is er veranderd sinds de afgelopen DTN’s? Over welke dreiging en angst hebben we het? De dienst schrijft: “Onbetrouwbaar bleek uiteindelijk de informatie over een vermeend AQ-plot begin augustus tegen hogesnelheidstreinen.” Waarom is dat een dreiging en komt die onbetrouwbaarheid door een slechte dienst die waarde hecht aan geruchten en roddel over AQ? De NCTV typt de dreiging over van de Amerikanen die begin augustus 2013 waarschuwen voor aanslagen op ambassades “in het Midden-Oosten en Noord-Afrika”. Schoof benadrukt nog dat “de dreiging een serieus karakter had.” Het bleek allemaal mee te vallen, “de dreiging bleek uiteindelijk gevormd te worden door AQAS en vooral voor Jemen te gelden.” De dienst is echter niets te verwijten want AQAS is een “veerkrachtige organisatie” schrijft de NCTV bij internationale context alsof een verontschuldiging is. Jemen krijgt nog meer aandacht in deze DTN door een bericht op internet, Afghanistan en Pakistan zijn geen interessante fronten meer. In Mali wordt de indruk gewekt dat ‘wij’ aan de winnende hand zijn. Libië en Algerije zijn ook afgevoerd. De coördinator heeft het over “de bredere Sahelregio, de Hoorn van Afrika en Nigeria en de verschillende landen in Noord-Afrika,” de interventies en drones blijken hun werk te doen. De terreur brand grijpt flink om zich heen. In Syrië gaat het natuurlijk alleen om de “aanwezigheid van honderden westerse jihadisten”. De opkomende burgeroorlog in Irak door de onderdrukking van Soennieten en de ontwrichting van de regio door de burgeroorlog in Syrië is geen issue voor de ambtenaar. Hij ziet slechts terugkerende jihadisten die “op termijn zouden kunnen worden ingezet voor aanslagen in het Westen.” Mogelijke dreiging op termijn wordt in een angstpsychose altijd werkelijkheid binnen korte termijn en dat laat Kenia zien. Met drones, Ethiopische en andere soldaten is de burgeroorlog verhevigd in Zuid- en Centraal-Somalië en het AQ filiaal Al-Shabaab verspreid. Het gevolg: meerdere aanslagen in de regio waaronder een op het Westgate winkelcentrum in Nairobi, Kenia met 67 burgerslachtoffers. En Egypte glijdt volgens de NCTV ook verder af tot een volwaardig front in de oorlog tegen terreur met aanslagen op “de Egyptische Minister van Binnenlandse Zaken”, “statelijke doelwitten” en “een Aziatisch vrachtschip in het Suezkanaal”. Volgens de coördinator waren de mannen die de raketwerper hanteerden “in de veronderstelling dat dit een westers schip was,” alles draait gelukkig om het ‘westen’. In dat kader wordt ook terloops gemeld dat “twee Nederlandse jihadisten werden aangehouden in verband met betrokkenheid bij financiële logistieke activiteiten van een terroristische cel in Egypte.” Op welke arrestanten de dienst duidt is niet duidelijk. In augustus werden drie Nederlanders in Egypte aangehouden. Twee journalisten, Bud Wichers en Tahir Osman Hamde, en de Nederlander Ahmed D. die later het land mag verlaten en in Turkije opnieuw wordt aangehouden op last van de Amerikanen. De Nederlandse ambassade maakte zich zorgen om de detentie van Ahmed D. die ook nog eens in zijn cel werd benaderd door de Britse geheime dienst. Dat de dienst NCTV blij is met de nieuwe machthebbers in Egypte die stevig optreden blijkt uit de weinig veroordelende woorden: “machtsovername door militairen en de afzetting van president Morsi.” Schoof spreekt niet van een militaire coup of een nieuwe dictator al-Sisi. Een weinig onderzoekende houding is ook te zien bij een herhaling van zetten rond de Boston aanslagen. In DTN-34 worden deze opnieuw aangehaald om de “de jihadistische dreiging in Europa en Noord-Amerika” te onderstrepen, om opnieuw te stellen dat “jihadisten uit het Westen zich meer richten op het plegen van kleinschalige en simpele aanslagen” en natuurlijk het concept van de “gewelddadige eenlingen of een klein aantal personen” meer krediet te geven. Bij gebrek aan jihadistische aanslagen moet de coördinator toegeven dat er “niet uitsluitend door de jihadistische dreiging” bestaat. Dat die dreiging in de verschillende DTN’s van 2013 toeneemt, daar verbaasd de dienst zich niet over. Er wordt ook niet gespeculeerd over de toename, het gaat namelijk alleen om de dreiging. De coördinator beschrijft drie arrestaties In Engeland, Duitsland en Frankrijk. In Duitsland, Zwitserland en Nederland worden zes mensen gearresteerd die een weerwolf organisatie zouden willen oprichten. De overheid moest toegeven dat er geen bewijsmaterialen en concrete plannen waren gevonden. De ambtenaar spreekt van “een aanslag die mogelijk zou worden uitgevoerd met behulp van een bom geïnstalleerd in een modelvliegtuig.” In Frankrijk werd een 23 jarige luchtmacht sergeant aangehouden op verdenking van het voorbereiden van een aanslag met zijn wapen op een moskee. De NCTV schrijft dat “de verdachte «naar extreemrechts neigende denkbeelden» zou hebben”, maar vergeet te melden dat de moslim gemeenschap naar aanleiding van de arrestatie het islamofobe klimaat in Frankrijk aan de kaak stelde. Islamofobie niet alleen van een select gezelschap, maar van een grotere groep Fransen. En in Engeland wordt de 25-jarige Oekraïner Pavlo Lapshyn veroordeeld voor het doodsteken van de 82-jarige moslim Mohammed Saleem en het plegen van een aanslag op de Tipton moskee. Pavlo Lapshyn was in april 2013 net aangekomen in het Verenigd Koninkrijk na het winnen van een prijs in Oekraïne om ervaring op te doen in dat land. Hij had de prijs ontvangen in aanwezigheid van de Britse ambassadeur in Oekraïne. Wat de jongeman tot de aanslagen heeft bewogen wordt door de NCTV verklaard als een “racistische moord” en “het plaatsen van drie bommen“.

