jun 252012
 

Bij het toezichtsrapport inzake de inzet van de afluisterbevoegdheid
en de bevoegdheid tot de selectie van Sigint door de AIVD
Het onderzoek van de Commissie heeft zich gericht op de rechtmatigheid van de inzet van
de afluisterbevoegdheid en de bevoegdheid tot de selectie van Sigint door de AIVD in de
periode van september 2010 tot en met augustus 2011. Deze bevoegdheden zijn neergelegd
in de artikelen 25 en 27 van de Wiv 2002 en mogen enkel worden ingezet indien dit
noodzakelijk is in het kader van de veiligheidstaak of de inlichtingentaak buitenland van de
AIVD. Ook is wettelijk vereist dat de inzet van deze bevoegdheden proportioneel en
subsidiair is en voldoet aan in de Wiv 2002 neergelegde zorgvuldigheidsvereisten.
De Commissie constateert dat de AIVD bij de inzet van de afluisterbevoegdheid doordacht
te werk gaat. Zij heeft in de door haar onderzochte operaties geen onrechtmatigheden
geconstateerd. Dit is gezien het grote aantal onderzochte operaties een compliment waard.
Op enkele punten constateert de Commissie evenwel dat er sprake is van
onzorgvuldigheden, vooral ten aanzien van de motivering van operaties.
Voor een deugdelijke motivering is van belang dat de AIVD hierin alle beschikbare relevante
informatie betrekt. Alleen dan kan zorgvuldig worden afgewogen of de privacyinbreuk die
gepaard gaat met de inzet van de afluisterbevoegdheid inderdaad noodzakelijk,
proportioneel en subsidiair is. De Commissie heeft in één geval geconstateerd dat contraindicaties
inzake de dreiging die van een target uitging, niet waren opgenomen in de
motivering. De Commissie signaleert ook dat de AIVD incidenteel omwille van de efficiëntie
van het inlichtingenwerk parallelle, verschillend gerubriceerde motiveringen aanwendt.
Naar het oordeel van de Commissie staat dit op gespannen voet met het belang van een
zorgvuldige en eenduidige motivering.

De Commissie constateert dat het in het onderzoek van de AIVD naar
radicaliseringstendensen niet altijd evident is dat de personen of organisaties jegens wie de
afluisterbevoegdheid wordt ingezet, ook daadwerkelijk aanleiding geven tot het ernstige
vermoeden een gevaar te zijn voor de nationale veiligheid. De Commissie onderkent het
belang van dit onderzoek maar benadrukt dat dan wel voortdurend de inzet van bijzondere
bevoegdheden jegens deze personen of organisaties kritisch geëvalueerd dient te worden. Zij
heeft in één geval geconstateerd dat de AIVD gedurende enkele jaren bijzondere
bevoegdheden heeft ingezet zonder duidelijkheid te hebben verkregen over de dreiging die
van de betrokken personen uitging. De Commissie is van oordeel dat de inzet van de
afluisterbevoegdheid met name in de laatste periode van dit onderzoek zich op het
grensgebied bevond van wat wettelijk is toegestaan. In één geval zijn door de AIVD
bijzondere bevoegdheden ingezet tegen een persoon die een bepaalde boodschap wilde
publiceren waarvan volgens de AIVD niet uit te sluiten was dat deze opgevat kon worden
als een oproep tot activisme of geweld. De Commissie vindt deze formulering te ruim. Voor
ii
de inzet van een bijzondere bevoegdheid moet immers gemotiveerd worden dat er een
ernstig vermoeden van een gevaar is.
In één geval constateert de Commissie dat de AIVD de afluisterbevoegdheid heeft ingezet
terwijl er belangrijke redenen waren om voorafgaande hieraan de MIVD de consulteren.
Hierdoor had de AIVD niet alleen mogelijk operationeel relevante informatie kunnen
verkrijgen, ook kan zo voorkomen worden dat beide diensten zich los van elkaar met
dezelfde operationele aangelegenheden bezighouden.
De Commissie onthoudt zich, net als in twee eerdere rapporten waarin dit onderwerp ter
sprake kwam, van een oordeel over de rechtmatigheid van de selectie van Sigint door de
AIVD. Bij de inzet van deze bevoegdheid licht de AIVD vaak niet toe aan wie de nummers
en technische kenmerken toebehoren en waarom deze telecommunicatie dient te worden
geselecteerd. Deze problematiek lijkt eigen aan de selectie van Sigint, de Commissie heeft dit
onlangs ook ten aanzien van de MIVD geconstateerd. De motiveringsvereisten van de Wiv
2002 zijn evenwel strikt, aangezien bij de selectie van Sigint kennis wordt genomen van de
inhoud van communicatie van personen en organisaties. In het eind 2011 uitgebrachte
toezichtsrapport 28 inzake de inzet van Sigint door de MIVD heeft de Commissie het
juridisch kader voor het gehele proces van de inzet van Sigint uiteengezet en
aanknopingspunten gegeven voor een betere motivering. De Commissie zal dan ook in het
volgende diepteonderzoek naar de inzet van de afluisterbevoegdheid en de bevoegdheid tot
de selectie van Sigint door de AIVD nagaan in hoeverre de motivering van de selectie van
Sigint is verbeterd.

Het rapport is te vinden bij CTIVD

Reactie van de minister

Persbericht