De dienst ontpopt zich in 2013 als een terreurfabriek. De nieuwe coördinator Dick Schoof heeft daar vast een rol bij gespeeld. Zonder dat de omstandigheden in het buitenland daadwerkelijk veranderden, werd het dreigingsniveau verhoogd naar substantieel, hoewel onduidelijk is welke leidende parameters daarvoor gehanteerd zijn. Wie om zich heen zou kijken en de tijd heeft om de dreiging te analyseren en dat verwacht je van een coördinator, zou een voortrekkersrol verwachten bij de duiding. Niets is minder waar. De dienst ziet het liefst overal gevaar. Egypte kiest president Morsi, misschien niet de keuze van de NCTV, maar toch een democratische keuze. In plaats van het omarmen van de democratie, ziet de dienst alleen maar gevaren. De coördinator haalt dan ook opgelucht adem als de dictatuur in ere wordt hersteld door het Egyptische leger. Eenzelfde scenario leek zich af te spelen in Tunesië, maar daar hebben de Tunesiërs het hoofd koel gehouden. De coördinator niet. Wie de gigantische bosbrand in het Midden Oosten en een groot gedeelte van Noord-Afrika ziet, zou zich de vraag moeten stellen, hoe kunnen wij dit doorbreken? Dit lijkt niet interessant voor de NCTV, hoe meer geweld, aanslagen en dreiging hoe beter is het devies. Neem Mali. Daar zijn Toearegs in het Noorden boos over achterstelling en claimen een deel van het land. Nu wordt een deel van die coup ook door AQIM geclaimd, maar de Toearegs geven aan dat er iets mis is, zij willen meer rechten. Het indelen van deze nomadische stammen in het jihadistische kamp en de jihadistische vrijplaats zorgt voor een versimpeling van de politieke werkelijkheid waardoor de Toearegs in de toekomst waarschijnlijk zullen weigeren met de regering en haar bondgenoten te praten en te onderhandelen. Het simplisme van het reduceren van een conflict tot jihadistische groeperingen zal op de langere termijn alleen maar erger worden. Zie Soennieten in Irak die als enige bondgenoot nog jihadistische strijders vonden in hun conflict met de Iraakse regering. De verdeel en heers die de dienst propageert en uitvent is dreiging verhogend en dat roept al vragen op. Oorlog, burgeroorlog en aanslagen zijn niet te reduceren tot goed en kwaad, tot zwart en wit, tot terrorist en ‘ons’. Die versimpeling hercreëert een koude oorlog met haar slagvelden overal in Afrika, Azië en Latijns-Amerika en uiteindelijk steeds meer in Europa. De dienst lijkt echter behoefte te hebben aan terreur en transformeert zich langzaam tot een terreurfabriek, zoals de FBI in de Verenigde Staten mensen via informanten en infiltranten voorziet van wapens en explosieven (The Terror Factory: Inside the FBI’s Manufactured War on Terrorism). Mensen zijn boos over wat er in de wereld gebeurt, dat is logisch, zeker in een globaliserende wereld. De meeste mensen zullen die boosheid nooit omzetten in daden, sommige wel als zij de wapens door een informant of infiltrant krijgen uitgedeeld. Zijn zij dan schuldig? Of probeert de staat tot geweld aan te zetten? En zolang het niet mis gaat, lijkt er niets aan de hand, maar wat als een dergelijk terreurplot uit de hand loopt en er wel slachtoffers vallen? Wie eindeloos dreigt en dreigt zal uiteindelijk beloond worden en dat laat 2014 zien.

2014 Duurzame dreiging

DTN-35 / 24 februari 2014

Kern AQ zoals de legerleiding van onze vijand ‘terreur’ binnen de NCTV wordt genoemd lijkt in het DTN van 24 februari 2014 aan de winnende hand. Terreur ambtenaar Schoof moet toegeven dat “ook op het gebied van propaganda de omstandigheden momenteel in het voordeel van kern al Qa’ida en gelieerde groepen werken.” Dat groepen als JaN (Jabhat al-Nusra of JN) en ISIL (IS of ISIS) wel degelijk fundamenteel van elkaar verschillen is voor de coördinator niet interessant. Hij noemt nog wel dat de “weerstand (tussen ISIL en andere groepen) begin 2014 uitmondde in een grootschalig gewapend offensief van andere rebellengroepen tegen de ISIL.” Het gaat volgens de coördinator vooral om “de buitenlandse strijders van de ISIL en hun gezinnen,” maar daarmee wordt voorbijgegaan aan de vele clans en lokale groepen die vechten in de beide landen. Het lijkt even of de NCTV over zijn eigen schaduw heenstapt en een poging doet iets dieper op de materie in te gaan: “Er zijn verschillende berichten die aangeven dat JaN aan de kant van de rebellen tegen de ISIL vecht. Dit is een opvallende ontwikkeling, omdat beide groepen (JaN en ISIL) aan al Qa’ida verwant zijn.” Als de dienst zich vervolgens waagt aan een korte analyse over Syrië dan wordt alles weer teruggebracht naar de oorlog tegen terreur want het land zou zich ontwikkelen als “een vrijhaven waar, analoog aan Afghanistan in het verleden, een internationaal gezelschap van strijders in het gedachtegoed van al Qa’ida wordt geschoold, training krijgt en concrete ervaring en contacten opdoet.” De decennia lange burgeroorlog met inmenging van het Verenigd Koninkrijk, Rusland, de Verenigde Staten, andere naties en partijen wordt even onder het tapijt geveegd. We houden het simpel, de legers van de tegenstanders staan aan de poorten van Europa: “Het feit dat Syrië dicht bij Europa ligt, is tegen deze achtergrond zorgelijk.” In de wereldoorlog tegen terreur is de tegenstander hetzelfde ook al heeft ie misschien andere namen. De internationale dreiging is verengd tot Syrië en een beetje Jemen waar AQAS weer sterker is geworden, dankzij of ondanks de drones, dat laat de NCTV in het midden. Somalië is twee zinnen waard, Al-Shabaab is aan de winnende hand. Mali ook twee zinnen, maar dat front lijkt stabiel. En Egypte zijn wij dankzij de militairen weer aan de winnende hand want volgens de ambtenaar is “de afgelopen maanden de repressie tegen de jihadisten verder opgevoerd.” Het lijkt erop alsof de coördinator blij is met een dictatuur, geen woord over de moslimbroeders als politieke partij, democratie en rechtstaat. Daar waar in alle voorgaande DTN’s er nog twijfel was over de slagkracht en vestigingsplek van de kern-AQ weet Schoof het nu zeker: “Voor kern al Qa’ida zijn deze voor haar gunstige ontwikkelingen de voornaamste reden geweest om het afgelopen jaar het zwaartepunt van de globale jihad te verleggen van Afghanistan-Pakistan naar het Midden-Oosten. De groep zet daarbij zwaar in op de strijd in Syrië.” De dienst spreekt van een ware luchtbrug tussen Afghanistan-Pakistan en Syrië omdat de kern “het afgelopen jaar de verplaatsing van honderden jihadisten vanuit Afghanistan-Pakistan naar Syrië heeft gefaciliteerd.” In zijn kantoor zal Schoof met Stratego elementen het speelveld opnieuw indelen. Het is bijna kruip in de huid van want de NCTV weet ook dat niet alleen “«gewone» strijders, maar ook om personen die een hogere functie bekleden binnen kern al Qa’ida” voor Syrië hebben gekozen. De hele aanleiding van de oorlog is verdwenen uit het dreigingsbeeld, dictator Assad komt slechts ter sprake omdat hij steun krijgt van Hezbollah waardoor de stabiliteit van Libanon weer gevaar loopt door een toenemend aantal aanslagen in dat land. En de steun van Hezbollah heeft volgens de dienst “de afgelopen tijd geleid tot het oplopen van spanningen tussen soennieten en sjiieten.” En die tegenstelling heeft volgens de NCTV “ontwrichtende werking” op Irak alsof de onrust in Irak een gevolg is van de burgeroorlog in Syrië. Geen woord over de onderdrukking van de Soennieten tijdens het Amerikaanse bewind, de groeiende spanning tussen soennieten en sjiieten door de geparachuteerde Iraakse leiders en ook geen woord over de vele vreedzame protesten die voorafgingen aan een grote opstand van soennieten. De analyse van de dienst is simpel: “Door aanslagen van de ISIL is de algehele veiligheidssituatie in dat land achteruitgegaan.” En wat Irak overkomt kan ons ook overkomen, lijkt Schoof te suggereren. Europa is dichtbij Syrië, “er wordt in toenemende mate ook heen en weer gereisd tussen Syrië en Europa” en “Franse terugkeerders, bijvoorbeeld, kunnen vanwege de open grenzen in het Schengengebied ook besluiten een aanslag te plegen in België” alsof de coördinator al wist dat dat zou gaan gebeuren. Alles staat in het teken van “risico”, “aanslagplannen”, “een radicaliserende en rekruterende rol”, “een actieve, faciliterende rol” en nog veel meer dreiging. Het is bijna zo dat de aanslag nu elk moment kan plaatsvinden en dan is er toch iemand bij de dienst die nog een beetje gezond verstand heeft: “Tot slot moet niet uit het oog worden verloren dat van een aantal van de terugkeerders geen directe dreiging uitgaat.”

DTN-36 / 30 juni 2014

Hoewel er nog veel onduidelijkheid is over de achtergrond van de terroristische aanslag in Brussel in het Joods Museum op 24 mei, wijst alle informatie erop dat die werd uitgevoerd door een jihadistische terugkeerder die gevochten had in Syrië. Deze aanslag illustreert de dreiging die uitgaat van de terugkeer naar Europa van jihadisten die in Syrië hebben deelgenomen aan de strijd. Deze dreiging was voor de NCTV de belangrijkste reden om in maart 2013 het dreigingsniveau te verhogen van ‘beperkt’ naar ‘substantieel’. De door een Fransman uitgevoerde aanslag in Brussel toont aan dat de dreiging die uitgaat van teruggekeerde jihadisten voor heel Europa geldt. Verder blijkt dat terugkeerders ook in een ander land dan hun land van herkomst aanslagen kunnen plegen. Dat betekent dat in potentie alle in Europa teruggekeerde Syriëgangers ook voor Nederland een dreiging kunnen vormen. En het land of ondertussen landen waar die terugkeerders vandaan komen zijn vooral Irak en Syrië en in mindere mate Libanon. Door de jihad bril van de dienst wordt alles ‘evil’ wat daar gebeurt. Fundamentele vragen gaat de NCTV zoals gewoonlijk uit de weg. IS (ISIL of ISIS) is het kwaad en “de militaire opmars van deze terroristische organisatie in Irak in juni 2014 is een gevaarlijke ontwikkeling, mede omdat het een aanzuigende werking kan hebben op westerse jihadisten.” Nieuwe jihadi’s komen er aan schrijft coördinator Schoof. Twee alinea’s verhaalt de ambtenaar nog over de strijd tussen Jabhat al Nusra (JaN, JN) en ISIL, de “kritiek op de voorman van kern al Qa’ida, Ayman al-Zawahiri,” op jihadistische Geenstijl- achtige websites en de mogelijke “tweedeling binnen de mondiale jihadistische beweging”. De coördinator insinueert dat de kans op aanslagen zal toenemen door die tweedeling al zegt hij dat niet hardop. Enerzijds zegt hij namelijk dat “uit profileringsdrang de groeperingen zelfs meer ijver aan de dag zouden kunnen leggen bij het uitvoeren van aanslagen in het Westen,” en anderzijds “zal de dreiging tegen het Westen hierdoor hoogstwaarschijnlijk niet veranderen.” Nu had een zinvolle analyse kunnen zijn als de coördinator had bedacht dat het misschien waardevol was de hand uit te steken naar een van de partijen, maar in een zwart-wit wereld is praten met gelabelde terroristen uitgesloten. Enkele maanden later strijden ISIL en JN gezamenlijk tegen de Verenigde Staten en zijn bondgenoten. Eigenlijk is ambtenaar blij met zoveel dreiging, de aandacht in de media wordt alleen maar groter. Het gebrek aan analyse is ook zichtbaar in de beschrijving van het conflict tussen soennieten en sjiieten. Over Irak schrijft de NCTV dat “de ontwikkelingen kunnen leiden tot een burgeroorlog tussen de soennieten en sjiieten in Irak.” De burgeroorlog was allang aan de gang, eigenlijk sinds 2004 toen de Amerikanen huishielden in Fallujah. Na het vertrek van de Amerikanen in december 2011 escaleerde de oorlog opnieuw. De discriminatie van soennieten, begonnen onder het Amerikaanse regime, nam grote vormen aan en uiteindelijk explodeerde de situatie. Vervolgens schrijft de terreur functionaris dat de “beelden van gewelddadigheden begaan door de ISIL wereldwijd hebben geleid tot een golf van verontwaardiging,” en is het beeld bevestigd dat er maar een partij het kwaad is, IS of eigenlijk de jihadistische beweging. Dat de eindeloze burgeroorlog in Syrië ook tot een tweestrijd leidt tussen de soennieten en de sjiieten en daarbij destabiliserend werkt voor de rest van de regio, dringt langzaam door tot de dienst. “De activiteiten van JaN en de ISIL richten zich ook op Libanon, een buurland van Syrië.” Het gaat hierbij om aanslagen op Hezbollahdoelwitten, een politieke partij waarvan de militaire tak wordt aangemerkt als terroristische organisatie. Hezbollah steunt het regime van Assad, net als Iran. Volgens de NCTV profiteert “het Assad-regime van de grote verdeeldheid onder de gewapende oppositie en de strijd van verschillende groepen tegen de ISIL,” maar weerhoudt het de dienst niet om vooral ISIL als het gevaar te zien, vooral omdat zij een “groot gebied in het Midden-Oosten” controleren, volgens de coördinator een “safe haven”. Een zogenaamd “safe haven” was een van de redenen om in te grijpen in Mali. En terwijl Nederland de Fransen ondersteunt, lijkt de veiligheidssituatie er niet veel beter op te worden: “Rebellengroepen alsmede jihadistische groepen blijven de veiligheidssituatie in Noord-Mali negatief beïnvloeden.” De ambtenaar pruttelt nog even dat het “de Afghaanse Taliban niet gelukt was om de presidentverkiezingen in Afghanistan van april en juni 2014 met grote aanslagen te verstoren,” maar voor de rest is er weinig positiefs aan dat front te melden: “Wel voerde de Taliban in de aanloop naar de verkiezingen terroristische aanslagen uit.” En in Jemen blijkt een drone oorlog ook niet echt een oplossing voor vrede: “De dreiging tegen de veiligheidsautoriteiten en westerse belangen in Jemen blijft onverminderd hoog.” Een minder eurocentristische houding zou de conclusie hebben getrokken dat de drone aanvallen voor de lokale bevolking ook ontwrichtend werken. Het zelfde geldt voor de Hoorn van Afrika inclusief Kenia. Ook daar is door de ‘internationale gemeenschap’ ingegrepen maar blijft “de positie van al-Shabaab in Somalië en Kenia sterk.” En de regio destabiliseert verder met Djibouti misschien als nog een dominosteen. Hoewel Boko Haram al enkele keren was genoemd leek de groep nog niet toegetreden tot de jihadistische cirkel van de NCTV, maar in mei ontvoert Boko Haram honderden leerlingen van een meisjesschool en dat “heeft geleid tot internationale ophef en bemoeienis.” Boko Haram is echter niet uit het niets ontstaan en heeft alles te maken met politieke leiders, legerleiding en een economisch beleid dat het westen door de jaren heeft gesteund. Het bestempelen van de groep tot het ultieme kwaad is niet de oplossing voor het conflict, maar eerder de oorzaak zoals AQAS, al-Shabaab, al-Qaida en de vele andere groepen laten zien. Ondertussen is Libië als volwaardig lid aan de lijst fronten van de wereldoorlog tegen terreur toegevoegd, evenals Egypte dat in 2014 door de coördinator wordt verrijkt met een nieuwe afkorting, ABaM of Ansar Bayt al-Maqdis. Geen woord over de militaire dictatuur, de slachting onder vreedzame betogers, de vele arrestaties, ook van journalisten, en de staatsterreur. Het is wachten op een opstand zoals IS, de coördinator is echter vooral bezig met de mogelijke westerse doelen. De dienst wijst ook naar het gevaar voor de burgerluchtvaart, maar kijkt zoals later blijkt al tijden de verkeerde kant op: “De aanwezigheid van manpads (Man-portable air-defense systems) bij ABaM en de capaciteit om deze te gebruiken, vormen een blijvend risico voor de burgerluchtvaart boven de regio.”

En dat die mogelijke doelen boven en in Europa kunnen liggen maakte de 29 jarige Fransman Medhi Nemmouche duidelijk. “Hij wordt verdacht van het neerschieten van enkele bezoekers bij het Joods Museum in Brussel op zaterdag 24 mei 2014.” De coördinator lijkt blij met deze aanslag van een terugkeerder: “De belangrijkste component van deze dreiging is de jihadgang vanuit nagenoeg alle westerse landen naar Syrië en de daaraan verbonden risico’s van terugkeerders.” Hij gaat echter nog verder want had hij niet gewaarschuwd voor grensoverschrijdende jihadisten in Europa. “De aanslag in Brussel bevestigt het grensoverschrijdende karakter en de ernst van de huidige jihadistische dreiging.” Die ernst is echter een probleem. Medhi Nemmouche was bekend bij inlichtingendiensten, niet alleen in Frankrijk, maar ook zijn rol bij IS in Syrië. Zijn ‘nom de guerre’ was Abou Omar en hij was de beul van IS, herinnert de Franse journalist Nicolas Hénin zich, die bijna een jaar gegijzeld was door IS. Voor de coördinator is het alleen “nog onduidelijk waarom de verdachte specifiek het Joodse museum in Brussel als doelwit uitkoos.” Vervolgens beschrijft de coördinator hoe slim Nemmouche heen en weer kon reizen tussen Syrië en Europa en in Europa, maar zegt daar niet bij dat de DCRI of DGSE de man in de gaten hield en dat die observatie net voor de aanslag in Brussel stopte. Vervolgens duurde het nog enige tijd voordat de douane en niet de inlichtingen- en opsporingsdiensten de man in het zuiden van Frankrijk arresteerde wat op zich ook opmerkelijk is. Wat er precies is gebeurd en wat er allemaal misging zal waarschijnlijk nooit duidelijk worden, probleem is dat dat de mythe vorming van de ‘evil jihad’ zal vergroten. De NCTV voert nog wel de arrestatie van Ibrahim Boudina op 11 februari 2014 op om te laten zien dat de Europese opsporings- en inlichtingendiensten wel degelijk effectief kunnen zijn. Ook in Engeland werd een man, Ian Forman, gearresteerd en veroordeeld voor het maken van explosieven en het plannen van aanslagen op moskeeën in de Merseyside area. Hij had extreemrechtse denkbeelden en haat tegen moslims op sociale media geuit en was opgevallen door zijn zoektocht naar handleidingen voor explosieven op het internet. Spanningen in de wereld zijn echter niet in te delen in twee kampen zoals de oorlog in Syrië, Irak of elders laten zien. De coördinator veegt Ian Forman op een hoop met Frazier Glenn Cross die in twee joodse gemeenschapshuizen in de Amerikaanse stad Kansas City drie mensen doodschoot. Misschien zijn beide extreem rechts, maar hun achtergronden zijn zeer verschillend en om ze beide te bestempelen als “gewelddadige eenlingen” is ook te eenvoudig want Frazier Glenn Cross was een voormalig leider van de Ku Klux Klan.

DTN-37 / 12 november 2014

Gelukkig gaat de laatste DTN van 2014 weer helemaal over het jihadisme. De dienst kan het bijna niet meer bijbenen: “De ontwikkelingen in het Midden-Oosten gaan zo snel dat verschillende andere regionale conflicten, en veel daarmee samenhangend of opkomend jihadistisch geweld enigszins uit beeld dreigen te raken.” In DTN-36 schreef de NCTV vooral over Syrië en Irak en leek de rest van de fronten van de wereldoorlog tegen terreur te zijn vergeten. Volgens de coördinator ligt dat aan de “versnelling in de dynamiek tussen de conflicten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, de daar opererende jihadistische groepen en jihadistische bewegingen in het Westen.” De beperkte analyse die de dienst besteedt aan de situatie is simpel: “regionale conflicten en hernieuwd zelfvertrouwen” jagen de boel aan. Ook gebruiken jihadisten sociale media, al is daar al tien jaar sprake van in de DTN’s en is het “jihadistische wereldbeeld nog steeds levensvatbaar binnen Westerse democratieën.” Er is na tien jaar wel enig inzicht gekomen in het functioneren van de dienst zelf: “Westers overheidsoptreden tegen het jihadisme en de recente geweldescalatie tussen het Westen en jihadistische groepen in Syrië en Irak lijken deze dynamiek eerder te versnellen dan te temperen.” De dienst blijft het gelukkig allemaal jihadistische strijdgebieden noemen zodat het zwart-wit denken in stand blijft. Het oude rijtje Jemen, Afghanistan, Irak, Mali, Somalië was al uitgebreid met Libië, Egypte en Nigeria, maar de coördinator voegt daar in deze DTN ook Algerije, Tunesië, Kenia, Libanon, Jordanië, delen van Zuid-Azië en zelfs Turkije en Saoedi-Arabië aan toe. De coördinator spreekt over een “spill-over effecten van de daar voortwoedende conflicten naar buurlanden zoals Turkije, Jordanië en Libanon. ” Bij de conflicten gaat het om Irak en Syrië, Jemen en Egypte wordt daarbij niet genoemd, maar de coördinator erkent dat de instabiliteit ook gemakkelijk kan overslaan zoals in Irak gebeurde. Bij de passages over Irak gaat het alleen over het feit dat “de deelname van Nederland aan de militaire coalitie die in Irak tegen ISIS vecht, Nederland nadrukkelijker in beeld heeft gebracht bij jihadisten.” Het gevaar schuilt natuurlijk onder de “uitreizigers en terugkeerders”, maar nu ook onder de “niet-uitgereisde jihadisten” of mogelijk nog niet uitgereisde jihadisten. Wel spreekt de ambtenaar over “het Amerikaanse offensief”, geen woord over de mensenrechten schendingen door de groepen die Nederland steunt wel over de mensenrechten schendingen door IS. De dienst meldt wel dat “ISIS gebruik maakt van extreem geweld tegen burgers en tegenstanders, hetgeen een grote vluchtelingenstroom heeft veroorzaakt.” Opnieuw vermeldt de coördinator niet dat er al miljoenen vluchtelingen waren voor de opkomst van IS. De NCTV vermeldt de onthoofdingen en de opgevoerde militaire campagne van de Amerikanen. Terwijl Nederland meedoet aan de bombardementen van door de Amerikanen gekozen doelen stelt de dienst dat het “niet duidelijk is welke effecten dit op de slagkracht van ISIS en het ‘kalifaat’ gaat hebben”. Dat kalifaat versterkt volgens de coördinator “de verdeeldheid binnen de wereldwijde jihadistische beweging.” Volgens de dienst kan de “onenigheid binnen de jihadistische beweging tussen kern al Qa’ida en ISIS een dreigingsverhogende factor zijn”. Daarbij gaat het natuurlijk alleen om de dreiging voor het Westen en “daarmee mogelijk ook Nederland.” De onenigheid tussen kern-AQ en IS (Islamitische Staat) is sinds maanden een favoriet thema van de coördinator, maar het is onduidelijk waarom. De jihadistische veenbrand lijkt zich razendsnel te verspreiden, de coördinator moet dat ook onderkennen. De ruzie tussen kern-AQ en IS lijkt door de bombardementen van de Amerikanen en hun Nederlandse vriendjes niet echt aangewakkerd, maar eerder verminderd. Grote groepen strijders van andere groepen ondersteunen IS nu in hun strijd tegen de Amerikanen en hun bondgenoten. De situatie wordt nog complexer als bedacht wordt dat diezelfde Amerikanen met hulp van de Israëli strijders van Jabhat al Nusra (JaN) steunen met wapens en munitie, waarbij de vraag zich oproept waar die wapens uiteindelijk belanden. Heel langzaam ontstaat er een palet zoals dat tijdens de oorlog tegen de Russen in de jaren tachtig te zien was met de door de Amerikanen gesteunde Moedjahedien en een door de Russen gesteunde regering. Alleen is de situatie in Syrië nog complexer en explosiever dan de situatie in Afghanistan toen er al veel strijdgroepen waren die door diverse landen waaronder ook Iran en Saoedi-Arabië werden gesteund. Nederland doet nu mee aan een totale burgeroorlog in twee landen die vermengd is met de wereldoorlog tegen terreur en diverse proxy oorlogen. Om aan te geven dat die wereldoorlog nog steeds op onze stoep kan komen te staan, onderstreept de ambtenaar nogmaals het gevaar van terugkeerders, uitreizigers en niet-uitgereisden. Om met de terugkeerders te beginnen refereert de dienst aan Noorwegen: “In Noorwegen was er eind juli 2014 tijdelijk sprake van een ISIS-gerelateerde terroristische dreiging.” Waarom het tijdelijk was, wat er aan de hand was en hoe ernstig mag de lezer niet weten. Blijkbaar had een buitenlandse inlichtingendienst gemeld dat er ‘terugkeerders’ op reis waren richting Noorwegen en dat zij van plan waren om een aanslag te plegen. Waarom dit tot een verhoogde staat van paraatheid met duizenden politiefunctionarissen en militairen heeft geleid wordt niet duidelijk. Of het met de missers ten aanzien van de aanslagen van 2011 te maken heeft wordt ook niet duidelijk. Of er überhaupt een dreiging was blijft in het midden. En dan zapt coördinator Schoof naar Australië en zegt dat “de Australische autoriteiten twee separate terroristische plots voorkomen die beide aan ISIS of ISIS-aanhangers gerelateerd kunnen worden.” Daar werden 800 overheidsfunctionarissen ingezet om 15 personen aan te houden waarvan er een in isolatie is geplaatst. Volgens de advocaten van de verdachte Omarjan Azari is het enige bewijs van de overheid een verkeerd vertaald telefoongesprek. Of dit waar is of niet maakt eigenlijk niet uit, maar de vraag is of de dreiging reëel is en op zijn minst zou de overheid daarover kunnen communiceren. Communicatie en informatie ontbreken vaak bij aanslagen. Ook bij de nieuwe categorie ‘jihadisten’ de niet-uitgereisden zoals de coördinator een nieuwe dreiging identificeert naar aanleiding van “twee gevallen van aanslagen door vermoedelijke jihadisten op militairen” in Canada. De niet-uitgereisde Canadezen die de aanslagen pleegden waren volgens de NCTV “jihadisten, die in eigen land geradicaliseerd waren”, “vermoedelijke jihadisten” en “niet-uitgereisde jihadisten”. Zoals altijd bij terroristische aanslagen zijn er veel onbeantwoorde vragen, zoals hoe Michael Zehaf-Bibeau, de schutter bij het oorlogsmonument en in het parlement, in het bezit is gekomen van een jachtgeweer en auto terwijl hij in de daklozen opvang verbleef en een flink strafblad had. Ook is er opnieuw de vraag wat voor kennis opsporings- en inlichtingendiensten hadden met betrekking tot Michael Zehaf-Bibeau en de andere verdachte van een aanslag met een auto, Martin Couture Rouleau. Beide mannen waren bekend bij de overheid. En dan zijn we weer terug bij de aanslag in Brussel door Mehdi Nemmouche die volgens de coördinator duidelijk maakt dat “teruggekeerde jihadisten min of meer eigenstandig besluiten een aanslag te plegen in eigen land of daarbuiten.” Op basis waarvan de ambtenaar tot deze conclusie is gekomen wordt niet duidelijk, het is gewoon waar en de dreiging is echt want “dat komt tot uitdrukking door allerlei aanhoudingen.” De coördinator stelt dat “begin oktober een ISIS-gerelateerd plot in het Verenigd Koninkrijk door de politie werd opgerold.” Nu werden er vier mannen in Engeland gearresteerd. Een werd al snel vrijgelaten en de drie verdachten van een mogelijke terroristische aanslag zullen tot april 2015 in voorarrest zitten. Veel duidelijk is er niet en het is nogal voorbarig deze verdachten al af te schilderen als terroristen, al is een voorarrest van zes maanden al een straf van formaat. En die aanhoudingen vinden niet alleen in België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk plaats maar ook in Nederland Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland en Spanje. Welke dreiging er van de verdachten is uitgegaan wordt niet duidelijk, want “in algemene zin betroffen de aanhoudingen personen die in Syrië waren geweest, van plan waren om naar Syrië af te reizen of financiële steun zouden hebben verleend aan terroristische organisaties.” Met de arrestaties van de families in Huizen in gedachten, die uit elkaar werden gerukt, kinderen in pleeggezinnen geplaatst, is de vraag van wie de dreiging eigenlijk komt, van deze mogelijke uitreizigers of van de staat.

Laten we bij de laatste arrestaties beginnen. Twee echtparen met kinderen zouden volgens de overheid op het punt staan naar Syrië te vertrekken. Er vindt een terreuroperatie plaats. Deze arrestaties vloeien voort uit tien jaar dreigingsbeeld. Na de netwerken waren het de jihadisten, de uitreizigers, de terugkeerders, de niet-uitgereisde jihadisten en de mogelijk nog niet uitgereisde jihadisten. Het klinkt allemaal als de woorden van Donald Rumsfeld die hier al eerder bij de dreiging in 2006 werden aangehaald: “There are known knowns. These are things we know that we know. There are known unknowns. That is to say, there are things that we know we don’t know. But there are also unknown unknowns. There are things we don’t know we don’t know”. In potentie is iedereen een gevaar, zelfs de kinderen, hoe jong ook. Een overheid die op deze wijze zegt ‘terreur’ te bestrijden is niet alleen de weg kwijt, maar is zelf terreur. Er was geen directe dreiging in de zin van een mogelijke aanslag op wandelaar, fietser, auto, bus, trein, vliegtuig of een ander mens of object. Er was ook geen informatie ten aanzien van een directe aanslag op een al dan niet mogelijk doel. Er was alleen het gerucht dat de families Nederland zouden willen verlaten. Dat lijkt na deze staatsterreur meer dan logisch, zou je in een land willen leven waar de wens om naar elders te verhuizen al genoeg is om als terrorist te worden bestempeld?
De dienst is bezig met families die willen verhuizen naar een regio die in oorlog is. Nu kun je daar bezwaar tegen hebben, maar om hen meteen lidmaatschap van een terroristische organisatie aan te wrijven lijkt gebaseerd op een zwart-wit denken dat Syrië in twee kampen deelt, als je niet met ons bent dan ben je een terrorist ( “if you are not with us you are with the terrorists”). Nu is dat allemaal erg lastig in Syrië maar waar ook ter wereld eigenlijk. De partijen zijn legio. Er is dictator Assad met zijn aanhang, vaak ook lid geweest van de as van het Kwaad, zoals de Amerikanen het versimpelen. Dan zijn er de Koerden, vaak ook gelabeld als terroristen zoals de PKK. En diverse andere groepen al dan niet gesteund door het ‘westen’, Iran, Saoedi-Arabië of een ander land. Dan zijn er de Amerikaanse en ‘onze’ bombardementen met hun vele burgerslachtoffers. Allemaal partijen met bloed aan hun handen, dus misschien is afreizen naar een streek in oorlog niet de beste optie voor kinderen, maar is dat terroristisch en past daar een operatie bij die mensen alleen maar vervreemdt van enige rechtsorde?
In die dreigingsdenktrant is de dienst bezig met die families terwijl een van haar taken ook is de bescherming van de burgerluchtvaart. Stel nu dat er een bericht was binnengekomen dat vliegtuigen bij bosjes uit de lucht zijn geschoten in Oost Oekraïne, wat zou dan een gepaste reactie zijn geweest? Waarschijnlijk het tot nader order vermijden van het gebied, want je weet nooit. En zou die houding eigenlijk ook niet een logische analyse zijn geweest van een gemiddelde krantenlezer ten aanzien van de situatie in Oost Oekraïne? Die had dat misschien al eerder geconcludeerd, aangezien de raketten daar al langer door de lucht vlogen. Was een verschil van enkele kilometers een oplossing? In theorie wel, maar aangezien het gebied zich ontwikkelde tot een volwaardige burgeroorlog en tevens dreigde te worden opgeschaald tot een oorlog tussen grootmachten, had een verstandig nuchter denkende ambtenaar voorgesteld om tot nader order het gebied te mijden, je weet immers maar nooit.
Een ambtenaar die angst en terreur zaait zal dat niet bedenken, die is bezig met legergroen op straat, met het toeschrijven van elk incident aan een steeds groter wordend jihadistische leger en het achtervolgen van kinderen die naar Syrië willen vertrekken. Daarom is het ook interessant dat de ambtenaar geen woord vuil maakt aan Oekraïne in zijn dreigingsbeelden van 2014 want dat past niet in het denken van islamitische terreur die de wereld verovert. Nee, Syrië en Irak staan in brand en dat heeft een aanzuigende werking, uitstralende werking, dat slaat op ons terug. Wensdenken van een paranoïde terreur ambtenaar. Helaas voor de dienst stonden die landen al langer in brand en mede door toedoen van het westen is het niet meer een brand, maar is de boel geëxplodeerd. Natuurlijk alleen maar goed voor de dienst die daarom namens Schoof stelt dat we niet paranoia moeten zijn, maar wel alert. Wat dat inhoudt blijft duister? Is iedereen plots inlichtingen- en opsporingsambtenaar in dienst van de dienst. Het lijkt erop alsof de coördinator al tien jaar in een waan van zwart-wit denken leeft. Een Amerikaanse wereld die democratie zou brengen in landen als Afghanistan en Irak. Landen die in tien jaar dreiging niet meer weg te denken zijn uit de DTN’s. De dienst is allang niet meer alert, maar uitermate paranoia, levend in een waan die de veiligheid in gevaar brengt. MH17 is daar het voorbeeld van.

Buro Jansen & Janssen, 25 maart 2015

artikel

artikel als pdf